De Syrische hamster (Mesocricetus auratus), vergelijking van de wildvang en de gedomesticeerde goudhamster

Artikel van Dr. Marcel A.G. van der Heyden

Geschiedenis van de laboratorium- en huis-hamster
De Syrische hamster, ofwel goudhamster, is tegenwoordig een zeer populair huisdier. Vergeleken met de poes en de hond, heeft de Syrische hamster deze status in een relatief korte tijd verworven. De eerste beschrijving van de Syrische hamster stamt uit 1797 in het boek “History of Aleppo” van Alexander en Patrick Russel. Hierin staan beschrijvingen van de natuur in de omgeving van Aleppo, Syrië. Er wordt een hamster beschreven die zijn wangzakken met erwten volgestopt heeft. In 1839 werd de Syrische hamster voor de eerste maal “wetenschappelijk beschreven” door G.R. Waterhouse. Deze eerste beschrijving kwam tot stand op basis van een pels en schedel van een volwassen vrouwtje. In 1898 maakte Alfred Nehring een hamsterindeling, waarbij de grote soorten (Cricetus, bv. de Europese hamster) en dwergsoorten (Cricetulus, bv. de Chinese dwerghamster) gescheiden werden door de middelgrote soorten (Mesocricetus, bv. de Syrische hamster).


De Syrische hamster als huisdier

De moderne geschiedenis van de Syrische hamster begint in 1930. In die tijd onderzocht parasitoloog Saul Adler van de universiteit van Jeruzalem de ziekte huidleishmaniasis, ook wel oriëntzweer of Aleppobuil genoemd. Tot dan toe werden daarvoor Chinese dwerghamsters (Cricetulus griseus) gebruikt maar omdat die zich echter slecht voorplantten in gevangenschap, werd een expeditie op touw gezet om een foklijn van een andere hamstersoort C. migratorius op zetten. Eén van de deelnemers van de expeditie, veldbioloog Israel Aharoni, wist echter van het bestaan van de Syrische hamster. De expeditie ging op weg naar Antiochia (het tegenwoordige Antakya) en verbleef gedurende de reis acht dagen in de buurt van Aleppo. Daar werden op 12 april een aantal Syrische hamsterburchten uitgegraven. In één hiervan werd een vrouwtje gevangen met 11 jongen van ongeveer 2,5 cm groot. Nadat het gestresste vrouwtje één jong had doodgebeten werd zij gedood en de tien resterende jongen werden met de hand grootgebracht. Na enkele ontsnappingen waren er uiteindelijk nog maar drie mannetjes en één vrouwtje over. Dit vrouwtje kan de Eva van de huidige gedomesticeerde Syrische hamsters genoemd worden. De expeditie bracht ook een aantal C. migratorius mee, maar die wilden zich in gevangenschap niet voortplanten, en waren dus ongeschikt voor het uiteindelijke doel: onderzoek naar Aleppobuil. Dit in tegenstelling tot de Syrische hamster.

Op 18 augustus 1930 werden de eerste jongen in gevangenschap geboren. In dat eerste jaar werden er in totaal 150 jongen geboren en begon de Syrische hamster aan zijn bestaan als proefdier. In 1931 werden de eerste Syren naar Frankrijk en Engeland gebracht. In Engeland werden in 1937 de eerste dieren aan hobby fokkers overgedragen en begon de Syr aan zijn bestaan als knuffeldier, niet in de laatste plaats door opzetten van de eerste hamsterfokkerij door Percy Parslow in Great Bookham, Engeland. In 1938 werden de eerste dieren uitgevoerd naar de Verenigde Staten en een jaar later naar India en Egypte. In 1944 werd er in Rio de Janeiro (Brazilië) een hamsterfokkerij opgezet. De Syrische hamster werd steeds populairder als huisdier en proefdier. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw zijn er in de buurt van Aleppo opnieuw Syrische hamsters gevangen, maar in welke mate die verder vermengd zijn onder de al bestaande gedomesticeerde populatie is onduidelijk. Het is te verwachten dat vrijwel alle huidige huis- en laboratorium-hamsters afstammen van de vier, in 1930 gevangen dieren. Volgens de huidige schattingen zijn er wereldwijd momenteel zo'n 7 tot 8 miljoen huishamsters.

De Gattermann expedities
In september 1997 en maart 1999 werden er opnieuw expedities op touw gezet, ditmaal vanuit de Universiteit van Halle, Duitsland, en onder leiding van Rolf Gattermann. Het doel was om meer te weten te komen over het verspreidingsgebied, de aanwezigheid van de Syrische hamster in Noord-Syrië en om hamsters te vangen voor genetisch, zoölogisch en gedragsonderzoek.

Tijdens de 1997 expeditie lukte het niet om hamsters te vangen, maar naar aanleiding van vele interviews met plaatselijke bewoners lukte het wel een verspreidingskaart te maken. Een jaar later kon Mohammed Abiad één mannetje en twee vrouwtjes vangen en bracht ze over naar Halle, waaruit op 28 augustus 1998 de eerste 12 jongen geboren werden. Uit genetische studies bleek inderdaad dat deze wildvang hamsters genetisch verschillend waren van de laboratorium hamsters en dat er dus sprake was van een nieuwe stam Syrische hamsters. De genetische variabiliteit in de laboratorium hamsters was drie keer zo laag als die in wildvang hamsters, wat natuurlijk niet verwonderlijk is met een geschiedenis van bijna 70 jaar inteelt. De 1999 expeditie had meer succes en er werden 30 burchten in kaart gebracht, waarvan er 23 geheel werden opgemeten. In totaal werden er dertien hamsters (7 mannetjes en 6 vrouwtjes) gevangen en overgebracht naar Halle.

Het huidige verspreidingsgebied ligt in de dichtbewoonde, vruchtbare landbouwgebieden op het Aleppiaans plateau. Het gebied ligt op 280 tot 380 meter boven zee niveau en is slechts 10.000 tot 15.000 vierkante kilometer groot en is daarmee vergelijkbaar met de provincies Zuid-Limburg, Noord-Brabant en Gelderland samen. Het spreidt zich uit ten noorden en zuiden van de stad Aleppo. De westelijke en noordelijke begrenzingen worden gevormd door het Noord-Syrisch massief en de Turkse Taurus bergen. In het oosten wordt het gebied begrensd door de rivier de Eufraat en ten zuiden ligt een steenachtige steppe. Wanneer men ervan uitgaat dat de hamsterdichtheid in dit gebied vergelijkbaar is met de Europese hamster (Cricetus cricetus, 0.5-2 burchten per hectare) dan kan het totale aantal in het wild levende Syrische hamsters geschat worden op 50.000 tot 200.000 dieren. Dit aantal wordt sterk bedreigd door de enorme bevolkingsgroei in dit gebied, veranderende landbouwtechnieken en bestrijding door boeren die de hamster als plaagdier zien.


Het verspreidingsgebied (geel) van de Syrische hamster

De gemiddelde temperatuur in dit gebied ligt 's winters rond 10 graden Celsius, er zijn vorst en sneeuw perioden en er zijn minimum temperaturen van -4 tot -9 graden Celsius waargenomen. In de zomerperiode werden midden op de dag waarden van ongeveer 36 graden gemeten en de temperatuur zakte tot 31 graden vlak voor zonsondergang. Rond middernacht, wanneer de hamsters actief worden is het in de zomer 15 graden, 's morgens vroeg is het 6 graden. De temparaturen in de kraamkamer van de hamsterburcht is constant 12 graden.

De onderzochtte burchten bevonden zich voornamelijk op velden met éénjarige gewassen. De diepte van een hamsterburcht varieerde van 36 tot 106 centimeter. De gemiddelde lengte van de tunnels was bijna 2 meter, maar ook lengtes van meer dan 9 meter zijn waargenomen. De ingang was 4-5 centimeter in diameter en leidde naar een verticale tunnelbuis van 18 tot 45 cm lang. Bij bewoonde burchten was de verticale tunnelpijp altijd van binnenuit afgesloten met een prop aarde van 5 tot 10 cm. Deze dient waarschijnlijk om roofdieren en overvloedige regenval buiten te houden. Na de verticale tunnelbuis werd de tunnel vlakker en liep dan langzaam af naar de nestkamer. Deze nestkamer was 10 tot 20 cm breed en het dak hiervan bevond zich zo'n 60 cm onder het oppervlak. De kamer bevatte een rond nest, meestal van droog plantaardig materiaal, maar soms ook met textiel, vogelveren of gescheurd plastic. Vanuit de nestkamer ontsprongen minimaal twee nieuwe tunnels. Eén daarvan, waarschijnlijk de plasplaats, was 10-15 cm lang en liep dood. De ander tunnel(s) waren ongeveer één tot anderhalve meter lang en gingen verder de diepte in. en werden voornamelijk gebruikt voor voedselopslag. Voor de winterslaap periode werden ze volgestouwd met allerlei granen, in de zomerperiode werd er voornamelijk wat groenvoer bewaard. Er was geen verschil tussen de burchten van vrouwtjes en mannetjes. In de velden rond Azaz werd gemiddeld 1 burcht per 2 hectare gevonden.

Uit onderzoek is gebleken dat hamsters die al generaties lang in gevangenschap leven, precies dezelfde burchten bouwen als hun verwanten in het wild. Dit is dus heel duidelijk een genetisch bepaalde gedragseigenschap. Interessant is ook, dat er altijd maar één hamster kan floreren in een beperkte ruimte. Wanneer er meerdere hamsters aanwezig zijn, bijvoorbeeld in een kasje van 8 vierkante meter, dan zal de dominante hamster de kleine noodburchten van de anderen plunderen en vernietigen. Syrische hamsters zijn dus duidelijk solitair levende dieren die een sterk territoriaal gedrag hebben. De flinke afstanden tussen de burchten, zoals in de buurt van Aleppo waargenomen, zijn zeker geen overbodige luxe.

Vergelijking van laboratorium met wildvang hamsters
In 1999 werden dertien Syrische hamsters in hun natuurlijke verspreidingsgebied in Noord-Syrië gevangen en overgebracht zijn naar de Universiteit van Halle. De mannetjes wogen gemiddeld 99.5 gram en de volwassen vrouwtjes wogen gemiddeld 76 gram. Dit gewicht is dus slechts de helft van de gemiddelde hamster die tegenwoordig op een tentoonstelling gekeurd wordt! In vergelijking met gewone laboratorium hamsters waren er niet direct duidelijke verschillen, alleen de kleur van de wilde hamsters was wat intenser. In Halle werd van de gevangen dieren een nieuwe fokgroep opgezet. De jongen van deze dieren (wildvang) werden op een groot aantal punten vergeleken met de gewone laboratorium hamsters.


De Syrische hamster als huisdier

65 laboratorium hamsters (lab hamster) en 39 wildvang hamsters (F2 en F3) werden na 30 dagen van hun moeder gehaald en individueel of groepsgewijs (3 hamsters per groep) gehuisvest, dit laatste om te kijken of dit van invloed was op de ontwikkeling. Van deze groepen moesten er 12 uit elkaar gehaald worden omdat er onderling teveel agressie was. Opmerkelijk was dat in 38,5% van de laboratorium groepen en 71,4% van de wildvang groepen agressie optrad, wat aangeeft dat de wildvang groepen onderling minder verdraagzaam zijn. Daarnaast bleek dat de vrouwen onderling minder verdraagzaam waren dan de mannen, onafhankelijk van de afkomst. De leefomstandigheden waren als volgt: de temperatuur was 21 graden, met 14 uur licht en 10 uur donker per 24 uur. De dieren zaten op houtkrullen en kregen pellet voer (ruw eiwit 19%, ruw vet 4,2%, ruwe vezel 5,8%, as 7,2%). De hamsters werden tweemaal per week gewogen totdat ze 22 weken oud waren. In beide groepen dieren, lab en wildvang hamsters, trad de sterkste groei op tussen de 2e en 6e week, maar de dieren bleven doorgroeien tot aan de 22e week. Het bleek dat de lab hamsters zwaarder werden dan de wildvang hamsters, een verschil dat pas begon op te treden nadat de jongen van de moeder gehaald waren. Ook aten de lab hamsters meer (zie Tabel 1). Dit verschil in gewicht werd vooral veroorzaakt doordat de lab hamsters meer vetvrije massa en meer lichaamsvocht hadden en dus niet doordat de lab hamsters meer vet hadden.

Tabel 1 Enkele gegevens van laboratorium en wildvang hamsters (F2 en F3) van 22 weken oud.

Laboratorium
32 m, 33 v

Wildvang
25 m, 14 v

Lichaamsgewicht141,4116,6*
Voedselopname7,55,7*
Lichaamslengte (mm)160,0165,1*
Oorlengte (mm)21,321,9*
Lengte achterpoot (mm)18,718,9
Lengte staart (mm)7,37,8

* Significant verschillend ten opzichte van laboratorium hamsters.

De wildvang hamsters waren gemiddeld iets langer en hadden iets langere oren. Wat verder nog opvallend is, is dat zowel in de lab als wildvang hamsters de mannetjes relatief meer lichaamsvet bezaten (25-27%) in tegenstelling tot de vrouwtjes (16-17%).

Het bleek verder dat de dieren die individueel opgroeiden lichter van gewicht bleven dan de dieren die in groepen van 3 opgroeiden, bijvoorbeeld in lab hamsters 121,9 gram tegenover 165,8 gram! De groepsdieren bezaten relatief ook meer lichaamsvet (±25-28%) dan individueel gehuisveste dieren (± 20%), deze waarden wijken af van de voorgaande omdat hier mannetjes en vrouwtjes bij elkaar genomen zijn. Ook aten de groepsgewijs gehuisveste dieren meer en werden langer dan solitair levende dieren. Dit effect werd zowel bij lab als wildvang hamsters gevonden.

Vervolgens werd er naar de verschillende organen gekeken en het bleek dat vooral de milt relatief zwaarder was in lab hamsters, terwijl er voor de nieren geen verschil gevonden werd. In de wildvang hamsters waren de teelballen, bijballen, de bijnieren en de eierstokker relatief iets lichter dan de lab hamsters, maar er werd geen verschil gevonden in relatief gewicht van de baarmoeder. Nota bene, in labhamsters maken de teelballen 3.6% uit van het totale lichaamsgewicht, en in wildvang hamsters is dat nog altijd 2.9%.


Een langhaar Syrische hamster in haar looprad

Hamsters worden veel gebruikt als proefdier bij onderzoek naar de regulatie van het natuurlijke dag/nacht ritme omdat dit in hamsters heel strak geregeld en voorspelbaar is en er daardoor dus goed gekeken kan worden naar de onderliggende hormonale systemen. Men kan zich echter afvragen of deze eigenschap van de lab hamsters veroorzaakt werd door de inkruisingen die in de loop der jaren opgetreden zijn, of dat dit ook een natuurlijke eigenschap van de Syrische hamster is. Daarom werden ook in dit opzicht de laboratorium hamsters vergeleken met de wildvang hamsters. De hamsters kregen een vaststaand dag/nacht ritme van 14 uur licht en 10 uur donker. De activiteit van de hamsters werd bekeken door infrarood camera's en door het registreren van de omwentelingen van het looprad dat de hamsters tot hun beschikking hadden. Er werden geen duidelijke verschillen gevonden tussen de lab hamsters en wildvang hamsters, in dit geval F1. Van de dagelijkse activiteit van de hamsters vond zo'n 80% plaats in de donkere periode. Het looprad werd eigenlijk alleen maar in de donkere periode gebruikt, maar opvallend genoeg waren de wildvang hamsters daarin drie keer zo actief als de lab hamsters. Lab hamsters maakten gemiddeld 5.306 omwentelingen per 24 uur, wildvang hamsters maar liefst 16.862 omwentelingen. Bij een groot rad is dit toch bijna 50 cm per omwenteling, wat neerkomt op ruim 8 km per etmaal voor de wildvang hamsters. Wanneer de dieren voor de duur van het experiment alleen maar in het donker gehouden werden, hielden ze toch hun normale ritme aan van 24 uur. Met andere woorden, ze werden altijd op dezelfde tijd wakker en waren op dezelfde tijd actief gedurende het etmaal.

Conclusies
De conclusie van dit verhaal is dat er nog veel Syrische hamsters leven in hun natuurlijke verspreidingsgebied dat ligt in het noorden van Syrië. We zijn wat meer te weten gekomen over hun natuurlijke levensomstandigheden en gedrag. De huidige laboratorium hamsters, en waarschijnlijk ook de huisdier hamsters, zijn wel wat verschillend vergeleken met hun wild soortgenoten, maar heel erg groot zijn de verschillend nu ook weer niet.

© Marcel van der Heyden 2007

Gebruikte literatuur:
Alderton D. Rodents of the world. Blanford, London 1999.

Gattermann R. 70 Jahre Goldhamster in menschlicher Obhut - wie gross sind die Unterschiede zu seinen wildlebenden Verwandten? Tierlaboratorium 23:86-99 (2000).

Gattermann R. Fritzsche P, Neumann K, Al-Hussein I, Kayser A, Abiad M, Yakti R. Notes on the current distribution and the ecology of wild golden hamsters (Mesocricetus auratus). J Zool, Lond. 254:359-365 (2001).

Gattermann R, Fritzsche P, Weinandy R, Neumann K. Comparative studies of body mass, body measurements and organ weights of wild-derived and laboratory golden hamsters (Mesocricetus auratus). Lab Anim 36:445-454 (2002).

Weinert D, Fritzsche P, Gattermann R. Activity rhythms of wild and laboratory golden hamsters (Mesocricetus auratus) under entrained and free-running conditions. Chronobiol Int 18:921-932 (2001).