De
dikstaartgerbil als huisdier
Door Peter Maas
De
dikstaartgerbil
Pachyuromys
duprasi is een nog
erg onbekende gerbilsoort op de huisdierenmarkt.
Hierdoor is er nog maar weinig informatie over dit aantrekkelijke diertje te
vinden. Desondanks dat de dikstaartgerbil nog niet erg bekend is, is het een
leuk en aantrekkelijk huisdier.
Oorsprong in
de woestijn
Dikstaartgerbils komen oorspronkelijk uit de Noordelijke Sahara
(Noordwestelijk Egypte, Libië, Tunesië en Algerije). Daar leven ze in
spaarzaam beplante zandvlakten of rotsachtige woestijnen.
In 1880
werd de dikstaartgerbil voor het eerst ontdekt in
Laghouat (Algerije) door de Franse zooloog
Fernand Lataste. Hij beschreef de soort
voor het eerst uitvoerig in Le
Naturaliste.
Er worden
twee ondersoorten onderscheiden:
Pachyuromys
duprasi duprasi
en de kleinere
Pachyuromys
duprasi natronensis
(Noord Egypte). Soms wordt er nog een derde ondersoort genoemd:
Pachyuromys
duprasi faroulti
(West Algerije). Maar deze ondersoort wordt meestal gezien als een synoniem
van Pachyuromys
duprasi duprasi.
Een opvallend
uiterlijk
De
dikstaartgerbil is een middelgrote gerbil met een lichaamslengte van
ongeveer 10 cm en met een staart van ongeveer 5 cm lang. De veel bekendere
Mongoolse gerbil (Meriones
unguiculatus) weegt vaak tussen de 70
en 80 gram. Een dikstaartgerbil daarentegen weegt
gemiddeld maar ongeveer 40 gram. Toch lijken ze vaak veel dikker. Deze
gerbilsoort heeft een dikke, zachte, pluizige vacht. De haren op de rug zijn
geel gekleurd met een donkergrijze basis en een kleine zwart puntje. De buik
is helder wit. Hun lichaam is rond en wat afgeplat en heeft geen duidelijke
nek. Dikstaartgerbils hebben een scherp gezicht met grote ovale ogen. De
oren van deze soort zitten laag wat de gerbil een vosachtige kop geeft. De
poten zijn kort voor een gerbil.
Dikstaartgerbils lijken wat op een hamster, maar anders dan een hamster
heeft de dikstaartgerbil een spitse snuit en een dikke, bijna kale,
knuppelvormige staart. Aan deze ongewone en opvallende staart dankt deze
gerbil ook zijn Nederlandse naam. Een gezonde dikstaartgerbil kunt u dan ook
herkennen aan een mooie ronde dikke staart. Dankzij hun staart zijn ze ook
erg makkelijk te onderscheiden van andere
gerbilsoorten.
Hamsterachtig
gedrag
In
het wild leven
dikstaartgerbils solitair (alleen) en soms in een kleine groep
(moeder met jongen). In gevangenschap kunnen ze zowel solitair als met
meerderen bij elkaar gehouden worden. Vrouwtjes kunnen wel beter in groepen
gehouden worden dan mannetjes.
In het wild
worden de dikstaart gerbils actief tijdens de
schemering. In gevangenschap lijken de dikstaartgerbils dagdieren te zijn,
hoewel ze heel veel slapen! Deze gerbilsoort is korte perioden actief naast
langere periodes van slaap, en ze zijn erg diepe slapers. Ze gaan soms in
een stadium dat lijkt op een winterslaap, maar geen echte winterslaap is.
Dikstaartgerbils zijn erg handelbaar en zullen niet snel bijten. Volgens
veel bronnen zouden gevangen wilde dikstaartgerbils met de blote hand uit de
val gehaald kunnen worden zonder gebeten te worden (hoewel dat te
betwijfelen valt). Dikstaartgerbils die niet gewend zijn aan mensen kunnen
wel degelijk bijten, hoewel ze veel minder bijterig zijn dan bijvoorbeeld
Mongoolse gerbils en Syrische hamsters (Mesocricetus
auratus). Deze vriendelijke gerbils
kunnen ook bijten als je ze wakker maakt terwijl ze liggen te slapen, net
zoals de Syrische hamsters dat doen.
Anders dan
de meeste andere gerbilsoorten, is het mogelijk om een dikstaartgerbil op de
palm van uw hand te zetten waar hij dan gewoon zal blijven zitten, zonder
interesse in de omgeving en zonder poging om te ontsnappen. Ze lijken de
nieuwsgierigheid zoals die van de Mongoolse gerbil niet te hebben, maar meer
gedrag vertonen dat eerder vergelijkbaar is met die van een Syrische hamster
dan met die van een gerbil.
Dikstaartgerbils
zijn veel tijd bezig met het verzorgen van hun vacht en het wassen van hun
gezicht. En ze vinden het heerlijk om een zandbad te nemen. Ook vinden
dikstaartgerbils het geweldig om te rennen in een loopradje! Soms zelfs met
meerdere tegelijk!
Vrouwtjes
kunnen agressief zijn naar mannetjes. In groepen dikstaartgerbils zullen ze
soms vechten of ruziën over een speeltje of iets anders in het verblijf,
zoals bijvoorbeeld wie er gebruik mag maken van
het looprad. Als ze ruziën piepen ze erg luid en
bijten ze elkaar. Ook kan het paringsritueel van de dikstaartgerbil verward
worden met vechten.
Mannelijke
dikstaartgerbils hebben, net zoals de meeste andere knaagdieren, een
geurklier op hun buik om hun territorium te
markeren door zich uit te rekken en met hun buik over de grond en spullen in
hun verblijf te schuren. Hun geurmerken zijn niet waarneembaar door mensen
en er komt geen merkbare geur uit hun verblijf, zoals bij hamsters en
muizen.
De voeding
Dikstaartgerbils
zijn, wat hun puntige snuit al doet vermoeden, in het wild vooral
insecteneters, maar eten ook verschillende planten. In gevangenschap kunt u
ze gewoon knaagdierenvoer geven, net zoals we dat aan Mongoolse gerbils en
hamsters kunnen geven.
Doordat het echte insecteneters
zijn zijn extra dierlijke eiwitten erg welkom,
maar geef het niet te veel.
Ze houden erg veel van
meelwormen, krekels, motten, en eigenlijk alle andere insecten, zelfs
kevers. Als u ze geen insecten wilt voeren kunt u ze ook wat katten- of
hondenbrokjes geven.
Naast al
dit dierlijke eiwit kunt u ze ook één of twee keer per week wat groente en
fruit geven, zoals wortels, bloemkool, andijvie, appels. Maar pas op dat u
niet te veel geeft. Doordat dikstaartgerbils uit droge gebieden komen is hun
spijsverteringsstelsel dus niet gewend aan
voedsel met een hoog vochtgehalte. Ze kunnen er diarree van krijgen als ze
het te veel eten.
Takken en
twijgen zijn rijk aan vitaminen en erg geschikt naast hun basisvoer, vooral
in de winter. Daarnaast is het ook nog goed voor hun tanden, omdat deze
tanden net zoals bij alle knaagdieren hun hele leven blijven groeien en door
knagen houden ze hun tanden op de juiste lengte. Geef uw
gerbils alleen takken van fruitbomen, wilg, hazelaar, berk en de esdoorn.
Hooi is ook
erg goed voor uw dikstaartgerbils, omdat het veel
vezels bevat. Daarnaast is het een uitermate geschikt nest- en
knaagmateriaal.
De kameel
onder de knaagdieren
Dikstaartgerbils
zijn echte woestijndieren en hebben leren leven in deze droge gebieden. De
dikstaartgerbil slaat voedsel (vet) en water op in zijn staart net zoals de
kameel dat doet in zijn bulten. Toch moet een dikstaartgerbil in
gevangenschap altijd voer en vers water tot haar beschikking hebben. Dit kan
gedaan worden door ze een drinkfles te geven. Een drinkbakje kan ook gegeven
worden, maar plaats dit dan wel op een hoge plek waar ze toch nog goed bij
kunnen, omdat ze hun drinkbakje anders bedekken met de bodembedekking
tijdens het graven.
De huisvesting
Dikstaartgerbils leven in het wild in simpele holen van ongeveer één meter
diep in harde zandige grond. Ze kunnen ook holen van andere soorten bewonen.
De beste manier om dikstaartgerbils in gevangenschap te huisvesten is in een
glazen bak, zoals een aquarium of terrarium. De maten moeten minstens 60x40
cm zijn voor 2-4 dikstaart gerbils.

Dikstaartgerbils zijn dol op graven, dus moet u ze een dikke
laag bodembedekking geven. U kunt hiervoor
houtschaafsel (houtkrullen) gebruiken, maar gebruik geen naaldhout of ceder
schaafsel, want veel knaagdieren kunnen er allergisch op reageren en
uw dikstaartgerbils kunnen er
ademhalingsproblemen door krijgen. Dikstaartgerbils moeten ook regelmatig
een zandbad nemen om hun vacht vetvrij te houden. Daarom moet u ze een
schaal met zand geven of zand als bodembedekking gebruiken.
Dikstaartgerbils maken altijd een nest en deze
kan zowel ondergronds in hun hol zijn als op de oppervlakte van hun
bodembedekking of in een huisje. Om uw dikstaart gerbils bezig te houden
kunt u ze wat gerbil speelgoed geven, zoals een looprad (wat ze bij mij erg
leuk vinden).
Het is
mogelijk om een dikstaart gerbil alleen te houden, zoals bij de Syrische
hamster. Het houden van een fokpaartje kan wat moeilijk zijn, maar het is
ook geen probleem om dikstaart gerbils in een mannen-
of vrouwengroep te huisvesten.
Een moeilijke
voortplanting
Dikstaartgerbils
zijn geslachtsrijp als ze 2 maanden oud zijn, en in gevangenschap planten ze
zich het gehele jaar voort. Het vrouwtje wordt maar eens in de 7 dagen
bronstig. De draagtijd van de dikstaart gerbil is 19-24 dagen. De gemiddelde
nestgrootte is 3-5 jongen en de jongen stoppen met melk drinken op een
leeftijd van ongeveer 29 dagen.
Net als bij
de Syrische hamster kan het fokken van dikstaartgerbils
in gevangenschap moeilijk zijn, doordat de vrouwtjes heel agressief kunnen
zijn als ze drachtig zijn of jongen zogen. Ze zullen het mannetje aanvallen
en kunnen hem zelfs doden als hij niet apart gehuisvest wordt nadat de
paring plaats heeft gevonden. De kans dat een vrouwtje, dat gehuisvest is
met een mannetje, zwanger raakt is ook veel kleiner dan bijvoorbeeld bij de
Mongoolse gerbil. Zorg er in ieder geval voor dat het vrouwtje zwanger raakt
voordat ze 6 maanden oud is. Daarna is de kans klein dat ze ooit nog zwanger
raakt als ze dat daarvoor niet geweest is.
Een
bewezen methode om dikstaartgerbils te fokken is door een mannetje en een
vrouwtje in een relatief kleine bak te plaatsen met niks
anders erin dan de bodembedekking. Geen huisje, niks om mee te spelen, geen
voerbakje (u kunt het voer gewoon over de bodembedekking strooien). Op deze
manier is er helemaal niks voor de dieren om voor te vechten of te ruziën.
Ze kunnen niet territoriaal worden door de kleine ruimte en doordat er geen
plekken zijn om te markeren. Met deze methode moet u het mannetje en het
vrouwtje een week bij elkaar houden. Daarna haalt u het paartje uit elkaar
en geeft u ze weer ieder een eigen volledig ingerichte kooi. Zeer
waarschijnlijk is het vrouwtje dan zwanger geraakt. Ook kunt u natuurlijk
het mannetje bij het vrouwtje laten tot u zeker weet dat ze zwanger is of
totdat de jongen geboren zijn.
Het
paringsritueel van de dikstaartgerbil is enigszins ongewoon. Zowel het
mannetje als het vrouwtje staan op hun achterpoten en worstelen en maken
piepgeluidjes. Ze lijken elkaar nooit echt te bijten, maar het kan er wild
aan toe gaan. Als het vrouwtje niet ontvankelijk is en het mannetje geeft
niet op, dan zal het vrouwtje zich omkeren en de bodembedekking naar het
mannetje schoppen. Vrouwelijke dikstaartgerbils zullen het nest maken als ze
zullen gaan bevallen en zijn goede moeders. Het is het beste om het mannetje
te verwijderen. Niet omdat het mannetje voor problemen zal gaan zorgen, maar
omdat het vrouwtje gestresst raakt en het mannetje kan aanvallen. Ook als de
jongen oud genoeg zijn om voor zichzelf te zorgen kun je ze beter bij de
moeder weghalen, omdat de moeder haar jongen soms wel eens in de staart wil
bijten.
Het beste
is om minstens een maand (vanaf dat de jongen niet meer drinken bij de
moeder) te wachten met het terugplaatsen van het mannetje bij het vrouwtje
om opnieuw gedekt te worden. Dit om het vrouwtje wat rust te gunnen en te
laten herstellen. De staart is een goede indicator of ze weer fit genoeg is
om jongen te krijgen, ze moet weer een mooie dikke staart hebben.
De
geslachtsbepaling
Het
verschil tussen een mannelijke en een vrouwelijke dikstaartgerbil is net
zoals bij andere kleine knaagdieren te zien aan de afstand tussen de
geslachtsopening en de anus. Bij het mannetje is deze afstand veel groter
dan bij het vrouwtje. Daarnaast zijn bij het mannetje de teelballen te zien.
Bij vrouwtjes zijn deze natuurlijk afwezig. Rond een leeftijd van 2 weken
(dan beginnen de buikharen te groeien) kunt u bij een vrouwtje kale plekjes
op de buik zien, dit zijn de tepels. Bij mannetjes zijn deze plekjes niet te
zien. Als de haren op de buik langer worden zijn deze plekjes niet meer te
zien.
Hieronder
kunt u foto's zien van een mannelijke en een vrouwelijke
dikstaartgerbil
|
Mannetje |
Vrouwtje |
Vrouwtje (2 weken) |
|
 |
 |

Bij mannetjes zijn
geen kale plekjes te zien! |
Kleurmutaties
of toch niet?
Het lijkt
erop dat in Japan en op andere plaatsen misschien de
grijs- (g) of chinchilla- (cch)
mutatie is opgetreden. Deze dikstaartgerbil is grijzer van kleur.
Maar niet iedereen denkt dat het een kleurmutatie is.
Het is ook mogelijk dat deze grijze dikstaartgerbils de Egyptische
ondersoort
Pachyuromys
duprasi natronensis
zijn. De vacht van de jonge dieren van deze ondersoort zijn erg
grijs, maar vervaagd als ze ouder worden naar een meer zandkleur. Sommige
kruisingen van de Egyptische en de Algerijnse ondersoort hebben ook deze
grijzige kleur, hoewel deze ook langzaam vervaagt, blijven ze wel wat
grijzig.
Waar
verkrijgbaar?
Dikstaartgerbils zijn erg nieuw op de huisdierenmarkt en zijn daardoor nog
niet op veel plaatsen verkrijgbaar. Heel soms worden ze in een
dierenspeciaalzaak aangeboden, maar de meeste winkels hebben geen
dikstaartgerbils. U kunt ook op het internet, in
kranten, enzovoorts zoeken voor advertenties over dikstaartgerbils. En
natuurlijk kunt u ook zelf ergens een advertentie plaatsen. Ook kunt u
contact opnemen met verenigingen voor knaagdieren of exotische (zoog-)dieren.
Deze kunnen u eventueel verwijzen naar een fokker.
Een goede
gezondheid
Om algemeen
te zien of het diertje gezond is (bijvoorbeeld bij aankoop) kunt u de
volgende punten aanhouden: een gezonde dikstaartgerbil kijkt helder uit zijn
ogen, is levendig, heeft een zachte vacht. Het achterste is droog en schoon.
Een zieke dikstaartgerbil zit vrijwel altijd in elkaar gedoken en is niet
levendig.
Voorkomen
is beter dan genezen, zeker voor kleine knaagdieren, zoals dikstaartgerbils.
Het is namelijk niet altijd eenvoudig om een zieke dikstaartgerbil te
genezen. Dikstaartgerbils zijn zo klein dat zelfs een dierenarts niet altijd
weet hoe hij het diertje moet behandelen. Ga daarom bij voorkeur naar een
dierenarts die ervaring heeft met bijzondere huisdieren, zoals knaagdieren.
Voor een dikstaartgerbil is zelfs een kleine verkoudheid al levensgevaarlijk
en kan het diertje fataal worden. De grootste gevaren die er voor uw
dikstaartgerbil op de loer liggen zijn dan ook tocht en vocht. Maar ook een
te hoge temperatuur, verkeerd of bedorven voedsel en stress zijn leiden vaak
tot problemen.
Bij
dikstaartgerbils is nog niet veel bekend over de bij deze dieren voorkomende
ziekten en gebreken Dit komt doordat dit diertje nog niet zo heel lang en
vaak als huisdier gehouden wordt. Maar bij kleine knaagdieren komen
in het algemeen dezelfde ziekten en gebreken
voor, dus daarom is het te verwachten dat bij
dikstaartgerbils dezelfde ziekten en gebreken kunnen voorkomen als
bij andere gerbilsoorten.
Een
aandoening die men relatief vaak bij dikstaartgerbils ziet zijn bijtwonden
in de staart. Vechtende dikstaartgerbils proberen elkaar namelijk in de
staart te bijten.



Dikstaartgerbils zijn gebruikt voor onderzoek in laboratoria. Het is bekend
dat een dikstaartgerbil daar 4 jaar en 5 maanden oud is geworden.
De Dikstaart
Gerbil Pagina
Een
uitgebreide en mooie webpagina over de dikstaartgerbil met al deze en veel
meer foto’s kunt u vinden op:
http://www.petermaas.nl/gerbils/dikstaartgerbils.htm.