De borstelharige kleurmuis; onbekend maakt onbemind?

Is de borstelharige cavia een bekende en regelmatig geziene variėteit op onze shows, de borstelharige kleurmuis is dit zeker niet. Niet alleen is dit bijzondere ras zelden op shows te zien, veel sportfokkers weten niet eens dat er borstelharige muizen bestaan. Toch is dit geen noviteit, maar bestaat het ras al tientallen jaren.


Foto van Kraaijeveld

Herkomst
Over de herkomst van de borstelharige kleurmuis is helaas niet veel te vinden. Zelfs in ‘Exhibition and Pet mice’ van Tony Cooke wordt de borstelmuis maar heel summier beschreven. Hoogstwaarschijnlijk zal, net als veel andere mutaties, de oorsprong in laboratoria liggen.

Beharing
Het kenmerkende aan de borstelmuis is, hoe kan het ook anders, zijn aparte beharing. Door rozetten op de heupen, worden de haren naar voren en boven opgestuwd. Waar twee ‘ haarstromen’ tegen elkaar komen, worden kammen gevormd.

Deze kammen zijn cruciaal, met name de kam die midden over de rug loopt. Het ontbreken van de rugkam is immers een uitsluitingsfout! Logisch, want de rugkam bepaalt, samen met de kam die rondom over de taille loopt, het aanzicht van de borstelmuis. Waardeverhogend is als er ook op de voorhand rozetten, en dus ook kammen, aanwezig zijn. Het is echter geen vereiste en een borstelmuis kan dus ook nooit worden gedrukt omdat de rozetten op de voorhand ontbreken. Dieren zonder rugkam, maar met schouderrozetten, mogen dus ook nooit vóór dieren met een goede rugkam, maar zonder schouderrozetten, gaan.

Het ideaalbeeld van de rozetten is als bij de borstelharige cavia: vanuit een centrum waaiert de beharing rond uit. Opmerkelijk is echter dat de vorm van de rozetten, in tegenstelling tot bij de borstelcavia, niet in de Standaard van de borstelmuis is beschreven. Als er rozetten op de voorhand aanwezig zijn (die zitten meestal net achter de schouder), hebben deze meestal een mooie vorm. Bij de rozetten op de achterhand is dit echter een zeldzaamheid.

Als laatste haal ik de structuur op de buik aan. Een goede borstelmuis heeft ook op de buik structuur. Door de korte beharing heb je hier geen kammen, maar worden wel ‘scheidingen’ gevormd, één in de lengte- en meerdere in de breedterichting van het diertje. Het is evenwel vreemd dat de Standaard hier geen woord over rept.


Foto van Kraaijeveld

Lichaamsbouw
Hiervoor gelden dezelfde eisen als bij andere muizenrassen. Toch zullen bepaalde eenkleuren en agouti’s altijd groter zijn, met grotere oren en staart. Punt hierbij is dat je niet meteen na de geboorte al kunt selecteren. Pas na een week of 4-5, de speenleeftijd dus, kun je een goede beoordeling maken over de beharing. En een iets kleiner dier met mooie beharing zal altijd voor een groot dier met slechte beharing gaan. Het zwaartepunt ligt immers op de beharing.

Vroeger waren de borstelmuizen echt wel wat kleiner, maar momenteel hebben de dieren een goed formaat. Het is dan ook jammer dat bij diverse keurmeesters nog steeds het vooroordeel bestaat van ‘die kleine borstelmuisjes’. Zelfs in de Standaard staat het genoemd, als enige variėteit. En dat terwijl b.v. hollander- en langhaarmuizen beslist niet groter zijn, maar hier wordt niets over het formaat genoemd. Hoog tijd om dat eens te veranderen.

Kleur
Momenteel worden de borstelmuizen alleen in wit roodoog geshowd, maar ze kunnen in iedere kleur, tekening of kleurpatroon gefokt worden. Erkend zijn ze alleen in zwart, chocolade, blauw, duifgrijs, champagne, wit roodoog en wit donkeroog.

Combinatie met andere haarvariėteiten
De borstelhaar is een op zichzelf staande mutatie en kan dan ook met andere haarvariėteiten worden gecombineerd. Als eerste denk je dan aan langhaar, want langere haren = grotere kammen. Helaas zijn langere haren ook zachter van structuur, waardoor je juist geen mooiere kammen krijgt. Rex (korthaar) en astrex (krulhaar) zal ik niet hoeven uit te leggen dat dit geen succes is. Blijft dus alleen satijn over, wat wel goed gaat en ook mooi is om te zien. Jammer genoeg is deze combinatie niet erkend.

Fokken en showen
Het fokken van en showen met borstelmuizen is voor liefhebbers en doorzetters. Liefhebbers, omdat je deze dieren moet fokken omdat je het leuk vindt om zo’n apart ras in stand te houden en je niet de illusie moet hebben om er shows mee te kunnen winnen. Doorzetters, omdat het zo verschrikkelijk moeilijk is om een paar knappe dieren te fokken. Massaproductie en veel geluk, want goede dieren tegen elkaar geeft vaak alleen maar dieren die nagenoeg gladharig zijn.

Ook het showen is lastig, want als het diertje iets te oud wordt, wordt de beharing wat slapper en verdwijnen de kammen. De beste tijd om te showen is dan ook rond de 8 weken, na 12 weken zijn ze echt al over de top. Je moet dus niet alleen goede dieren zien te fokken, maar ook nog eens op het goede moment.

Ten slotte
Onbekend maakt onbemind. Dit zal zeker voor de borstelmuis opgaan. Hopelijk draagt dit artikel ertoe bij dat de onbekendheid wat wordt opgeheven. Als je van een uitdaging houdt, dan kun je hieraan je hart ophalen. En aan de dames en heren keurmeesters zou ik willen zeggen: houd rekening met de uiterst hoge moeilijkheidsgraad. Als een dier goede buikstructuur en mooie kammen heeft, dan mag deze gerust een ZG of F’je hebben. Om ze zo te krijgen is al een hele opgave, dus kraak ze dan niet af omdat de rozetvorm beter kan en helemaal niet omdat er op de voorhand geen rozetten zitten.

Tekst: A. Kraaijeveld
Foto’s: W. Kraaijeveld

Ter beschikking gesteld door Andries Kraaijeveld / N.M.C.