Kretenzische stekelmuis
IUCN-status: Kwetsbaar
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia
(Dieren)
Stam: Chordata
(Chordadieren)
Klasse: Mammalia
(Zoogdieren)
Orde: Rodentia
(Knaagdieren)
Familie: Muridae
(Muisachtigen)
Geslacht: Acomys
(Stekelmuizen)
Soort:
Acomys minous,
Bate, 1906
De Kretenzische stekelmuis (Acomys
minous) is een knaagdier uit de
onderfamilie Deomyinae, de stekelmuizen
en verwanten van de familie Muridae, die
ook de gerbils en de muizen en ratten
van de Oude Wereld omvat. Net als de andere leden van het geslacht
Acomys, de stekelmuizen, heeft de
Kretenzische stekelmuis zachte stekels op zijn rug, die uit de vacht
steken. Deze soort is alleen te vinden in drogere streken op het
eiland Kreta.
Uiterlijke kenmerken
De Kretenzische stekelmuis heeft een
zandkleurige tot grijsbruine bovenzijde, die duidelijk is gescheiden
van de witte onderzijde. De voeten zijn wit. De tere,
makkelijk afbreekbare, kale staart wordt
tijdens het lopen vaak gekruld over zijn rug gehouden. De stekelmuis
wordt 91 tot 128 mm lang, met een staart van 89 tot 120 mm en een
gewicht van 40 tot 85 gram. De soort heeft vrij lange snorharen, tot
5 centimeter lang. Uit de vacht op zijn rug steken zachte stijve
stekelharen, die vooral aan de achterzijde opvallen. Deze kan hij
rechtop zetten. Hij heeft opvallend grote oren.
Verspreiding en leefgebied
Het dier leeft alleen in Kreta, in
droog rotsachtig gebied, vooral in struiksteppen. Andere leden van
het geslacht leven in de drogere streken van Afrika en het
Midden-Oosten. Dit is de enige soort die in Europa leeft. De soort
kan slecht tegen kou, en 's winters dringt hij wel eens huizen
binnen. Zijn onderkomen is meestal gevestigd in rotsspleten of
natuurlijke holten.
Gedrag
De stekelmuis is 's nachts en in de
schemering actief. Hij leeft van zaden, granen, verse plantendelen,
insecten en slakken. Vocht haalt hij vooral uit zijn voedsel. De
Kretenzische stekelmuis leeft in kleine gemeenschappen. Een vrouwtje
staat aan het hoofd van een sociale rangorde. De dieren verzorgen
elkaars vacht. Tijdens de paartijd, van
maart tot oktober, vechten mannetjes met elkaar voor de vrouwtjes.
Na een draagtijd van 36 dagen worden 2 tot 3 jongen geboren. Deze
jongen hebben al een vacht, en na 2 dagen openen de ogen. Een dag
later verlaten de jongen al het nest. De jonge muizen worden met 3
weken gespeend. Een vrouwtje kan 2 tot 5 worpen per jaar krijgen. In
gevangenschap is waargenomen dat vrouwtjes samenwerken bij het
zorgen voor de jongen, waarbij andere
vrouwtjes helpen met het schoonlikken en zogen van de jongen.