Als kind had ik al drie hamsters, maar nu heb
ik er veel meer. Ik heb zelf drie dwerghamsters en twee goudhamsters, maar ik
vang ook hamsters op die mensen niet meer kunnen houden. Ik heb nu elf
goudhamsters en acht dwerghamsters in de opvang zitten.
Het zijn grappige beestjes die heel actief zijn. Ik vind het leuk om naar hun
gedrag te kijken. Ik haal ze zoveel mogelijk uit de kooi om ermee te spelen. Dat
vinden ze leuk. Ik neem ze gezellig op schoot en laat ze in de loopbal spelen.
Ook de opvangdieren probeer ik dagelijks even uit hun verblijf te halen.
Mensen doen de diertjes vaak weg omdat zij of de kinderen er allergisch voor
zijn. Of omdat ze hun kind hebben gebeten. Dat kan wel eens gebeuren. Als
hamsters slapen en je maakt ze plotseling wakker, schrikken ze. Van schrik
kunnen ze gaan bijten. Maar het zijn geen agressieve dieren van zichzelf.
Ik probeer voor de opvangdieren weer een goed tehuis te vinden. Maar ik geef ze
nooit zomaar mee. Ik wil zeker weten dat de nieuwe mensen er goed voor zorgen.
Daar hebben de diertjes recht op.
Roy Blom, Enschede
Artikel Trots op zijn hamsters, Tubantia
Foto van Rikkert Harink