De hamster is één van de diersoorten die een winterslaap
houden. Een winterslaap wordt gedefinieerd als « een staat van slaap waarin
zekere diersoorten de winter doormaken. Deze
staat is gekarakteriseerd door een narcose en door een belangrijke
vermindering van de lichaamstemperatuur en de metabolische activiteit, en
door een vermindering van de levenstekens. Het is een fysiologisch proces
bij veel koudbloedige dieren. NOTA : naast de
winterslaap bestaat er bij sommige soorten een gelijkaardige staat om de
hitte van de zomer door te komen, dit noemt men de zomerslaap.
Er zijn twee belangrijke theorieën t.a.v. de evolutie van
de winterslaap.
Het traditionele standpunt is dat primitieve dieren nood
hadden aan een winterslaap om de harde weersomstandigheden te kunnen
overleven en dat deze eigenschap werd overgedragen op de volgende
generaties. Een andere theorie stelt dat de grootte en de voedingsgewoontes
van de dieren de beslissende factoren zijn in dit proces. De groepen van de
moderne vogels en de oudere zoogdieren bevatten hoofdzakelijk kleine soorten
die dikwijls afhankelijk zijn van fluctuaties in de voedselbronnen, terwijl
de moderne zoogdieren en de oudere vogels grotere dieren bevatten met
kleinere energiebehoeften voor het temperatuurbehoud. De winterslaap van
vogels en zoogdieren is dus onafhankelijk geëvolueerd, wat wijst op een
zekere bevestiging van de theorie van de grootte en de voedselbehoefte.
Twee types winterslaap worden
beschreven : de facultatieve en de gedwongen. De Syrische hamster kan
geklasseerd worden onder de eerste groep ; ze
overwintert volgens de heersende temperatuur en de beschikbaarheid van
voedsel. De gedwongen overwinteraars trekken zich niets aan van deze
voorwaarden en zijn meestal zeer vet vooraleer in winterslaap te gaan.
Hoewel de temperatuur ongetwijfeld een belangrijke factor
is voor het intreden van de winterslaap, zijn de hamsters gekend door het
inslapen (zowel in de zomer als de winter) bij temperaturen van 14-20°C.
Waarom doen ze dit ? Het
natuurlijk milieu van de Syrische hamster heeft
een gemiddelde jaartemperatuur van ongeveer
18°C, maar de temperatuur
varieert van 4-6°C in januari tot 28-30°C in juli. De jaarlijkse neerslag
bedraagt ongeveer 400mm met een partiële
vegetatie in de herfst en de winter bij lage temperaturen en hevige
neerslag. Er is een droogteperiode tussen mei en oktober en de Syrische
hamster heeft een aangepast lichaam
Om
uitdroging te voorkomen. Deze samenloop van factoren wijzen erop dat de
hamster zowel in zomerslaap als in winterslaap kan gaan, of dat ze
oorspronkelijk overwinteraars waren in de meer noordelijke streken en
overzomeraars geworden zijn bij een migratie
naar het zuiden.
In ieder geval is de mogelijkheid om een winterslaap te
houden bewaard gebleven, maar de verantwoordelijke factoren voor de intrede
van de winterslaap in gevangenschap zijn niet altijd volledig vervuld. De
temperatuur is zeker de belangrijkste factor. Bij experimenten blijkt dat de
duur van de koudeperiode die nodig is voor de winterslaap verkort tijdens de
maanden november, december en januari. In de lente zijn er soms
koudeperiodes van drie maanden nodig om de winterslaap te veroorzaken. De
koude veroorzaakt een gewichtsverlies (dit in tegenstelling tot de gedwongen
overwinteraars) en de opslag van voedsel.
Het hamsteren verhinderen kan de winterslaap tegenhouden,
maar is gevaarlijk omdat de hamster kan wakker worden tijdens de winterslaap
en dan verhongert. Hoewel de hamsters in een
zekere zin behoren tot de soorten die het best tegen de kou bestand zijn
door hun capaciteit tot overwinteren, zijn ze slechte
overwinteraars ! En de reflex om in winterslaap te gaan is niet bij
alle hamsters aanwezig. Wanneer ze blootgesteld worden aan de koude zullen
zekere hamsters in winterslaap gaan, andere
helemaal niet, nog andere slapen in maar sterven door hypothermie. Het lijkt
erop dat de capaciteit om in winterslaap te gaan genetisch bepaald is en
overgedragen wordt zoals gelijk welke andere eigenschap. Een andere factor
die voor de winterslaap belangrijk kan zijn is de hoeveelheid licht. De
effecten van een vermindering van het licht in duur en intensiteit komen nog
bij deze van de temperatuur : een hamster die
koud gehouden wordt en in het donker is meer geneigd om in winterslaap te
gaan dan een hamster die in de koude gehouden wordt, maar bij een sterk
licht gedurende meer dan 12 uur op 24.
Andere factoren kunnen ook een zeker belang hebben, zoals
de beschikbaarheid van voedsel, de isolatie en de stress, maar het is
moeilijk met deze factoren rekening te houden omwille van het verschil in
reactie dat reeds aanwezig is ten opzichte van de
belangrijkste factor : de koude.
Het enige wat men kan zeggen is dat hoe harder de
omgevingsomstandigheden zijn, hoe gemakkelijker de dieren zullen in
winterslaap gaan. Veel wetenschappers interesseren zich in de veranderingen
in fysiologie van de dieren tijdens de winterslaap. In het bijzonder de
medische sector, die een winterslaap zouden willen provoceren bij mensen om
bvb. moeilijke operaties uit te voeren, zoals harttransplantaties e.d.
Organen van een dier in winterslaap kunnen zeer extreme omstandigheden
verdragen, in het bijzonder een gebrek aan zuurstof, wat de dood van de
cellen zou veroorzaken bij een normale lichaamstemperatuur. Ze kunnen ook de
temperatuur verhogen en de toevloed van toxische stoffen overleven die
ontstaat wanneer de cellen terug actief worden. Ondanks jaren van intens
onderzoek weet men nog altijd niet hoe ze dit kunnen.
Op praktisch gebied zijn er drie zaken die de
hamsterfokker interesseren.
Eerst en vooral, hoe kan ik vermijden dat de hamsters in winterslaap gaan,
want de tijd die ze hiermee doorbrengen is verloren voor de fok.
Ten tweede, hoe kan ik een hamster in winterslaap wakker maken, en ten
laatste, hoe kan ik weten dat een hamster gestorven is tijdens de
winterslaap?
Het antwoord op de eerste vraag is
eenvoudig. Hou de hamsters in de warmte, op een temperatuur van meer
dan 15°C, met
ten minste 12 uur verlichting per dag, genoeg voedsel, en neem ze regelmatig
vast. Ondanks uw goede zorgen zijn er toch
nog soms dieren die in winterslaap gaan. Indien
dit gebeurt in de zomer, gaan ze misschien overzomeren
(zie details hierboven).
Het tweede punt is een zaak van
opinie. Als men ze gerust laat, zullen ze dikwijls slapen gedurende 2
of 3 dagen, maar als de temperatuur werkelijk zeer laag is, kunnen ze in
winterslaap blijven gedurende langer dan een week.
Een oplossing is van ze gerust te laten, hun veel voedsel te verstrekken en
voldoende water voor als ze terug wakker worden, en enkele zaken die
hierboven beschreven zijn toe te passen om te verhinderen dat ze terug in
winterslaap gaan. Een alternatief is van ze te
stimuleren door ze op te pakken en ze zacht te strelen.
Ze zijn zeer gevoelig aan stimulering door de handen en het is
geweten dat dit het wakker worden bevordert. De
lichaamstemperatuur forceren tot stijgen door toepassing van warmte of door
hen bloot te stellen aan temperaturen boven de
20°C kan (ten minste in
theorie) een omgekeerd effect hebben op het proces van het wakker worden en
wordt niet aangeraden. Het spontaan wakker worden
of inslapen kan tot 12 uur duren. Een techniek om
dit op te sporen is enkele stukjes houtvezel op het lichaam van de hamster
te leggen. Als bij de volgende controle de
stukjes weg zijn, is de hamster in de tussenliggende tijdwakker geworden.
Hetgeen het meeste verteld wordt over hamsters is
de manier waarop ze soms op miraculeuze wijze kunnen “verrijzen” en iedereen
heeft wel eens gehoord van iemand waarvan de hamster, dood en begraven, na
enkele dagen levend en wel terug gevonden werd in de tuin.de oorsprong van
dit verhaal is dat de hamster op het moment van de begraving niet dood was,
maar in een zeer diepe winterslaap. Het kan soms moeilijk zijn om te bepalen
of een hamster dood is door hypothermie. Tijdens
de winterslaap kan het hartritme zakken tot ongeveer 4 slagen per minuut en
de ademhaling tot één cyclus per 2 minuten. De
temperatuur van de hamster daalt tot slechts weinig boven de
omgevingstemperatuur. Tijdens het onderzoek is de
hamster verfomfaaid en de ledematen zijn stijver dan normaal, maar ze kunnen
nog uitgestrekt worden door voorzichtig trekken. Een nader onderzoek toont
dat bij het strelen van de hamster de snorharen lichtjes
trillen. Dit is het meest zichtbare teken van een
winterslaper. De tekens die de dood aanwijzen zijn de stijfheid van
de ledematen en het wegblijven van het ontwaken of levenstekens na 24 uur in
een temperatuur van meer dan
20°C.
Een licht gewicht bij het intreden van de winterslaap
wordt meestal geassocieerd met de dood door hypothermie.
Als je nog altijd niet zeker bent of je hamster dood is
of in winterslaap, kan je altijd nog de dierenarts
raadplegen. Hij of zij heeft zeker de ervaring van dit scenario en
kan je deskundig advies geven.
Grant
Forrest
Referenties: The Golden
Hamster - its Biology and Use in Medical Research
Chapter 3 Hibernation and Effects of Temperature Roger A. Hoffman