Uiterlijke kenmerken

Mongoolse gerbils zijn kleine knaagdieren. Zonder de staart zijn ze 110-135 mm lang. De gepluimde staart heeft een lengte van 95-105 mm. Mongoolse gerbils hebben een gewicht van 60-85 gram en in geval van overgewicht tot 120 gram. De mannetjes zijn 10-20% zwaarder dan de vrouwtjes. In het wild is er geen verschil in het gewicht tussen de mannetjes en vrouwtjes en wegen de volwassen gerbils gemiddeld 60 gram. Het lichaam is slank en het dier zit strak in zijn vel. De kop van een Mongoolse gerbil is kort en breed, met een spits toelopende snuit. De achterpoten hebben een lengte van 28-32 mm en zijn dus vrij lang, waardoor degerbils goed kunnen springen en gemakkelijk rechtop kunnen staan. Ze kunnen wel 1 meter ver en 50 cm hoog springen. De voorpootjes zijn veel kleiner. Nog een kenmerk is de lengtegroef op de bovenste voortanden.

Mongoolse gerbils hebben een volledig behaarde staart met een pluimpje aan het uiteinde. De wildkleur (zie rechterfoto) van de Mongoolse gerbil, ook wel agouti genoemd, ontstaat doordat de haren op de rugzijde een leigrijze basis, een gelige kleur in het midden en zwarte punten hebben. De haren op de buik zijn crèmewit met een leigrijze basis. De scheidingslijn tussen de rug en buikkleur verloopt vrij scherp. Het crèmewit van de buik loopt door tot aan de kin. Bij de haren op de keel, kin en aan de binnenzijde van de voorpoten loopt de crèmewitte kleur, zonder leigrijze basis, door tot op de huid. De kleine, ovale oortjes steken net iets buiten de vacht uit en hebben een lengte van ongeveer 14 mm. Ze zijn leigrijs van kleur. De rand van de oorschelp is aan de binnenkant sterk met crèmegele haren bezet. Aan de buitenkant zijn ze bezet met gele haartjes. Zowel rondom de oren als rondom de zwarte ogen bevindt zich een smalle ring van crèmewitte haren. De nagels zijn donkerbruin tot zwart, waardoor ze erg opvallen. Ook zijn de voetzolen van de achterpoten behaard, met uitzondering van een klein plekje. De vacht moet een zijdeachtige glans hebben. Deze glans wordt veroorzaakt door de olieachtige afscheiding van een klier die op de buik van een gerbil zit. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben zo'n klier waarmee ze geurmerken kunnen afgeven aan objecten en soortgenoten of zichzelf tijdens het poetsen door er over te wrijven. Zo verspreiden ze deze substantie, die feromonen bevat. Feromonen zijn geurhormonen, deze geven elke gerbil hun eigen unieke geur. Ook zijn er verschillen in de geslachtskenmerken tussen mannetjes en vrouwtjes.

Doordat de Mongoolse gerbil al een heel tijdje als huisdier gehouden wordt zijn er al vele verschillende kleurvormen gefokt. Er zijn veel verschillende soorten haarkleuren ontstaan en soms zijn zowel de rug als buik van dezelfde kleur, zoals bij zwarte gerbils. De buik heeft dus altijd een crèmewitte kleur of dezelfde kleur als de rug. Ook kunnen ze nu rode ogen hebben en lichtere nagels. Tegenwoordig zijn er dus veel verschillende kleurenvormen verkrijgbaar, zoals zwart, algerijn, duifgrijs, lilac, bont, siamees, geel wildkleur, etc. De nieuwste kleurvorm is de blauwe gerbil. Kijk op de pagina van deze website voor een overzicht van alle kleurvormen. Een andere hele goede website met foto's bij alle verschillende kleuren is de The Gerbil Colour Palette.

Mongoolse gerbils hebben een lichaamstemperatuur van 37.4 tot 39.0 °C en een hartslag van 260 tot 600 keer per minuut. De ademhalingsfrequentie bij Mongoolse gerbils is 70 tot 120 keer per minuut.

De gemiddelde levensverwachting van Mongoolse gerbils is 3 jaar, met een maximum van ongeveer 5 jaar.

Peter Maas