Een ieder die al eens een paar dierenwinkels
binnengestapt is, of een tijdje op een rattenforum heeft verbleven, is ‘m
vast al eens tegengekomen: de naaktrat. Net zoals andere ratten een
aanhankelijk, zacht en lief diertje en ideaal voor mensen met allergieën! Of
toch niet?
De naaktrat werd voor het eerst ontdekt in een
laboratorium in Groot-Brittannië, in 1953. De haarloze ratten werden gefokt
als proefdier, meerbepaald om proeven te doen waarbij een reactie van het
immuunsysteem niet gewenst was. Doordat deze ratten geen thymus hadden (een
belangrijk orgaan ter hoogte van de keel dat in de eerste levensmaanden van
de rat voor afweer voor ziekten zorgt), waren ze ideaal voor dit onderzoek.
Naast naaktratten zijn er ook nog anderen
soorten, zoals de fuzzrat en de
rexrat. Een fuzz
heeft heel veel weg van een naaktrat, alleen heeft hij op sommige plekjes
nog wat haar. Een rexrat heeft een gekrulde
vacht.
Al snel werd de naaktrat ook een populair
huisdier. Ze voelen aan als zeemvellen, zien er grappig uit en zijn ook nog
eens leuk om familie en vrienden mee te amuseren (of af te schrikken, hangt
er van af hoe leuk ze ratten vinden).
Maar is dit nu echt het ideale huisdier? En
ondervindt de rat er zelf hinder van steeds in z’n
blootje te lopen?
Allereerst is het belangrijk om te weten dat
mensen maar zelden allergisch zijn voor dierenharen; veelal gaat het om de
huidschilfers en zelfs de urine van het dier. Een naaktrat om deze redenen
aanschaffen heeft dus geen zin, wat
‘dierenkenner’ Martin Gaus ook moge beweren. Na
een paar dagen krijgt de nieuwe eigenaar toch allergische reacties en wat
gebeurt er dan met de rat? Die gaat meestal naar de opvang, die toch al zo
vol zit. Niemand vindt het leuk om zijn vriendje na een paar dagen alweer
gedwongen af te moeten staan.
Naaktratten zijn helemaal niet zo gemakkelijk
te fokken. De moederrat heeft vaak last van een verminderde melkproductie,
waardoor de jonge ratjes (ook wel rittens genaamd) vaak een achterstand
oplopen, of erger, deze periode niet eens overleven. Soms worden de rittens
zelfs verstoten door de moeder. Allerlei manieren van bijvoeren uitproberen
is dan nog de enige kans die de kleintjes op overleven hebben…
Is dit soms een manier van moeder natuur om te
zeggen dat deze mutatie niet gewenst is? Want dit zijn niet de enige nadelen
van een naaktrat…
Dit diertje heeft namelijk (vreemd genoeg) wél
wimpers, alleen zijn deze gekruld. Ze zijn zelfs zo ver gekruld, dat ze het
oog kunnen irriteren. Wie ervaring heeft met bepaalde honden- en
kattenrassen weet dat deze gekrulde wimpers voor heel wat ellende kunnen
zorgen: chronische oogontstekingen, eindeloos zalfjes aanbrengen en heel wat
bezoekjes aan een dierenarts.
Maar daar houdt het nog niet op. Zoals bekend
zijn ratten zeer sociale dieren. In het wild leven ze in koloniën van
tientallen ratten; het is dus ook ten zeerste aan
te raden om niet één, maar (minstens) twee ratten als huisdier aan te
schaffen. Eén rat is geen rat, dat geldt ook voor naaktratten. Omdat ze geen
vacht hebben, zijn ze gevoeliger voor koude en tocht. Een aantal bontjes (in
de vorm van andere ratten) om tegenaan te liggen is dus wel gewenst.
Omdat ratten in het wild met zo velen samen
leven, hebben ze een zeer complexe manier van communiceren. Met
verschillende geluiden, bewegingen van de staart en oren… maar ook de vacht.
Ooit al een boze rat gezien? Deze zal z’n vacht
opzetten, wat ook wel “egelen” genoemd wordt.
Dit kan de naaktrat niet, en daardoor wordt hij soms verkeerd begrepen door
andere ratten.
Niet zo erg denkt u, dat kan een keertje gebeuren. Zelfs mensen worden niet
altijd begrepen door anderen. Maar voor een naaktrat kan dit verstrekkende
gevolgen hebben. Als twee ratten aan het vechten slaan, vormt de vacht een
grote bescherming. Er wordt wel eens hard gebeten, maar meestal wordt er
alleen wat haar uitgetrokken. De naaktrat heeft deze bescherming niet,
waardoor hij heel gevoelig is voor wondjes, die zelfs tot abcessen kunnen
uitgroeien.
Ook als de naaktrat in een stabiele groep zit,
kan hij deze wondjes toch nog oplopen. Wie zelf al eens ratten heeft gehad,
weet dat deze vaak op een hoopje slapen (soms op de gekste manieren) en ook
wel eens over elkaar heen kruipen. Ratten hebben scherpe nageltjes, dus
krasjes zijn snel gemaakt op zo’n bloot velletje.
Er zijn ook gevallen bekend waarbij
naaktratten gewoon niet geaccepteerd worden door andere ratten. Die zien de
naaktrat als een vreemd geval (wat ook wel een beetje zo is) en die rare
snuiter mag dus niet bij hen in de groep.
De vacht bij ratten (en andere dieren) is ook
voor ons mensen belangrijk. Je kan de conditie
bij de meeste dieren snel aflezen aan de vacht. Is hij opgezet, dan is er
meestal iets met het beestje aan de hand. Omdat de naaktrat dat niet kan
tonen, worden ziektes minder snel opgemerkt.
Door al deze problemen worden naaktratten
bijna niet meer gefokt. Bijna, want er zijn nog steeds een heleboel fokkers
die grof geld verdienen met deze handel. Dat sommige mensen deze ratten
aanbieden zegt al heel wat over de kwaliteit van de ‘fokker’; een goede
rattenfokker biedt geen dieren met een afwijking aan! Maar mensen zijn een
vreemde diersoort, en vallen op nog vreemdere diersoorten. Katten met
zo’n korte neus dat ze ademhalingsproblemen
krijgen, bulldogs die alleen puppies krijgen via
een keizersnede omdat hun lieve grote kop niet door het geboortekanaal past…
en naaktratjes die er zo aandoenlijk uitzien. Er is dus een tijdje een grote
vraag naar deze beestjes geweest (en deze is ook constant, dankzij de mythe
dat naaktratten geschikt zijn voor mensen met allergieën) en er zijn dus
weinig tot geen gezonde lijnen van naaktratten te vinden.
Bij dit soort fokkers wordt niet gelet op stamboom, gezondheid en karakter
(wat bij de meeste ratteries wél zo is), dus als u voor een zielig
naaktratje valt in de dierenwinkel krijgt u
mogelijk niet alleen een rat met een afwijking, maar ook nog eens een
doorgefokte, soms agressieve rat die omvalt van de gezondheidsproblemen.
Voor de naaktrattenfan die toch
z’n hart verloren heeft aan dit naakte beestje en
bereid is om er alle problemen bij te nemen, bestaat er gelukkig nog een
alternatief: de opvang. Daar zitten alleen huisdierratten die door de vorige
eigenaar afgestaan zijn. Als je daar dus een rat haalt steun je de opvang en
niet de handel in deze dieren. Natuurlijk moet je wel bereid zijn om alle
verantwoordelijkheid voor je nieuwe vriend op je te nemen. Een dicht
verblijf (bijvoorbeeld een groot aquarium of terrarium – met genoeg
klimmogelijkheden, ratten zijn echte acrobaten) is het beste, zo heeft de
naaktrat het minst last van tocht. Ook een aantal
vriendjes (liefst een stabiele groep, met een duidelijke alfarat en rangorde
waar dus niet heel veel gevochten wordt) vindt een naaktrat fijn om tegen
aan te liggen. Een grote oplettendheid is ook nodig, zodat eventuele
wondjes zo snel mogelijk ontsmet kunnen worden. En verder natuurlijk een
grote dosis liefde en aandacht!
Lynn de Pourcq