Kleurmuizen

Als wij kleindierenfokkers muizen zien, dan denken wij om een kat, vergif of een paar valletjes aan te schaffen. En dan heeft u nog gelijk ook want muizen kunnen veel schade aanrichten.

Geheel anders is het gesteld met onze tamme of kleurmuizen. Al vele eeuwen heeft dit kleine diertje in de belangstelling gestaan van de mens. Zeer waarschijnlijk ontstonden de eerste albino muizen al 1350 jaar voor Christus. Witte muizen werden door priesters in China gebruikt bij hun voorspellingen. Vele verhalen zijn bekend uit de oudheid over muizen. Het is nog niet zo lang geleden dat bijna elke schooljongen wel wat witte muizen in zijn bezit had, waarbij de leukste hokjes werden gemaakt, met zoldertjes en allerlei soorten trapjes en molentjes.

Heden worden duizenden muizen gefokt in de laboratoria, maar ook binnen onze N.K.B. hebben wij nog een aantal fokkers en niet te vergeten foksters van kleurmuizen. Deze fraai gekleurde diertjes zijn niet moeilijk om te houden, misschien wel het gemakkelijkst van alle kleine knagers.

Een grote kast met enkele afdelingen waar de losse kooitjes ingezet kunnen worden, en een grote uitloopbak voor de jonge vrouwtjes waar zij zich kunnen uitleven, is voldoende om een fokkerijtje op te zetten. Er kan één man bij meerdere vrouwtjes gezet worden, de draagtijd is 20 tot 22 dagen. Als de vrouwtjes zichtbaar drachtig zijn kan men ze beter apart zetten voor eventuele controle van de nesten. Laat niet te veel jongen bij het vrouwtje. Sommige kleurslagen hebben nooit veel jongen b.v. de Rumpwhite. Begin niet te vroeg te fokken met de jonge vrouwtjes al zijn ze met 5 à 6 weken al geslachtsrijp. Dit is veel te vroeg om te fokken, de diertjes zijn zelf nog volop in de groei. Persoonlijk wacht ik tot ze 14 weken oud zijn. De jongen worden kaal en blind geboren, na ongeveer 12 dagen gaan de ogen open en kan men de kleur al goed onderscheiden. Na 4 weken kunnen ze op eigen benen staan en moeten de eventuele mannen apart worden gezet. Door de betrekkelijk korte levensduur zijn ze na 12 tot 13 maanden alweer onvruchtbaar, dat is niet zo erg want je hebt er gauw te veel. De jonge dieren die men voor de show wil gebruiken regelmatig in handen nemen zodat ze goed tam worden. Een schuw dier is voor u zelf niet leuk en voor de betreffende keurmeester nog minder.

Verschillende verenigingen vragen al kleine knaagdieren op hun tentoonstellingen, wat te loven is. Er komt dan wat meer bekendheid voor deze diertjes. De N.M.C. Nederlandse Muizenfokkersclub organiseert ongeveer 8 keuringen per jaar. Vrijwel altijd op grote landelijke tentoonstellingen, het zijn grote publiektrekkers. Doordat de keuring openbaar is, is het interessant voor groot en klein.

De tentoonstellingseisen voor kleurmuizen zijn niets meer als voor de andere diergroepen, alleen de kleuren geven soms wat moeilijkheden. Wij verlangen voor een goede showmuis een lang en slank lichaam. De lengte, met de staart meegerekend, ongeveer 27 à 28 cm. De tekeningdieren zijn meestal wat kleiner. De staart is minstens even lang als het lichaam en is dik aan de basis en verloopt vloeiend vanuit de achterhand. De kop is niet te spits, de ogen zijn groot en bol. De oren staan rechtop en zijn vrij groot en fraai open gedragen.

Er zijn verschillende haarvariëteiten, waarbij de satijnbeharing het meest opvalt. Ze kunnen bijzonder mooi zijn. De langharige zien wij jammer genoeg nog maar weinig. De kleuren zijn onderverdeeld in agouti, dieren met uitmonstering, eenkleurigen en tekeningmuizen. Deze laatste groep zien wij steeds minder verschijnen. De tekeningdieren zijn erkend in de Hollandertekening. Deze tekening is bijna hetzelfde als bij de konijnen alleen bij de muis loopt de bles door in de nek, zodat er twee losse kopplaten ontstaan. De gelijkmatig getekende, dat wil zeggen, aan beide zijden van het lichaam dezelfde tekening van niet te grote ronde vlekken.

De onregelmatig getekende hierbij is dus de tekening onregelmatig waarbij één kophelft gekleurd dient te zijn.

Dan de bonte muis, leuk om te zien maar ik weet niet of deze tekening op een showdier thuis hoort. Wij hebben immers al de onregelmatig getekende. Alleen de kleurvelden zijn groter. Een bijzondere tekening heeft de Rumpwhite, de achterste helft is zuiver wit. Dan kennen wij de Lakenveldermuis, in ons land niet erkend, in Engeland een graag geziene tekening. Deze is ook bijzonder mooi. Denk maar aan de Lakenvelder koeien, de Lakenvelder hoenders en de witband Syrische hamster. Enkele actieve foksters zijn met deze tekening bezig met al zeer goede resultaten.

Als u deze fraaie kleurdiertjes op een tentoonstelling ziet, bekijk ze dan eens met andere ogen dan als de wilde voorvader van de huismuis.

Joh. Qualm.

Dit artikel stamt uit eind jaren tachtig en het kan zijn dat het niet geheel representatief meer is.