Natstaart bij de Syrische hamster

Natstaart is ťťn van de meest bekende en gevreesde ziekten bij de Syrische hamster. Terecht, want het is een ziekte die veel voorkomt, ernstige gevolgen heeft en zeer besmettelijk is. Des te verbazingwekkender is het, dat er onder hamstereigenaren nog zo veel misverstanden heersen over deze ziekte.

Als je op internet gaat zoeken zul je merken dat verschillende artikelen het absoluut niet eens zijn over de verwekker van natstaart en de juiste therapie. Over de mogelijke diagnostiek wordt helemaal haast nergens gesproken. Ook dierenartsen zijn vaak weinig bekend met de mogelijkheden voor therapie en diagnostiek bij natstaart.

Doordat er bij eigenaren en dierenartsen zo weinig kennis is over deze ziekte kunnen veel problemen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het aanschaffen van een nieuwe hamster kort nadat de vorige aan natstaart is overleden. De kans is zeer groot dat ook deze hamster door de ziekte getroffen zal worden. Daarom heb ik geprobeerd met alle mij beschikbare diergeneeskundige literatuur een overzicht te krijgen van deze ziekte. In dit stuk behandel ik alle onderdelen van natstaart die van belang zijn voor de houder van een of meer Syrische hamsters, waaronder de symptomen, diagnostiek, de verwekkers en de mogelijkheden voor behandeling en voorkůming van natstaart.

Symptomen

Natstaart, ook bekend als ďwet tail diseaseĒ en ďproliferatieve ileitisĒ is een ziekte die soortspecifiek is voor de Syrische hamster. Jonge hamsters in de leeftijd tussen drie en acht weken zijn het meest gevoelig, hoewel de ziekte in principe op alle leeftijden kan optreden.

Als een hamster besmet is met natstaart duurt het gemiddeld een week voordat het dier ziek wordt. Deze symptoomloze periode, de incubatietijd genoemd, kan tot twee weken oplopen. Een hamster met natstaart krijgt een ernstige, stinkende, waterige diarree, soms met bloed bijmenging. Het dier is ernstig ziek, sloom en eet en drinkt weinig tot niets meer. Kenmerkend is dat de achterhand van aangedane hamsters helemaal nat is, dus niet alleen wat diarree rond de anus. Soms wordt de diarree voorafgegaan door een korte periode van prikkelbaarheid, bijterigheid of geÔrriteerdheid.

Door de ernstige diarree raakt een hamster met natstaart al snel uitgedroogd. Als eigenaar kun je dit merken door naar de huid van je hamster te kijken. Als je een plooi van de huid optilt, moet die normaal vrijwel meteen weer terug schieten. Als een hamster echter uitgedroogd is blijft die plooi een tijdje staan.

Het sterftepercentage is zeer hoog: zonder behandeling sterft 90% van de zieke dieren. De dieren overlijden meestal binnen 1 tot 3 dagen nadat de diarree is begonnen. De belangrijkste doodsoorzaak is uitdroging. Ook met de juiste, intensieve behandeling is de sterfte nog hoog: rond de 50%.

Als een hamster de infectie overleeft kunnen er nog verschillende ernstige complicaties optreden. Bekend zijn onder andere een verstopping van de dunne darm, buikvliesontsteking en rectumprolaps (een aandoening waarbij een stuk darm binnenstebuiten uit de anus steekt). Als er geen complicaties optreden en de hamster de ziekte overleeft worden er antistoffen aangemaakt, waardoor het dier levenslange immuniteit tegen natstaart ontwikkelt.

Natstaart is een zeer besmettelijke aandoening, die vooral via de ontlasting van aangedane hamsters wordt verspreid. Andere hamsters besmetten zichzelf door direct of indirect contact met deze ontlasting. Het aantal hamsters dat in een hamstery ziek wordt bij een introductie van natstaart kan sterk variŽren.

Verwekkers

Een aantal verschillende verwekkers worden genoemd als veroorzaker van natstaart. In verschillende handboeken en artikelen worden genoemd: Lawsonia intracellularis, Campylobacter, E coli, Clostridium, Proteus, Pasteurella, Pseudomonas, Cryptosporidium en Giardia. Al deze verwekkers zijn geÔsoleerd uit hamsters met natstaart. Echter alleen met Lawsonia intracellularis en Campylobacter bleek het mogelijk om natstaart kunstmatig op te wekken bij Syrische hamsters. Dit doet vermoeden dat deze bacteriŽn de werkelijke veroorzakers van de ziekte zijn, terwijl de andere genoemde bacteriŽn waarschijnlijk secundair zijn. Dit wil zeggen dat ze door de al aanwezige infectie de kans hebben gekregen om ook aan te slaan.

Lawsonia intracellularis is een Gram-negatieve bacterie die niet buiten de cellen van de gastheer kan overleven. Deze bacterie is bij een aantal verschillende diersoorten betrokken bij het veroorzaken van natstaart-achtige problemen. Campylobacter is ook een Gram-negatieve bacterie die bij zeer veel verschillende diersoorten, waaronder ook de mens, diarree kan veroorzaken.

Natstaart is een multifactoriŽle ziekte: behalve deze bacteriŽn zijn er een aantal andere belangrijke factoren die bepalen of een hamster natstaart krijgt of niet. Als risicofactoren worden onder andere stress, slechte hygiŽne, overbezetting en verandering van omgeving genoemd. Ook andere (virus-)ziekten en een verminderde afweer kunnen de kans op natstaart verhogen.

Diagnostiek

Meestal wordt de diagnose natstaart alleen op basis van de symptomen gesteld door de dierenarts. In de meeste gevallen zal dit voldoende zijn: op basis hiervan kan al een therapie worden ingesteld. Voor eigenaars van meerdere hamsters en vooral fokkers kan het echter van belang zijn om een preciezere diagnose te stellen.

De diagnostiek van natstaart is niet altijd gemakkelijk maar er zijn een aantal opties die de moeite van het noemen waard zijn. De eerste mogelijkheid is een onderzoek van de ontlasting. Deze kan onder de microscoop bekeken worden en op kweek worden gezet. Campylobacter is met beide methoden aantoonbaar, en dat geldt ook voor een aantal van de secundaire verwekkers die bij natstaart gevonden worden. Lawsonia intracellularis is helaas noch microscopisch noch met een kweek aan te tonen. Dit komt omdat deze bacterie alleen in de cellen van de gastheer leeft, en dus niet los in de ontlasting te vinden of te kweken is. Een voordeel van een kweek is dat er ook meteen onderzocht kan worden voor welke antibiotica de bacterie gevoelig is. Hierdoor kan er dus gerichter behandeld worden.

Een tweede mogelijkheid is het aantonen van antilichamen. Dit is wťl mogelijk voor Lawsonia en is ook zeer betrouwbaar. Het belangrijkste nadeel is dat dit onderzoek twee keer uitgevoerd moet worden: direct als de hamster ziek is geworden en ongeveer 4 weken later. Deze mogelijkheid is dus alleen te benutten als de hamster de ziekte overleeft. Bovendien is de uitslag pas meer dan een maand nadat de eerste symptomen zichtbaar werden, beschikbaar. Aan het bepalen van de juiste behandeling levert dit onderzoek dus geen bijdrage.

Ten slotte is er de mogelijkheid van post-mortale diagnostiek. Als een hamster aan natstaart is overleden is het mogelijk sectie te laten doen. Bij een algemene sectie zijn de volgende bevindingen typerend voor natstaart: een acute ontsteking van de dunne darm en een verdikking van de wand van het laatste deel van de dunne darm. Verder zit er vocht in de wand van de dunne darm en zijn de lymfeknopen in de buik vergroot. De darminhoud is te dun, geel en slijmerig, en vaak vermengd met bloed.

Als bij algemene sectie, door de bovenstaande bevindingen, is gebleken dat de hamster aan natstaart overleden is, is het mogelijk om microscopisch onderzoek te doen. Hierbij moet zowel de darmwand als de darminhoud met speciale kleuringen worden onderzocht. Zowel Lawsonia als Campylobacter zijn op deze wijze met zekerheid vast te stellen.

Therapie en preventie

Als je bij een hamster natstaart vermoedt is het belangrijk zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan, zodat een goede behandeling ingesteld kan worden. Hoe eerder dit gebeurt, hoe groter de kans dat de hamster het overleeft. De behandeling van natstaart is een vrij intensieve. De belangrijkste onderdelen ervan zijn antibiotica en het tegengaan of opheffen van de uitdroging. Verder zijn aanvullende maatregelen als een strenge hygiŽne en quarantaine van zeer groot belang.

De bacteriŽn die natstaart veroorzaken zijn voor verschillende antibiotica gevoelig. De werkzame antibiotica zijn: Chlooramfenicol, Baytril, Tetracycline en Trimetoprim-sulfa combinaties. Aan een aantal van deze middelen kleven echter bezwaren. Tetracyclines mogen niet bij jonge dieren gebruikt worden vanwege het negatieve effect op de ontwikkeling van bot en tanden. Aangezien juist de jonge dieren het meest gevoelig zijn voor natstaart is dit middel dus minder bruikbaar. Chlooramfenicol is kankerverwekkend en mag daarom alleen gebruikt worden als er echt geen andere keus is. Trimetoprim-sulfa combinaties zijn goed werkzaam en hebben geen van deze bezwaren. Hetzelfde geldt voor Baytril. Uit diergeneeskundig oogpunt heeft Trimetoprim-sulfa de voorkeur, met het oog op het ontwikkelen van resistentie van bacteriŽn voor Baytril.

Het tweede belangrijke onderdeel van de therapie is het herstellen van de vochtbalans. Hiervoor zijn speciale vloeistoffen verkrijgbaar die via de mond gegeven kunnen worden, maar beter is het om vloeistof per injectie toe te dienen. De beste vloeistof om hiervoor te gebruiken is zogenaamde Ringer-lactaat oplossing. Dit is een infuusvloeistof die naast vocht ook de belangrijke zouten bevat die bij diarree verloren gaan. Het toedienen kan onderhuids of in het buikje. De laatste methode zal door de dierenarts gedaan moeten worden, de eerste kan de eigenaar eventueel zelf leren. Ondanks deze therapie moet men er toch rekening mee houden dat nog een aanzienlijk deel van de hamsters de ziekte niet zal overleven.

Dan zijn er nog een aantal belangrijke aanvullende maatregelen die genomen moeten worden. Omdat zowel door de diarree als door de antibiotica de normale darmflora van de hamster wordt aangetast, is het aan te raden zogenaamde probiotica te geven. Dit zijn preparaten waar bacteriŽn in zitten, die een deel zijn van de normale darmflora, en helpen deze weer op te bouwen. Voorbeelden zijn Yakultģ en Actimelģ.

Ook is het zeer belangrijk te zorgen voor een goede hygiŽne. De kooien van besmette hamsters moeten iedere dag worden schoongemaakt, om te voorkomen dat het dier zichzelf opnieuw besmet. Ook moeten besmette hamsters strikt gescheiden worden gehouden van niet besmette dieren. Dus besmette hamsters op een andere kamer, met eigen materialen, deze dieren als laatste verzorgen en alleen aanraken met handschoenen.

Als een hamster aan natstaart is overleden is het belangrijk de kooi zeer grondig te reinigen en te desinfecteren. Aangeraden wordt eerst een grondige reiniging met een sopje, vervolgens desinfectie met chloor, en daarna minimaal anderhalf a twee maanden leegstand. In deze tijd mogen er ook geen nieuwe hamsters de hamstery inkomen, of hamsters de hamstery uitgaan.

Preventief is het belangrijk iedere nieuwe hamster eerst minimaal twee weken in quarantaine te houden. Ook maakt het veel verschil waar je een nieuwe hamster koopt; als je een betrouwbare fokker hebt is de kans veel kleiner dat je een besmette hamster binnenhaalt. Verder zijn natuurlijk een goede voeding, regelmatig de kooien verschonen en het voorkomen van overbezetting essentieel.

Er zijn mensen die preventief antibiotica door het drinkwater geven om natstaart te voorkůmen. Uit onderzoek blijkt echter dat dit waarschijnlijk alleen maar averechts werkt. Deze antibiotica onderdrukken de symptomen, maar voorkomen niet dat een hamster besmet raakt. Verder zijn er aanwijzingen dat de hamsters na het stoppen met de antibiotica extra gevoelig zijn voor ziektes, waaronder natstaart. Deze methode van preventie zou ik dus met klem afraden.

Tot slot

Natstaart is een zeer ernstige en besmettelijke ziekte, waar met recht veel angst voor is onder hamsterliefhebbers. Echter met de juiste therapie, diagnostiek en preventieve maatregen kunnen een aantal van de door deze ziekte veroorzaakte problemen voorkomen worden. Jammer genoeg is er nog te weinig kennis over deze ziekte, zowel onder hamsterliefhebbers als onder dierenartsen. Ik hoop dat dit artikel een stapje in de goede richting is naar meer kennis over natstaart, en daarmee minder en minder ernstige uitbraken van deze ziekte.

Drs. Miriam M.J. Kool

Voor dit stuk zijn de volgende boeken en artikelen gebruikt als informatiebron:
Van Hoosier jr., G. L. McPherson, C. W., Laboratory Hamsters, Academic press inc., 1987, 1e druk.
Gabrisch, K., Zwart, P., Krankheiten der Heimtiere, SchlŁtersche GmbH & Co. KG, 2001, 5e druk.
Richardson, V. C. G., Diseases of small domestic rodents, Blackwell publishing Ltd., 2003, 2 e druk.
Queensberry, K.E., Carpenter J., Ferrets, rabbits and rodents; clinical medicine and surgery, Saunders uitgeverij, 2004, 2 e druk.
Aldova E., Lhotova H., On the microbiological diagnostics of Campylobacter jejuni, J. Hyg Epidemiol Microbiol Immunolog, 35 (2): 199-207, 1991.
Washington, J. A., Laboratory procedures in clinical microbiology, Springer-Verlag New York Inc., 1981, 1e druk.
Carter, G. R., Cole jr., J. R., Diagnostic procedures in veterinary bacteriology and mycology, Academic Press Inc., 1990, 5e druk.
Balows, A., Hausler jr., W. J., Diagnostic procedures for bacterial, mycotic and parasitic infections, American public health association inc., 1981, 6 e druk.
Fessia, S. et al., Diagnostic clinical microbiology, W. B. Saunders company, 1988, 1e druk.
Stills, jr., H. F., Isolation of an intracellular bacterium from hamsters (Mesocricetus auratus) with proliferative ileitis and reproduction of the disease with a pure culture, Infection and Immunity, 59 (9): 3227-3236, 1991.
Frisk, S., Wagner, J. E., Experimental hamster enteritis: an electron microscopic study, Am. J. Vet. Res., 38 (1), 1861-1867, 1977.
Carpenter, J.W., Exotic animal formulary, Elsevier Saunders, 3e druk, 2005