Huisvesting:
Cavia’s zijn groepsdieren
en worden liever samen(met 2 of meer) gehouden. Dit kan de combinatie
zeugje-zeugje zijn,
beertje-beertje of gecastreerd beertje-zeugje.
Nooit een beertje en zeugje altijd samen houden, zij moeten een eigen hok
tot hun beschikking hebben, ook als je ermee fokt. Als je een cavia toch
alleen wilt houden, moet je altijd veel tijd aan het diertje besteden, dus
niet 2 x per dag voer geven en verder niet naar omkijken.
Het hok voor 1 cavia moet
min. 60 x 40 cm groot zijn, voor 2 cavia’s min. 50 x 70 cm. Hoe groter hoe
beter, natuurlijk. Er kan een slaaphuisje in geplaatst worden, maar hierdoor
kan het dier wat schuwer blijven. Beter is het om dit alleen ’s nachts in de
kooi te zetten of altijd als het diertje goed gewend is.
Water kan het beste in een
drinkflesje gegeven worden.
Cavia’s kunnen het beste
binnen gehouden worden, zeker in de winter. In de zomer kunnen ze wel buiten
gehouden worden, maar als de temp. onder de 10°C.
komt, moeten ze naar binnen of een schuur in.
Als bodembedekking kan men
het beste zaagsel (houtvezel) en een beetje hooi gebruiken. Het hooi dient
tevens als voeding, dit kan eventueel ook nog extra in een afgedekt
hooiruifje gegeven worden. Let op dat de cavia hier niet in kan springen,
i.v.m. blessures aan de pootjes.
Peruviaanse zwart
geel wit, foto
van Véronique Antoine
Voeding:
De voeding van de cavia
moet altijd vit.C bevatten, omdat ze dit zelf niet kunnen aanmaken. Het
beste is om korrelvoer met toegevoegd vit.C te geven(bv.
Hope Farms of Kasper). Bij gemengd voer bestaat
de kans dat ze alleen de lekkere dingetjes eruit eten en de vitamines laten
liggen.
Daarnaast mag een cavia
altijd groenvoer eten. Als ze dit niet gewend zijn(cavia’s uit dierenwinkels
zijn dit vaak niet (meer) gewend), met kleine
beetjes beginnen. Als de cavia bij een fokker vandaan komt, altijd vragen
wat hij/zij gewend was. Goede groentes zijn: witlof, andijvie, winterwortel,
appel, paprika, wortelloof. Sla niet of met mate geven, i.v.m.
bepaalde stoffen die erin zitten en het hoge vochtgehalte.
Een cavia moet altijd hooi
tot zijn beschikking hebben. Dit is nodig om een goede darmwerking te
behouden. De maag en darmen van een cavia moeten altijd gevuld zijn. Bij
teveel korrelvoer kunnen ze te dik worden, dus is het beter om veel hooi te
geven. Teveel hooi bestaat niet.

Américaans gekruind rood
satijn, foto
van Véronique Antoine
Waar te koop?:
Dierenwinkel: meestal weet men weinig over de achtergrond van het diertje.
Helaas zijn er nog steeds veel dierenwinkels die hun dieren bij een
‘groothandel’ kopen, waardoor er veel problemen met de gezondheid van de
diertjes kunnen ontstaan. Denk hierbij aan vergevorderde inteelt. Ook is de
kennis van de mensen die in een dierenwinkel niet altijd even goed,
uitzonderingen daargelaten. Heel vaak komt het nog voor dat er een zeugje en
beertje samen verkocht worden als zijnde 2 zeugjes……met alle gevolgen van
dien. Prijzen kunnen van heel goedkoop tot heel duur zijn(soms meer dan € 20
voor een rasloos diertje….)
Particulier: hiermee wordt
iemand bedoeld die bewust of onbewust een nestje heeft gekregen, maar niet
specifiek op raskenmerken etc. fokt. Hier is wel de achtergrond van het
diertje bekend, maar meestal niet verder dan 1 generatie. Dit zijn ook vaak
weer dieren die zelf uit een dierenwinkel gekomen zijn. Ook hier is de
geslachtsherkenning soms een probleem. Meestal kan men heel goedkoop een
cavia aanschaffen.
Fokker: hiermee wordt de
hobbyfokker bedoeld, die bv. een specifiek ras
fokt. Hier is vaak heel veel van het diertje bekend en de meeste fokkers
weten uit ervaring veel over cavia’s. Bij een fokker mag geslachtsherkenning
geen enkel probleem zijn. Cavia’s van een fokker hoeven zeker niet duurder
te zijn dan de cavia uit de dierenwinkel, vaak zijn de prijzen zelfs lager.
Broodfokker/handelaar:
hiermee worden die ‘fokkers’ bedoeld, die nergens op letten en nestje na
nestje fokken met de cavia’s. Inteelt wordt in grote mate toegepast, omdat
men domweg niet meer weet wie welke cavia is. Door hier een cavia te kopen,
is vragen om problemen en de fokker gaat lekker door.
Opvang/asiel: er zijn
tegenwoordig steeds meer knaagdierenopvangen in
Nederland te vinden. Hier kunnen mensen hun konijnen, cavia’s en andere
knaagdieren brengen als zij daar zelf om wat voor reden dan ook niet meer
voor kunnen zorgen. De cavia’s worden dan weer herplaatst bij andere mensen.
Er mag over het algemeen niet gefokt worden met dieren die uit een opvang
komen (net als bij honden en katten uit het asiel) en de beertjes worden
daarom vaak gecastreerd. Naast volwassen dieren zijn er ook jonge dieren te
vinden in de opvangen, menigmaal komen zeugjes
drachtig binnen en krijgen hun jongen in de opvang. Er zijn zowel rasdieren
als kruisingen te vinden.

Texel rood,
foto
van Véronique Antoine
Rassen:
Een korte opsomming van de rassen.
-
Gladhaar: het meest
voorkomende ras, gemakkelijk in haarverzorging. Karakters zijn zeer
verschillend.
-
Crested of Gekruinde cavia: een
Gladhaar met een kruin midden op de kop.
-
Borstel(Abyssinian):
cavia met rozetten over het hele lijf(‘punkcavia’). Kan vaak wat drukker
zijn dan de Gladhaar. Geen speciale haarverzorging nodig.
-
Satijn: Gladhaar of
Borstel met Satijnbeharing, glanst heel mooi. Kunnen nog wel eens iets
klein blijven en vlugger botproblemen krijgen.
-
Rex: een forse cavia met rechtopstaand, stug haar. De buik en
snorharen zijn gekruld. Een Rex is pas
‘goed’ qua haar op de leeftijd van 1 – 1,5 jaar.
-
US-Teddy: lijkt op de Rex, maar is
toch een ander ras. Heeft ook rechtopstaand haar, maar is veel zachter.
De Teddy mag geen krullen hebben. Beide rassen hebben geen extra
haarverzorging nodig.
-
Langhaar(Peruvian):
een langharige cavia met rozetten, hierdoor heeft het dier een pony voor
de ogen.
-
Sheltie: een langharige cavia zonder rozetten, het haar valt
sluik langs het lichaam. Op de kop is het haar kort.
-
Tessel: een langharige Rex, dus een
langharige cavia met krullen
Voor alle langharige rassen
geldt dat er extra haarverzorging nodig is.
Al deze rassen zijn in
verschillende kleuren aanwezig. Niet alle kleuren zijn erkend voor
tentoonstellingen. De fokkers van de verschillende rassen weten hier meer
over te vertellen.
De cavia’s uit
dierenwinkels zijn vaak mengelmoesjes van deze rassen.

Harricana: shelty wit roodoog,
foto van Véronique Antoine
Fokken:
Weet goed waar je aan begint als je wilt fokken met cavia’s. Dit klinkt
misschien raar uit de mond van een caviafokster,
maar het gaat niet altijd over rozen. Men moet rekening houden met het feit
dat er ook geboortes zijn die niet goed gaan. Het is algemeen bekend dat 10%
van de jongen doodgeboren worden. Ook kunnen er jongen van een paar dagen
oud opeens dood gaan. Aangezien je meestal niet alle jongen zelf kan houden,
zullen er verkocht moeten worden. Kan je wel afstand doen van deze jonge
dieren? Ook zijn er perioden dat het wel lijkt alsof iedereen jonge cavia’s
te koop heeft en is het soms moeilijk om ze zelf te kunnen verkopen. Ook
dierenwinkels zitten niet altijd te springen om cavia’s, persoonlijk ben ik
er ook geen voorstander van om dieren naar dierenwinkels te brengen. Het
klinkt soms makkelijker dan het is……..
Als men fokt met cavia’s
moet men er ook rekening mee houden dat er hoge dierenartskosten nodig
kunnen zijn, bij bv. een keizersnee of andere
complicaties. Het is nl. een fabeltje dat alle
fokkers zonder pardon hun dieren zouden afmaken als er iets mee is. Helaas
zijn er zulke fokkers die dat doen, maar ook heel veel fokkers hebben wel
hart voor hun dieren, wat dus hoge kosten met zich mee kan brengen.
Verdere vraag is: wat is
het doel van het fokken? Wil men alleen af en toe jonge caviaatjes of wil
men echt serieus gaan fokken voor tentoonstellingen, met rasdieren dus? Zo
af en toe een nestje kan in principe met elke cavia die daar de goede
leeftijd voor heeft, maar het is over het algemeen af te raden om te fokken
met dieren waar geen achtergrond van bekend is. Twee dieren in een
dierenwinkel gekocht kunnen broer en zus van elkaar zijn, of zelf al
nakomelingen van verregaande inteelt zijn. Het is niet slim om met zulke
dieren door te fokken. Als men serieus met rasdieren wil gaan fokken, is het
misschien heel slim om lid te worden van een
kleindiervereniging bij u in de buurt. Ook kan men lid worden van de
Nederlandse Cavia Club (NCC), waar vele fokkers bij aangesloten zijn. Dit is
geen garantie voor goede fokkers (helaas), maar wel al een stap in de goede
richting. Houdt er rekening mee dat ook het verkopen van volwassen dieren
soms nodig is om een lijn goed en gezond te houden……
Oké, er is besloten om met
enkele dieren te gaan fokken. Met het volgende moet dan rekening gehouden
worden:
Zeugjes kunnen al gedekt
èn bevrucht worden op een leeftijd van 4 weken.
Nu zullen de meeste dieren pas vruchtbaar zijn met 8 weken, maar er zijn dus
ook uitzonderingen van 4 weken. Dit geldt ook voor de beertjes, er zijn
dieren bekend die met 4 weken al voor nakomelingen gezorgd hebben. Het wil
dus zeggen dat beertjes en zeugjes vanaf 4 weken gescheiden moeten worden,
aangezien zeker de zeugjes nog veel te jong zijn om jongen te krijgen. Het
beste kan een zeugje met 5 – 10 maanden voor het eerst gedekt worden, met de
nadruk op de 5 maanden (dus liever 5 maanden dan 10 maanden). Ook moet ze
een minimum gewicht van 650 gram hebben, maar liever nog wat zwaarder
(rasafhankelijk). Een zeugje ouder dan 1 jaar mag nooit voor het eerst
jongen krijgen, dit omdat haar bekken dan vergroeid is en het tot zware
complicaties kan leiden bij de bevalling. Dit kan het leven van moeder en
jongen kosten. Als een zeugje eenmaal voor haar 1e jaar
jongen heeft gehad, kan zij wel na die leeftijd nestjes blijven krijgen.
Het is ook heel belangrijk om de beer niet aanwezig te laten zijn bij
de bevalling. Dit niet omdat hij de jongen iets zou aandoen (in tegendeel
vaak), maar omdat het zeugje na de bevalling alweer vruchtbaar is en dus
gedekt kan worden. Dit wordt wel toegepast bij sommige fokkers, zelf vind ik
het te zwaar voor het zeugje. Een zeugje kan het beste 2 keer per jaar een
nestje krijgen, zeker niet vaker en dus met een rustpauze tussen de nestjes
in. Beertjes kunnen al vrij jong ingezet worden voor de fok, maar begin dan
wel met maar één zeugje bij het jonge beertje. Als hij wat ouder is kan hij
gerust met 2 of 3 zeugjes gehouden worden, mits je zelf de ruimte hebt om
ook 2 of 3 nestjes tegelijk te kunnen huisvesten (stel je voor: 3 nestjes
van 6 jongen……het kan altijd gebeuren!).
De draagtijd van een cavia
is 63-72 dagen, met de nadruk op 68 dagen of meer. Jonge cavia’s worden
kant-en-klaar geboren, met open ogen, tanden en
volledig haar. Ook lopen zij binnen 5 minuten na de geboorte al rond. Jonge
cavia’s mogen gerust opgepakt worden om geslacht en gestel te controleren,
de moeder zal haar jongen praktisch nooit verstoten om die reden. Zij kennen
ook geen nest en verschillende moeders samen zullen alle aanwezige jongen
laten drinken, ongeacht of het hun eigen jong is of niet. Het ene zeugje zal
dat iets makkelijker toelaten dan het andere.
Jonge beertjes kan je dus
het beste met 4 weken apart van de moeder zetten, jonge zeugjes kunnen bij
de moeder blijven tot ze verkocht worden of voor altijd als zij blijven. Het
is wel zo dat een moeder op den duur haar eigen jong niet meer herkend als
haar eigen jong, zeker als zij een tijdje van elkaar gescheiden worden. Maar
ook moeders en dochters die bij elkaar blijven herkennen elkaar meestal niet
meer na een aantal weken/maanden.

Bouton d'Or : coronet satijn crème,
foto van Véronique Antoine
Wetenswaardigheden:
-
Volwassen gewicht
(rasafhankelijk):
-
zeugje (vrouwtje) ca. 900 - 1300 gram
- beertje (mannetje) ca. 1000 – 1500 gram
-
Geslachtsrijp:
zeugje
bij 4 - 8 weken, idem bij beertje
-
Dekrijp:
zeugje
bij min. 5 maanden, wel altijd (indien gewenst) laten dekken voor ze 10
maanden is, i.v.m. het vergroeien van het
bekken.
-
Draagtijd:
63 - 72 dagen, 1 - 6
jongen die geheel af geboren worden.
-
Met 4 weken moeten de
beertjes gescheiden worden van de zeugjes (moeder, zusjes etc.).
-
Met 4-5 weken (en
minimaal 300 gram) kunnen zij verkocht worden.
-
Levensverwachting:
4-6 jaar, maar
er zijn ook oudere dieren bekend (8 jaar en
ouder!).
Auteur:
Esther en Marc