Door muizenjongen
van hun moeder te scheiden, bootste promovendus
Mathias Schmidt vroege
traumatische ervaringen na. Zijn onderzoek helpt depressie en andere
psychiatrische klachten te verklaren.
Hester
van Santen
Ratten die het in de eerste twee weken
van hun leven een heel etmaal zonder hun moeder moeten stellen,
kunnen daar later last van krijgen. Ze onthouden dan minder goed en
zijn angstiger, zo bleek de afgelopen jaren uit onderzoek. Een reden
kan zijn dat hun stress-systeem zich
verkeerd heeft ontwikkeld.
Mathias Schmidt
promoveerde vorige week bij de afdeling Medische Farmacologie van
het LACDR (Leiden/Amsterdam Center for
Drug Research) op onderzoek naar het
effect van deze ‘maternale deprivatie‘.
Hij deed zijn experimenten echter met muizen, en onderzocht in meer
detail hoe zo‘n vroege traumatische
ervaring leidt tot veranderingen in de hersenen en in de
hormoonhuishouding.
De studie naar stressvolle gebeurtenissen in de jeugd is belangrijk
voor de psychiatrie. Wat voor knaagdieren geldt, zou namelijk ook
het geval kunnen zijn bij mensen met een psychiatrische aandoening.
‘Bij depressie is ook sprake van een verhoogd basaal niveau van het
stress-systeem‘, aldus
Schmidt aan de telefoon vanaf zijn
nieuwe werkplek, het Max
Planck-instituut in
München. Zelfs bij het posttraumatisch
stress-syndroom en schizofrenie zou zo‘n
verstoring een oorzaak kunnen zijn, al is dat minder goed
onderzocht.
Schmidt onderzocht wat er met een muis
van minder dan twee weken oud gebeurt als moeder plotseling uit het
nest verdwijnt, om er de komende 24 uur
niet in terug te keren. Bij ratten is daar meer over bekend, maar
experimenten met muizen bereiden beter voor op nieuw onderzoek. ‘Het
grootste voordeel is dat je muizen genetisch kan manipuleren. Dan
kun je precies nagaan welke genen voor de effecten verantwoordelijk
zijn.‘
Opvallend genoeg schiet het jong bij gebrek aan een moeder niet
direct in de stress. Globaal gelden de eerste twee weken bij muis en
rat namelijk als de ‘Stress Hyporesponsive
Period‘, de SHRP.
In die periode kun je de dieren in een nieuwe omgeving zetten of ze
een injectie geven zonder dat de concentratie van het
stress-hormoon corticosteron (de
knaagdierenversie van cortisol) in hun
bloed meteen toeneemt.
De paradox: in die periode zijn de muizen en ratten juist extra
gevoelig voor langdurige stress, want het
stress-systeem en andere functies van de hersenen zijn dan
nog in ontwikkeling. Mathias
Schmidt: ‘De SHRP is er om het brein te
beschermen tegen te hoge concentraties corticosteron‘. Mensen kennen
misschien een soortgelijke periode, maar dan laat in de zwangerschap
en minder scherp afgebakend.
Als de moedermuis vier uur weg is, slaat ondanks de Stress
Hyporesponsive
Period het stress-systeem toe. De
concentratie van corticosteron en hormonen die de productie ervan
aansturen, gaat omhoog. ‘Het nut daarvan is waarschijnlijk om het
energieverbruik te beperken. Corticosteron stopt bijvoorbeeld de
groei.‘ Komt de moeder twintig uur later terug, dan gaat ze haar
jong likken en voeden zodat het stress-systeem
weer herstelt.
Het muizenjong gedraagt zich dan weer normaal, maar in nieuw
onderzoek moet blijken wat de gevolgen op lange termijn zijn. Ook is
de vraag wat de invloed van de genen is. Bij ratten is namelijk al
bekend dat ze na de maternale deprivatie
lang niet allemaal last krijgen van angst en geheugenproblemen. En
bij mensen is dat ook zo. Schmidt: ‘Niet
iedereen met een moeilijke jeugd krijgt later een depressie.‘
Schmidts studie leverde wel al een
nieuwe theorie voor het ontstaan van de SHRP.
Voorheen werd vooral gedacht dat die diep in de hersenen wordt
gereguleerd, maar Schmidt legt de nadruk
op de periferie: de hypofyse en de bijnier. ‘En dat geeft nieuwe
mogelijkheden om het systeem te manipuleren. Theoretisch zou je die
ook kunnen toepassen op mensen met een depressie.‘
Mathias Schmidt:
Stress system development -
Molecular mechanisms of activation and inhibition.
Promotie was 14 januari
Bron:
http://www.leidenuniv.nl/mare/2004/17/0701.html
Mathias Schmidt
Geschreven door:
Hester van Santen