Muizen zonder lichtreceptoren (kegeltjes en staafjes) in hun netvlies kunnen toch het licht-donkerritme van dag en nacht waarnemen, dankzij een netwerk van lichtgevoelige zenuwuitlopers in het netvlies. Ignacio Provencio en zijn collega's van de Uniformed Services University in Bethesda ontdekten dit lichtgevoelige zenuwnetwerk in het netvlies van muizen met behulp van fluorescerende antilichamen die gericht waren tegen het pigment melanopsine (Nature, 31 jan.).
Het is hoogst opmerkelijk dat het
lichtgevoelige zenuwnetwerk in het veel bestudeerde oog niet eerder is
opgevallen. Pas met een speciale kleuring die de exacte locatie van het
lichtgevoelige pigment melanopsine weergaf, openbaarde de structuur zich
aan de onderzoekers. Provencio en zijn collega's (die al langer
vermoedden dat melanopsine een rol speelt bij de regulatie van de
biolgische klok) zagen onder de microscoop een uitgebreid netwerk van
zenuwuitlopers oplichten.
Op een dwarsdoorsnede van het netvlies
was het lichtgevoelige netwerk zichtbaar als twee onderling verbonden
lagen van zenuwuitlopers die zich tussen de ganglia en de laag met
staafjes en kegeltjes bevomden. De ragfijne bedrading was verbonden met
de eveneens oplichtende cellichamen van de zogeheten retinale
ganglioncellen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat deze ganglioncellen
uitlopers hebben die in verbinding staan met de suprachiasmatische kern
(SCN) in de hersenen. Neurobiologen zien de SCN als `de zetel van de
biologische klok', de plaats waar het 24-uursritme van activiteit wordt
gegenereerd.
Om het verschil tussen dag en nacht waar
te nemen en het activiteitenpatroon daarop af te stemmen heeft een dier
een lichtdetectiesysteem nodig dat een algemene indruk geeft of het op
een bepaald moment `dag' of `nacht' is. In theorie zouden de kegeltjes
en staafjes deze rol kunnen vervullen, bijvoorbeeld door de totale
hoeveelheid opgevangen licht bij elkaar op te tellen of deze van een
bepaalde periode te middelen. Het nu gevonden lichtgevoelige
zenuwnetwerk duidt er echter op dat muizen, en misschien ook andere
(zoog-)dieren, hiervoor een apart anatomisch systeem hebben. Dat zou ook
een anatomische verklaring bieden voor een eerdere waarneming: blinde
muizen zonder staafjes en kegeltjes in ogen kunnen hun biologische klok
in een experimenteel veranderd licht-donkerregime nog wel bijstellen,
maar muizen waarvan beide ogen geheel verwijderd zijn reageren daar niet
meer op.
Uit NRC, 2 februari 2002