Beschrijving en illustratie van de belangrijkste
kleurmutaties bij de chinchilla's - vervolg!

Zeer belangrijk : de fok met witte chinchilla’s vereist enige kennis. Bij de voortplanting van twee chinchilla’s met dominant witte factoren (zie de verschillende dominant witte kleuren hiervoor!) is een letaalfactor in het spel. Wanneer 2 witte genen samenkomen, is er een risico op pre- en post-partum mortaliteit van de jongen en soms de moeder (resorptie en/of calcificatie van de jongen, risico op blokkering in het genitaal systeem van het vrouwtje, enz...). De jongen kunnen in ieder geval levend geboren worden, maar zwak zijn en sterven. Geen enkele chinchilla die een wit gen draagt zou mogen gefokt worden met een andere wit-drager, zelfs al zijn ze niet zuiver wit.

De kleurmutaties met recessief wit :

Albino (c/pw - c/pw)

Zuiver wit, maar met een tendens naar een geelachtige kleur (vroeger ivoor genoemd) en roze ogen (te wijten aan totale afwezigheid van pigment). De pels is zijdeachtig en dicht.

Er zijn weinig albino’s gezien het een recessieve mutatie is.

Deze kleurmutatie is voor de eerste keer verschenen in 1960-1961 bij Dennison Blackburn

 

Recessief wit of Stone wit (Stone White)  

 Betekent niet steenwit!!

Deze mutatie is voor de eerste maal gezien in 1963  bij Paul Stone, Oklahoma, USA.

Volledig wit dier met roze ogen. De pels is dicht, lang en ietwat hard.

Hij is soms wat klein van type.

De recessief witte variëteit heeft een neiging tot micro-ophtalmie (zeer kleine ogen) en een slecht zicht.

Sommige recessief witten worden geboren zonder ogen, anderen hebben rudimenaire ogen. De gezonde dieren planten zich goed voort en zijn actieve dieren.

 

Wit langhaar (Long-Fur White)

In tegenstelling tot de standaard haarlengte die gemiddeld ongeveer 2 cm à 2, 5 cm bedraagt in de nek en 3, 8 cm tot iets meer op de achterhand, bereikt het haar bij deze recessieve factor een lengte van 4,5 cm in de nek tot 7,6 cm op de achterhand.

Deze dieren hebben langhaardragers voortgebracht en uiteindelijk andere homozygoten, nadat ze gepaard werden aan andere mutaties. Deze dieren zijn niet gewild in de pelsindustrie, maar kunnen zoals elke andere chinchilla ook gehouden worden als gezelschapsdier of voor wedstrijden.

 

Dominant beige kleurmutaties

 

Beige of Tower Beige  (PW/pw - PW/pw (homozygoot)) en (PW/pw - pw/pw  (heterozygoot))

Dit is de tweede dominante mutatie die verscheen. Dit gebeurde in 1960 bij Nick Tower, in de USA. Deze mutatie is dominant zonder letaalfactor bij de homozygote chinchilla (een dier dat twee identieke PW allelen heeft op dezelfde plaats op een chromosoom).

Dit is de meest verspreide kleur na de standaard, ong. 2,55% en er zijn verschillende varianten.

Dit is de enige dominante kleur die zowel heterozygoot als homozygoot bestaat.

Beiges zijn mooie dieren en goede fokdieren. Ze hebben een vel (of leder) van goede kwaliteit.

De oogkleur varieert van zeer licht roze tot rood.

De moeder is heterozygoot, het jong is homozygoot beige (crème), foto van Lorena Panitti

De homozygoot beige chinchilla heeft een veel slanker type en zijn pels is dunner dan de heterozygoot beige.

In het algemeen heeft de homozygoot beige robijnogen met een mooie rode gloed, de rug en de flanken zijn crème en de buik wit terwijl heterozygoot beige robijnogen heeft, de rug en de flanken zijn licht beige, maar varieren van een exemplaar tot een andere (zelfs voor de oogkleur), de buik is wit, de oren zijn roze.

Le Tower beige is deze van tegenwoordig.

Veel Tower beiges hebben grijs gepigmenteerde vlekken op de oren en de neuspunt (misschien zelfs over het hele lichaam… ?)

Er zijn nog andere namen gegeven aan verschillende beiges:

De homozygoot beiges (0,05%) kunnen onderverdeeld worden in blond of honing beige (Honey Dawn beige), crème, lichtbeige (Soft beige). Een lichter crème kleur met roze-rode ogen vindt men slechts in het geval waar dit gen homozygoot voorkomt.

Blond of honing beige (Honey Dawn beige): het dek is honing beige of blond, de middelste band van de haren is wit en de onderkleur is zeer licht gemskleurig, bijna wit. De sluier is zacht honingkleurig, dit kan licht variëren in lichte, gemiddelde en donkere nuances.

Door de zeer lichte kleuruiting moeten de ogen rood zijn met een blauwachtige ring. Dit is het product van twee beige ouders. Deze mutatie wordt typisch homozygoot beige genoemd.

Te onthouden : een homozygoot beige zal nooit standaard jongen geven, zelfs indien men ze samen met een standaard fokt !

Heterozygoot beiges (2,5%) komen voor van licht crème tot donker beige : blond, Tower beige, dominant beige (dominate beige), gekroond beige (Crown of Sunset beige), Rose Sunset, Mokka Sunset (Mocha Sunset), kaneel (cinnamon), bruin. Deze dieren hebben een witte buik en robijnrode ogen. De ogen schijnen dikwijls opaal. Een donkere grondkleur is te verkiezen. 

Enkele details over de beige nuances :

Gekroond beige (Crown of Sunset beige) :  beige bedekt met een roze sluier, de middelste band van de haren is gemskleurig, de grondkleur is lavendel – variërend van donker lavendel tot chocoladebruin. De sluier strekt zich in lichte nuances uit tot de buik en van licht tot donker naar de rug zoals bij de standaard. Het is een heterozygoot beige. Sommigen noemen deze ook Rose Sunset.

 

Een variante is de Moka Sunset (Mocha Sunset), die een rijke donkerbruine sluier heeft.

Te onthouden : een heterozygoot beige gefokt met een standaard geeft 50% beige jongen !

Recessief beige kleurmutaties 

Het belangrijkste fenotypisch verschil tussen recessief beige en dominant beige is de oogkleur.

De champagne beige (Wellman Beige)  - is een recessieve mutatie die tevoorschijn kwam in 1954. Deze heeft een lichtbeige sluier met een donkerbruine grondkleur en de middelste band van de haren is zeer licht gemskleurig. De ogen zijn bruin of zwart en de oren zijn zeer bleek. Deze kleur is zeldzaam. De beharing is lang en dicht, maar is gevoelig aan oxidatie (roestplekken) met een oranjegele kleur die moeilijk te elimineren is. De fok met deze mutatie is moeilijk.

De Rzewski Beige – deze recessieve mutatie is verschenen in 1958 in Polen en is gelijkaardig aan de Wellman Beige. Het is beige met bruine ogen en een witte buik. Deze kleur is waarschijnlijk volledig verdwenen

De Lavendel Bruin (Young Lavender Brown) dit recessief bruin is een « lavendel grijsbruine » of « lavendel grijs-gemskleurige » kleur met een witte buik. De beharing is van een aanneembare textuur en heeft een mooi uitzicht.

De Sullivan Beige en de Reynolds Beige :  recessief beiges met rode ogen – twee gelijkaardige types die gelijktijdig verschenen zijn in 1960 in de ranch van L. Sullivan en deze van C.J Reynolds.

Gekarakteriseerd door een kortere beharing, de beige kleur is niet te diep en de ogen zijn rood tot roze.

Deze kleuren bestonden enkel in deze twee ranches…

Te onthouden : momenteel bestaan er 3 types beige : Tower beige, Wellman beige en Sullivan beige, maar er zijn verscheidene nuances die elk een naam kregen.

 

Dit artikel is afkomstig van de vereniging Rodent

Klik hier om terug te gaan Klik hier om naar voorpagina te gaan Mail ons Klik hier om de site af te zoeken

Emailadres:

Wachtwoord:

Automatisch inloggen
Wachtwoord vergeten?