Zo’n
8 jaar geleden kocht ik in de dierenwinkel mijn eerste Syrische hamster,
een grijs mannetje. Al gauw kwam er via diezelfde winkel een vrouwtje
bij omdat ik wel eens een keer een nestje wilde fokken. Als kind had ik
geregeld goudhamsters en konijnen gehad als huisdier en de konijnen
kregen toen af en toe wel eens een nestje. Ik had dus wel enige
ervaring…vond ik!
Om niet geheel
onvoorbereid te zijn op het komende gebeuren las ik diverse boekjes over
hamsters. Zo las ik dat de jongen na 17 dagen ter wereld zouden komen en
dat je vlak ervoor de kooi nog een keer helemaal moest verschonen.
Daarna moest je ze minstens een week of zo met rust laten om de moeder
niet te verstoren.
Zo gezegd, zo gedaan. Op de 15e
dag vond ik het dus nodig om de kooi te verschonen en het aanstaande
moedertje nieuw nestmateriaal te geven om een lekker comfortabel nestje
te kunnen maken voor haar kids.
Ik had Spicey,
haar naam dankte ze aan haar pittige karakter, in een leeg
transportbakje gezet en wilde nét beginnen met het schoonmaken van haar
kooi toen ik de schrik van mijn leven kreeg!
Ik zag iets onderuit
Spicey bengelen.., jawel…..het eerste
jonkie was reeds in aantocht! HELP! De 17
dagen waren toch nog niet voorbij? Wat nu????
Lichtelijk in paniek heb ik haar direct
teruggezet in de kooi waar ze rustig verder ging om het
jonkie uit het vlies te knabbelen. Ze wist
natuurlijk alleen niet waar ze het kleintje moest laten want ze had geen
nest meer, dat had ik even daarvoor immers in de vuilnisbak gegooid.
Na even heen en weer gelopen te hebben
besloot ze het jong maar in een PVC buisje te deponeren om daarna verder
te gaan met de overig 11 baby’s.
Kunnen jullie je er iets bij voorstellen?
Een kersverse hamstermoeder die haar nest in een PVC buis verzorgt?
Al gauw werd die buis natuurlijk te klein
en versleepte ze alle 12 kids naar een
hoekje achter het loopwieltje zodat ik er natuurlijk niet meer bij kon.
Jaja,
ik weet het, ik had dat loopradje uit de kooi moeten halen vóór de
bevalling, dat had ik wel gelezen maar Spicey
had me de tijd er niet voor gegund.
De eerste week ging alles verder wel naar
wens. Na een dag of 6-7 kon je al zien welke kleuren ze gingen krijgen:
grijs, ivoor, zwart, goud, wit zwartoog en crème donkeroog. Er zaten ook
3 dieren bij die een prachtige effen grijsblauwe kleur hadden. Een kleur
die ik later nooit meer heb gezien en waarvan ik spijt als haren op mijn
hoofd heb dat ik die ooit heb weggegeven aan de dierenwinkel.
Op
een koude januariochtend, ze waren toen precies 7 dagen oud, kwam ik ’s
morgens vroeg op mijn blote voeten in het donker de hamsterruimte binnen
om de hamsters te voeren voordat ik naar mijn werk ging.
Ineens schrok ik me voor de tweede keer die week het
apezuur: ik stond met mijn blote voet bijna
op een babyhamster!
Een klein crème mannetje was door de
tralies naar buiten gevallen. De kooi stond op een bureau dus was het
arme hummeltje daarna ook nog eens een meter of zo naar beneden gekukeld
en op de vloerbedekking terecht gekomen. En dat was nog niet alles, hij
was ook nog eens een meter of 2 richting centrale verwarming gekropen,
waarschijnlijk zijn instinct volgend om de warmte van het nest op te
zoeken.
Hij was uitgeput en al half koud toen ik
hem oppakte en snel in het nest teruglegde, de tranen stonden in mijn
ogen. Natuurlijk had ik in dat hamsterboek ook gelezen dat je jonge
hamsters nooit in een traliekooi moet houden omdat ze eruit kunnen
vallen! Maar ja, ik had van Spicey toch geen
tijd gekregen om haar kooi schoon te maken, laat staan haar vóór de
bevalling over te zetten in een dichte bak?
Uiteindelijk is het allemaal toch nog goed
gekomen, of eigenlijk beter gezegd: Dit crème hamstertje, dat zijn leven
verder doorging met de naam Tommy, mocht natuurlijk blijven. Mijn eerste
zelfgefokte hamster werd een jaar later BTT kampioen ( 1999) tijdens
zijn ( en mijn) allereerste hamsterkeuring!
Uiteraard ben ik toen met hem verder gaan
fokken en nog steeds stroomt Tommy’s bloed door de aderen van alle crème
Syrtjes in mijn
hamstery.
Marian
Heesbeen
Foto: Judith
Lissenberg