Natstaart bij de Syrische hamster
Drs. Miriam M.J. Kool
Natstaart is één van de meest bekende en gevreesde ziekten
bij de Syrische hamster. Terecht, want het is een ziekte die veel voorkomt,
ernstige gevolgen heeft en zeer besmettelijk is. Des te verbazingwekkender is
het, dat er onder hamstereigenaren nog zo veel misverstanden heersen over deze
ziekte.
Als je op internet gaat zoeken zul je merken dat
verschillende artikelen het absoluut niet eens zijn over de verwekker van
natstaart en de juiste therapie. Over de mogelijke diagnostiek wordt helemaal
haast nergens gesproken. Ook dierenartsen zijn vaak weinig bekend met de
mogelijkheden voor therapie en diagnostiek bij natstaart.
Doordat er bij eigenaren en dierenartsen zo weinig kennis
is over deze ziekte kunnen veel problemen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het
aanschaffen van een nieuwe hamster kort nadat de vorige aan natstaart is
overleden. De kans is zeer groot dat ook deze hamster door de ziekte getroffen
zal worden. Daarom heb ik geprobeerd met alle mij beschikbare diergeneeskundige
literatuur een overzicht te krijgen van deze ziekte. In dit stuk behandel ik
alle onderdelen van natstaart die van belang zijn voor de houder van een of meer
Syrische hamsters, waaronder de symptomen, diagnostiek, de verwekkers en de
mogelijkheden voor behandeling en voorkóming van natstaart.
Symptomen
Natstaart, ook bekend als “wet tail disease” en
“proliferatieve ileitis” is een ziekte die soortspecifiek is voor de Syrische
hamster. Jonge hamsters in de leeftijd tussen drie en acht weken zijn het meest
gevoelig, hoewel de ziekte in principe op alle leeftijden kan optreden.
Als een hamster besmet is met natstaart duurt het gemiddeld
een week voordat het dier ziek wordt. Deze symptoomloze periode, de
incubatietijd genoemd, kan tot twee weken oplopen. Een hamster met natstaart
krijgt een ernstige, stinkende, waterige diarree, soms met bloed bijmenging. Het
dier is ernstig ziek, sloom en eet en drinkt weinig tot niets meer. Kenmerkend
is dat de achterhand van aangedane hamsters helemaal nat is, dus niet alleen wat
diarree rond de anus. Soms wordt de diarree voorafgegaan door een korte periode
van prikkelbaarheid, bijterigheid of geïrriteerdheid.
Door de ernstige diarree raakt een hamster met natstaart al
snel uitgedroogd. Als eigenaar kun je dit merken door naar de huid van je
hamster te kijken. Als je een plooi van de huid optilt, moet die normaal vrijwel
meteen weer terug schieten. Als een hamster echter uitgedroogd is blijft die
plooi een tijdje staan.
Het sterftepercentage is zeer hoog: zonder behandeling
sterft 90% van de zieke dieren. De dieren overlijden meestal binnen 1 tot 3
dagen nadat de diarree is begonnen. De belangrijkste doodsoorzaak is uitdroging.
Ook met de juiste, intensieve behandeling is de sterfte nog hoog: rond de 50%.
Als een hamster de infectie overleeft kunnen er nog
verschillende ernstige complicaties optreden. Bekend zijn onder andere een
verstopping van de dunne darm, buikvliesontsteking en rectumprolaps (een
aandoening waarbij een stuk darm binnenstebuiten uit de anus steekt). Als er
geen complicaties optreden en de hamster de ziekte overleeft worden er
antistoffen aangemaakt, waardoor het dier levenslange immuniteit tegen natstaart
ontwikkelt.
Natstaart is een zeer besmettelijke aandoening, die vooral
via de ontlasting van aangedane hamsters wordt verspreid. Andere hamsters
besmetten zichzelf door direct of indirect contact met deze ontlasting. Het
aantal hamsters dat in een hamstery ziek wordt bij een introductie van natstaart
kan sterk variëren.
Verwekkers
Een aantal verschillende verwekkers worden genoemd als
veroorzaker van natstaart. In verschillende handboeken en artikelen worden
genoemd: Lawsonia intracellularis, Campylobacter, E coli, Clostridium, Proteus,
Pasteurella, Pseudomonas, Cryptosporidium en Giardia. Al deze verwekkers zijn
geïsoleerd uit hamsters met natstaart. Echter alleen met Lawsonia
intracellularis en Campylobacter bleek het mogelijk om natstaart kunstmatig op
te wekken bij Syrische hamsters. Dit doet vermoeden dat deze bacteriën de
werkelijke veroorzakers van de ziekte zijn, terwijl de andere genoemde bacteriën
waarschijnlijk secundair zijn. Dit wil zeggen dat ze door de al aanwezige
infectie de kans hebben gekregen om ook aan te slaan.
Lawsonia intracellularis is een Gram-negatieve bacterie die
niet buiten de cellen van de gastheer kan overleven. Deze bacterie is bij een
aantal verschillende diersoorten betrokken bij het veroorzaken van
natstaart-achtige problemen. Campylobacter is ook een Gram-negatieve bacterie
die bij zeer veel verschillende diersoorten, waaronder ook de mens, diarree kan
veroorzaken.
Natstaart is een multifactoriële ziekte: behalve deze
bacteriën zijn er een aantal andere belangrijke factoren die bepalen of een
hamster natstaart krijgt of niet. Als risicofactoren worden onder andere stress,
slechte hygiëne, overbezetting en verandering van omgeving genoemd. Ook andere
(virus-)ziekten en een verminderde afweer kunnen de kans op natstaart verhogen.
Diagnostiek
Meestal wordt de diagnose natstaart alleen op basis van de
symptomen gesteld door de dierenarts. In de meeste gevallen zal dit voldoende
zijn: op basis hiervan kan al een therapie worden ingesteld. Voor eigenaars van
meerdere hamsters en vooral fokkers kan het echter van belang zijn om een
preciezere diagnose te stellen.
De diagnostiek van natstaart is niet altijd gemakkelijk
maar er zijn een aantal opties die de moeite van het noemen waard zijn. De
eerste mogelijkheid is een onderzoek van de ontlasting. Deze kan onder de
microscoop bekeken worden en op kweek worden gezet. Campylobacter is met beide
methoden aantoonbaar, en dat geldt ook voor een aantal van de secundaire
verwekkers die bij natstaart gevonden worden. Lawsonia intracellularis is helaas
noch microscopisch noch met een kweek aan te tonen. Dit komt omdat deze bacterie
alleen in de cellen van de gastheer leeft, en dus niet los in de ontlasting te
vinden of te kweken is. Een voordeel van een kweek is dat er ook meteen
onderzocht kan worden voor welke antibiotica de bacterie gevoelig is. Hierdoor
kan er dus gerichter behandeld worden.
Een tweede mogelijkheid is het aantonen van antilichamen.
Dit is wél mogelijk voor Lawsonia en is ook zeer betrouwbaar. Het belangrijkste
nadeel is dat dit onderzoek twee keer uitgevoerd moet worden: direct als de
hamster ziek is geworden en ongeveer 4 weken later. Deze mogelijkheid is dus
alleen te benutten als de hamster de ziekte overleeft. Bovendien is de uitslag
pas meer dan een maand nadat de eerste symptomen zichtbaar werden, beschikbaar.
Aan het bepalen van de juiste behandeling levert dit onderzoek dus geen
bijdrage.
Ten slotte is er de mogelijkheid van post-mortale
diagnostiek. Als een hamster aan natstaart is overleden is het mogelijk sectie
te laten doen. Bij een algemene sectie zijn de volgende bevindingen typerend
voor natstaart: een acute ontsteking van de dunne darm en een verdikking van de
wand van het laatste deel van de dunne darm. Verder zit er vocht in de wand van
de dunne darm en zijn de lymfeknopen in de buik vergroot. De darminhoud is te
dun, geel en slijmerig, en vaak vermengd met bloed.
Als bij algemene sectie, door de bovenstaande bevindingen,
is gebleken dat de hamster aan natstaart overleden is, is het mogelijk om
microscopisch onderzoek te doen. Hierbij moet zowel de darmwand als de
darminhoud met speciale kleuringen worden onderzocht. Zowel Lawsonia als
Campylobacter zijn op deze wijze met zekerheid vast te stellen.
Therapie en preventie
Als je bij een hamster natstaart vermoedt is het belangrijk
zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan, zodat een goede behandeling
ingesteld kan worden. Hoe eerder dit gebeurt, hoe groter de kans dat de hamster
het overleeft. De behandeling van natstaart is een vrij intensieve. De
belangrijkste onderdelen ervan zijn antibiotica en het tegengaan of opheffen van
de uitdroging. Verder zijn aanvullende maatregelen als een strenge hygiëne en
quarantaine van zeer groot belang.
De bacteriën die natstaart veroorzaken zijn voor
verschillende antibiotica gevoelig. De werkzame antibiotica zijn:
Chlooramfenicol, Baytril, Tetracycline en Trimetoprim-sulfa combinaties. Aan een
aantal van deze middelen kleven echter bezwaren. Tetracyclines mogen niet bij
jonge dieren gebruikt worden vanwege het negatieve effect op de ontwikkeling van
bot en tanden. Aangezien juist de jonge dieren het meest gevoelig zijn voor
natstaart is dit middel dus minder bruikbaar. Chlooramfenicol is
kankerverwekkend en mag daarom alleen gebruikt worden als er echt geen andere
keus is. Trimetoprim-sulfa combinaties zijn goed werkzaam en hebben geen van
deze bezwaren. Hetzelfde geldt voor Baytril. Uit diergeneeskundig oogpunt heeft
Trimetoprim-sulfa de voorkeur, met het oog op het ontwikkelen van resistentie
van bacteriën voor Baytril.
Het tweede belangrijke onderdeel van de therapie is het
herstellen van de vochtbalans. Hiervoor zijn speciale vloeistoffen verkrijgbaar
die via de mond gegeven kunnen worden, maar beter is het om vloeistof per
injectie toe te dienen. De beste vloeistof om hiervoor te gebruiken is
zogenaamde Ringer-lactaat oplossing. Dit is een infuusvloeistof die naast vocht
ook de belangrijke zouten bevat die bij diarree verloren gaan. Het toedienen kan
onderhuids of in het buikje. De laatste methode zal door de dierenarts gedaan
moeten worden, de eerste kan de eigenaar eventueel zelf leren. Ondanks deze
therapie moet men er toch rekening mee houden dat nog een aanzienlijk deel van
de hamsters de ziekte niet zal overleven.
Dan zijn er nog een aantal belangrijke aanvullende
maatregelen die genomen moeten worden. Omdat zowel door de diarree als door de
antibiotica de normale darmflora van de hamster wordt aangetast, is het aan te
raden zogenaamde probiotica te geven. Dit zijn preparaten waar bacteriën in
zitten, die een deel zijn van de normale darmflora, en helpen deze weer op te
bouwen. Voorbeelden zijn Yakult® en Actimel®.
Ook is het zeer belangrijk te zorgen voor een goede
hygiëne. De kooien van besmette hamsters moeten iedere dag worden schoongemaakt,
om te voorkomen dat het dier zichzelf opnieuw besmet. Ook moeten besmette
hamsters strikt gescheiden worden gehouden van niet besmette dieren. Dus
besmette hamsters op een andere kamer, met eigen materialen, deze dieren als
laatste verzorgen en alleen aanraken met handschoenen.
Als een hamster aan natstaart is overleden is het
belangrijk de kooi zeer grondig te reinigen en te desinfecteren. Aangeraden
wordt eerst een grondige reiniging met een sopje, vervolgens desinfectie met
chloor, en daarna minimaal anderhalf a twee maanden leegstand. In deze tijd
mogen er ook geen nieuwe hamsters de hamstery inkomen, of hamsters de hamstery
uitgaan.
Preventief is het belangrijk iedere nieuwe hamster eerst
minimaal twee weken in quarantaine te houden. Ook maakt het veel verschil waar
je een nieuwe hamster koopt; als je een betrouwbare fokker hebt is de kans veel
kleiner dat je een besmette hamster binnenhaalt. Verder zijn natuurlijk een
goede voeding, regelmatig de kooien verschonen en het voorkomen van
overbezetting essentieel.
Er zijn mensen die preventief antibiotica door het
drinkwater geven om natstaart te voorkómen. Uit onderzoek blijkt echter dat dit
waarschijnlijk alleen maar averechts werkt. Deze antibiotica onderdrukken de
symptomen, maar voorkomen niet dat een hamster besmet raakt. Verder zijn er
aanwijzingen dat de hamsters na het stoppen met de antibiotica extra gevoelig
zijn voor ziektes, waaronder natstaart. Deze methode van preventie zou ik dus
met klem afraden.
Tot slot
Natstaart is een zeer ernstige en besmettelijke ziekte,
waar met recht veel angst voor is onder hamsterliefhebbers. Echter met de juiste
therapie, diagnostiek en preventieve maatregen kunnen een aantal van de door
deze ziekte veroorzaakte problemen voorkomen worden. Jammer genoeg is er nog te
weinig kennis over deze ziekte, zowel onder hamsterliefhebbers als onder
dierenartsen. Ik hoop dat dit artikel een stapje in de goede richting is naar
meer kennis over natstaart, en daarmee minder en minder ernstige uitbraken van
deze ziekte.
Drs. Miriam M.J. Kool
Voor vragen of
opmerkingen kunt u contact opnemen met Miriam Kool (hamstery_jade@hotmail.com)
Voor dit stuk zijn de
volgende boeken en artikelen gebruikt als informatiebron:
Van Hoosier
jr., G. L. McPherson, C. W.,
Laboratory Hamsters, Academic press inc., 1987, 1e druk.
Gabrisch, K., Zwart, P.,
Krankheiten der Heimtiere, Schlütersche GmbH & Co.
KG, 2001, 5e druk.
Richardson,
V. C. G., Diseases of
small domestic rodents, Blackwell publishing Ltd., 2003, 2
e druk.
Queensberry, K.E., Carpenter J.,
Ferrets, rabbits and rodents; clinical medicine and surgery, Saunders uitgeverij,
2004, 2 e druk.
Aldova E.,
Lhotova H., On the
microbiological diagnostics of Campylobacter jejuni, J. Hyg Epidemiol
Microbiol Immunolog, 35 (2): 199-207, 1991.
Washington,
J. A., Laboratory
procedures in clinical microbiology, Springer-Verlag New York Inc., 1981, 1e
druk.
Carter, G.
R., Cole jr., J. R.,
Diagnostic procedures in veterinary bacteriology and mycology, Academic Press
Inc., 1990, 5e druk.
Balows, A.,
Hausler jr., W. J.,
Diagnostic procedures for bacterial, mycotic and parasitic infections, American
public health association inc., 1981, 6 e druk.
Fessia, S.
et al., Diagnostic
clinical microbiology, W. B. Saunders company, 1988, 1e druk.
Stills,
jr., H. F., Isolation of
an intracellular bacterium from hamsters (Mesocricetus auratus) with
proliferative ileitis and reproduction of the disease with a pure culture,
Infection and Immunity, 59 (9): 3227-3236, 1991.
Frisk, S.,
Wagner, J. E.,
Experimental hamster enteritis: an electron microscopic study, Am. J. Vet.
Res., 38 (1), 1861-1867, 1977.
Carpenter,
J.W., Exotic animal
formulary, Elsevier Saunders, 3e druk, 2005