In november 2003 was ik aandrager tijdens
een keuring van Syrische hamsters in het Belgische Hasselt. Er werd gekeurd door
een Zweedse vrouwelijke keurmeester en het viel me op dat ze bij elke hamster
even aan het staartje voelde.
Na afloop van de keuring
vroeg ik haar waarom ze dat deed. Ze vertelde me dat er in Zweden jarenlang
problemen waren geweest met knikstaarten bij hamsters, mogelijk overgewaaid uit
Engeland. Inmiddels is dit probleem in Zweden door consequente selectie van
fokdieren en een zeer streng keuringsbeleid zo goed als verdwenen. Door
simpelweg even aan het staartje te voelen kun je al merken of een hamster een
knikstaart, een erfelijke afwijking aan de staartwervels, heeft. Thuisgekomen
heb ik al mijn hamsters gecontroleerd op deze afwijking maar gelukkig ontdekte
ik geen knikstaarten.
Rond die tijd had ik via een
topfokker zelf net een paar jonge Syrische hamsters aangeschaft om mijn eigen
bloedlijn te verversen. Ook deze hamsters vertoonden, ondanks hun Engelse
afstamming, geen knikstaarten en haalden op de keuringen allemaal een ZG-F
predikaat. Afgelopen jaar bemerkte ik echter dat een aantal nakomelingen van
deze dieren een iets kortere staart hadden dan normaal. Met het verhaal van de
Zweedse keurmeester in mijn achterhoofd werd ik toch wat argwanend. Ik heb toen
nog een flink aantal andere hamsters opgespoord die dezelfde voorouders hadden
als mijn hamsters. Ook deze hamsters kregen nakomelingen met vaak een te korte
staart, hoewel ze verder ZG-F waardig waren in alle andere opzichten.
In het voorjaar van 2004
ontdekte ik in mijn eigen hamstery een jonge hamster in een nestje die een
kaak-/gebitsafwijking had. Het diertje was inmiddels ruim 2 maanden oud, zag er
verder prima uit en groeide normaal. Hij had alleen een zichtbare scheefstand
van de kaken ( zie foto 1). Bij inspectie van de bek bleek het diertje geen
boventanden te hebben en begonnen de ondertanden te ver door te groeien. Na
regelmatig de ondertanden te hebben geknipt bleek slechts 1 boventand weer aan
te groeien ( stond wel gedraaid in de kaak) en de andere tand kwam zelfs niet
eens meer door.
Foto1, hamster
met scheve kaak en gebitsafwijking.
Een bevriende fokster
vertelde me dat deze afwijking ook bij honden voorkomt en dat het probleem
helaas vaak onderschat wordt. Via internet kwam ik aan het adres van Mevr. Drs.
J.H.C. Brooymans-Schallenberg. Zij had een artikel over knikstaarten bij honden
geplaatst op de website van Cane Corso Club Nederland. Ik kreeg van haar
toestemming om dat artikel te gebruiken om het knikstaartprobleem bij hamsters
onder de aandacht te brengen in de kleindierensport. Onderzoek naar knikstaarten
is nota bene in eerste instantie gedaan bij muizen.
Ze wees me op het bestaan
van het boek:
THE
PATHOLOGY OF DEVELOPMENT. A study of inherited skeletal disorders in animals. by
Hans Grueneberg. Professor of Genetics.
University of Londen.
Nadat ik dit boek had
gelezen werd mij een heleboel duidelijk. Omdat problemen met zo’n klein staartje
van een Syrische hamster zulke desastreuze gevolgen kunnen hebben, vond ik het
zinvol om hierover dit artikel te schrijven.
De wervelkolom bestaat uit
een aantal halswervels, borstwervels, lendenwervels, het heiligbeen en de
staartwervels. Deze wervels zijn via wervelgewrichtjes en tussenwervelschijven
met elkaar verbonden. Een Syrische hamster heeft een lichaamslengte van ongeveer
15 centimeter en een klein rudimentair staartje van ongeveer 1 centimeter. De
staartwervels worden van de basis naar de punt van de staart steeds kleiner en
bestaan uit compact bot zonder wervelgat. Ogenschijnlijk lijkt zo’n piepklein
staartje te verwaarlozen maar in de praktijk is het wel degelijk van belang. Een
knikstaart kan natuurlijk veroorzaakt worden door een verkeerd geheelde breuk
maar is vaker het gevolg van een serieuze erfelijke afwijking.
Erfelijke afwijkingen van de
staartwervels zijn genetisch vastgelegd en reeds bij de geboorte aanwezig. Soms
is de afwijking direct zichtbaar maar vaak pas na enige tijd. Als de afwijking
recessief vererft dan is het mogelijk dat het betreffende fokdier zelf nooit een
zichtbaar mankement vertoont. De nakomelingen kunnen echter wel deze erfelijke
fout zichtbaar vertonen, soms zelfs pas na enkele generaties.
Waar gaat het nu fout?
Na de bevruchting van de
eicel door de zaadcel deelt de bevruchte eicel zich in tweeën. Deze twee cellen
groeien ieder uit een volwaardige cel die identiek is aan de eicel. Dit
delingsproces zet zich door via een ingenieus systeem en is erfelijk bepaald.
Uiteindelijk krijgen alle cellen in het lichaam een eigen functie. We kennen
bijvoorbeeld spiercellen, botcellen. kliercellen, zintuigcellen, enz. Deze
cellen groeien uit tot een compleet orgaan zoals een beenspier, wervelkolom,
alvleesklier of een oog. De wetenschap heeft al 20 erfelijke factoren ontdekt
die betrokken zijn bij de vorming van de wervelkolom, terwijl er bij de verdere
ontwikkeling na de geboorte ook nog eens vele erfelijke factoren een rol
spelen.
Logisch dus dat hier wel
eens wat mis kan gaan. Een genetisch defect kan bijvoorbeeld ontstaan door een
mutatie. Als dit defect in het erfelijk materiaal van een zaadcel of een eicel
optreedt, dan kan zo’n defect gen de reden zijn van het ontstaan van afwijkingen
van de staartwervels. Er bestaan verschillende staartwervelafwijkingen.
Voorbeelden hiervan zijn een te korte staart ( zie foto 2, foto 2a = normale
staart); een te stompe staart; het geheel afwezig zijn van de staart; één of
meerder knikken in de staart; een verkeerde vorm van een wervel of
tussenwervelschijf; enz. Als het probleem alleen in de staartwervels zit dan zal
het dier er waarschijnlijk geen last van hebben. Als er echter met deze dieren
gefokt gaat worden dan wordt het pas echt “gevaarlijk”.
Foto 2:
hamster met te korte staart.
Foto 2a: hamster met normale staart.
Deze misvormingen kunnen
namelijk terugkomen bij het nageslacht waarbij het probleem zich dan niet alleen
beperkt tot de staartwervels maar zich vaak uitbreidt naar de hoger gelegen
delen van de wervelkolom. Zo kan bijvoorbeeld een kromme rug, dit is afwijking
in de borstwervels, zichtbaar worden ( zie foto 3, foto 3a = normale rug). In
ernstigere gevallen kan het probleem zich zelfs verder uitbreiden tot de
schedel. We zien dan bijvoorbeeld een gespleten verhemelte, scheve kaken of een
waterhoofd. Een enkele keer kan de misvorming elders in het lichaam terugkomen
in bijvoorbeeld een afwijkende groei van de pootjes en/of tenen.
Foto 3:
hamster met kromme rug.
Foto 3a: hamster met normale rug.
Zoals eerder gezegd krijgt
elke cel tijdens de ontwikkeling zijn eigen lichaamsspecifieke functie maar
uiteindelijk stammen ze allemaal af van die ene bevruchte eicel. Via interactie
tussen diverse erfelijke factoren kunnen afwijkingen in de staartwervels zelfs
gepaard gaan met afwijking in cellen die uiteindelijk een andere functie hebben
gekregen in het lichaam. Zo kunnen onder andere hartafwijkingen ( bv.
septumdefect) of nierproblemen ( bv. een afwijkende bouw van de urineleider)
ontstaan. Vaak worden dergelijke afwijkingen in de organen niet in verband
gebracht met knikstaarten terwijl dat dus in de praktijk wel degelijk mogelijk
is. De relatie tussen het optreden van de genoemde misvormingen in
orgaansystemen en het voorkomen van knikstaarten is wetenschappelijk onderzocht
en vastgesteld bij muizen in de laboratoria. Het probleem is echter ook bekend
bij andere diersoorten zoals bij honden, katten en konijnen.
Door strenge selectie is het
mogelijk om deze erfelijke fout weg te fokken. De korte levensduur van hamsters
is daarbij een groot nadeel omdat er soms een paar generaties overheen gaan
voordat zo’n fout weer tevoorschijn komt. Fokkers moeten zich realiseren dat als er met
lijders en/of dragers gefokt wordt, deze afwijking zich als een olievlek door de
populatie verspreid en het steeds moeilijker gaat worden om dit er nog uit te
fokken.
Bij kleine knagers zal het
een nog grotere opgave worden om deze afwijking er uit te fokken. Het is
namelijk achteraf niet altijd te zeggen of er een jong dier met de gevolgen (van
het verder fokken met een knikstaart) in het nest heeft gezeten. De moeder heeft
vaak zelf de ergste gevallen er al uitgehaald. De broers en zusters lopen een
risico dat ze een afwijking aan het hart enz. hebben. Je kan dus denken een lijn
te hebben waar weinig afwijkingen in zitten terwijl dat niet zo is! Verder is
het ook een probleem bij kleine knagers dat de dieren op jonge leeftijd weg gaan
bij de fokker zodat het overgrote deel niet meer te volgen is nadat ze zijn
verkocht, dit in verband met de knik, die meestal niet voor 12 weken en soms pas
als ze bijna helemaal uitgegroeid zijn, te zien is.
Conclusie:
Ondanks het feit dat een
Syrische hamster zo’n klein staartje heeft, kan het voor erg vervelende en zelfs
desastreuze problemen zorgen. Fokkers en keurmeesters dienen naar mijn idee dan
ook erg alert te zijn op de aanwezigheid van knikstaarten, te korte staarten of
op welke staart- en/of wervelafwijking dan ook. Ook al is het dier voor alle
andere onderdelen “U” waardig, een dier met een knikstaart zal te allen tijde
gediskwalificeerd moeten worden door de keurmeester.
In de NKB Standaard staan
enkele zichtbare problemen bij de Syrische hamster al vermeld als lichte ( “iets
wipstaartje”) of als zware fout (“gebitsafwijkingen”). Een echte knik in de
staart wordt bij de muizen, ratten en gerbils zelfs al terecht bij de zware
fouten vermeld. Een knik- of te korte
staart bij Syrische hamsters is simpelweg een zeer zware fout ( onderdeel type
en bouw).
Nu zijn de keurmeesters en
fokkers aan de beurt om ook daadwerkelijk en consequent te letten op deze
erfelijke afwijking om te voorkomen dat er over een paar jaar alleen nog maar
Syrische hamsters bestaan met staartafwijkingen zoals de knikstaart en de
daaruit voorkomende afwijkingen.
Ik ben benieuwd of dit
artikel nog een staartje krijgt.