Vluchtgedrag van Mongoolse gerbils

Dr. Marcel AG van der Heyden

Prooidieren, waaronder gerbils, hebben een aantal tactieken ontwikkeld waarmee ze zichzelf kunnen beschermen tegen roofdieren, zoals uilen. De meest eenvoudige en minst ingrijpende techniek is het hebben van een schutkleur. Wanneer je die eenmaal hebt, kost het je verder geen energie meer. Een andere techniek is het vluchten naar een veilige plaats om je te verschuilen. Dit vluchtgedrag vraagt elke keer weer een afweging tussen enerzijds wegrennen en waardevolle energie en tijd verbruiken, en anderzijds niet wegvluchten en hopen dat de dreiging verdwijnt. Het zou heel handig zijn als je van je soortgenoten aanwijzingen krijgt of het de moeite waard is om weg te rennen, of dat je gewoon door kunt gaan met voedsel zoeken en eten. Van veel dieren die in groepen leven is het bekend dat het ene dier de andere kan waarschuwen. Een bekend voorbeeld zijn stokstaartjes, waar één of meerdere dieren op de uitkijk staan terwijl de anderen rustig voedsel zoeken. Als er gevaar dreigt melden de uitkijkposten waar het vandaan komt en om welk gevaar het gaat. Ook zou het handig zijn dat wanneer je wegvlucht naar een holletje, er niet een hele rij met soortgenoten staat te dringen voor de ingang. Als laatste in de rij maak je dan goede kans om opgevreten te worden.

Twee Canadese onderzoekers van de Universiteit van Waterloo, hebben in het laboratorium onderzocht of Mongoolse gerbils ook hun vluchtgedrag aanpassen op die van hun soortgenoten. Hierbij gebruikten ze een arena die door een klein hek in tweeën gesplitst was (zie figuur). Er bevonden zich aan de rand van elk deel twee vluchtopeningen met daarachter een schuilplaats. Door de ruimte heen kon via nylon draadjes een donkere schijf, die model staat voor een roofvogel, verplaatst worden. Deze “vogel” kon aan één zijde van de arena door de gerbils waargenomen worden, terwijl de gerbil aan de andere zijde de “vogel” niet kon zien.


Schematische weergave van de test-arena (bovenaanzicht).
Het scherm is ondoorzichtig, maar het onderste deel is van doorzichtig gaas.
Doordat de “vogel” door de lucht vliegt, kan de gerbil aan de afgeschermde zijde van de arena deze niet zien.
De gerbil aan de andere zijde kan de “vogel” wel zien. De gerbils kunnen elkaar zien door het gaas.

Als er slechts één gerbil in de arena was, rende die altijd weg van de “vogel” naar één van de twee schuilplaatsen, dit was vanzelfsprekend niet altijd de dichtsbijzijnde. Wanneer er twee gerbils in de arena waren, dan renden de gerbils bij gevaar wel naar de dichtstbijzijnde schuilplaats. Dan vinden ze het dus belangrijker om als eerste in een schuilplaats aan te komen, dan om rekening te houden met de richting van waaruit het gevaar komt. In een tweede experiment werden de schuilplaatsen weggehaald en werd het vluchtgedrag opnieuw bestudeerd. Nu renden de gerbils vaak weg in dezelfde richting. Het kan zijn dat wanneer je in een groep dezelfde kant op rent, je als gerbil minder kans loopt om gevangen te worden, dan wanneer je je afzondert en in je eentje wegloopt. Opvallend was ook dat gerbils die wel hun soortgenoot zagen maar niet de “vogel” vaak stokstijf stil bleven staan, ook wel “freezing” genoemd, terwijl hun soortgenoot die de vogel wel zag aankomen snel wegrende. De onderzoekers denken dat het mogelijk is dat met deze strategie de stilstaande gerbil hoopt dat de andere rennende gerbil alle aandacht van het roofdier op zich richt, en dat de stilstaande daardoor zelf gespaard blijft.

In een laatste experiment werd bestudeerd in welke mate een soortgenoot een gevoel van veiligheid uit kan dragen. Daartoe werden gerbils vertrouwd gemaakt met de “vogel”. Na één of twee dagen reageerden ze niet meer op de “vogel” omdat ze dan inmiddels geleerd hadden dat daar geen gevaar van uitging. Daarna werden deze geleerde gerbils met een onwetende gerbil in de arena gelaten. Nu werd gekeken hoe de onwetende gerbil reageerde op de “vogel”. Het bleek dat de geleerde gerbil een rustgevende werking had op de onwetende gerbil. Deze laatste reageerden namelijk veel minder vaak op het gevaar en ging ook rustig door met waar hij of zij mee bezig was.

Uit dit onderzoek blijkt dus dat gerbils gebruik maken van het gedrag van hun soortgenoten en hun vluchtgedrag aanpassen op de aanwezigheid van soortgenoten. Dit was iets dat wel vermoedt kon worden, maar dat nog niet eerder echt aangetoond was. Gerbilhouders, maar ook andere houders van groepsdieren, zullen het vast wel gemerkt hebben dat nieuwe dieren in een groep rustig worden van de aanwezige, al goed gewende dieren. In ons pension merken we ook dat nieuwe gasten, bijvoorbeeld konijnen, snel op hun gemak zijn als ze merken dat er ook huiskonijnen rustig rondlopen of languit op de vloer liggen.

© Dr. Marcel AG van der Heyden

Bron:
C.G. Ellard en R.D. Byers
The influence of the behaviour of conspecifics on responses to threat in the Mongolian gerbil, Meriones unguiculatus.
Animal Behaviour 70:49-58 (200
5)