De bruine wilde rat!

Verspreiding

De bruine rat is een cultuurvolger, wat kortweg inhoudt dat het dier de menselijke beschaving volgt en, voor een deel, ook afhankelijk is van de mens. Van oorsprong komt de bruine rat voor in steppegebieden van Oost-Azië. Aan het eind van de Middeleeuwen heeft de bruine rat zich in kleine aantallen verspreid richting Europa. In de 18e eeuw werd de bruine rat voor het eerst gesignaleerd in West-Europa. Via handelsroutes en door middel van de scheepvaart, heeft het dier zich daarna over alle continenten verspreid, behalve naar Antarctica.

Sinds de jaren vijftig heeft de provincie Alberta in Canada een ratvrije status door volhardend optreden van rattenvangers en alertheid bij de bevolking (veel graanboeren met eigenbelang in bestrijding). Ook is het houden van ratten als huisdier verboden. De ernaast gelegen provincie Saskatchewan heeft de laatste jaren aangekondigd vergelijkbare acties te willen ondernemen.

Toen de bruine rat zich in Europa had gevestigd werd het een hevige concurrent van de zwarte rat. Omdat de vlooien van de zwarte rat de belangrijkste overbrengers waren van de pest, werd met de aankomst van de bruine rat tevens de pest grotendeels een halt toegeroepen. Dus de bewering dat de bruine rat de pestrat was, is daarmee onjuist. Daarentegen heeft het dier er juist voor gezorgd dat de zwarte rat, als cultuurvolger, uit Europa werd verdrongen en daarmee ook de pest.

Habitat en gedrag

De bruine rat vestigt zich het liefst in een vochtige en een niet te warme omgeving. De bruine rat is een alleseter en voelt zich dus al snel ergens thuis, vooral in de buurt van de mens. Zijn territorium bestaat uit kelders, kruipruimtes, schuren, stallen, vuilnisbelten, graanopslagplaatsen, houtopslagplaatsen, aan de rand van sloten en dijken, onder de grond in uitgebreide holen en op sommige plekken in de buurt van riolen en ander vervuild water. Zijn actieradius is veel groter en kan soms enkele vierkante kilometers bedragen. De grootte van dit gebied is afhankelijk van het voedselaanbod en zal daarom in een stad veel kleiner zijn, dan op het platteland. Het verschil tussen actieradius en het territorium is dat het territorium tegen vreemde indringers wordt verdedigd, en dat het dier in zijn actieradius buiten het territorium soortgenoten met rust laat.

De bruine rat is een intelligent en sociaal dier dat een groot aanpassingsvermogen heeft. Een voorbeeld hiervan is dat het dier zogenaamde tradities kent. Dit houdt in dat bepaalde populaties sterk afwijkend gedrag, en afwijkende eetgewoontes en zelfs jachttechnieken kunnen vertonen in vergelijking met andere populaties, en die van generatie naar generatie overbrengen. Dit schijnt opmerkelijk te zijn voor lagere zoogdieren en is meestal geografisch bepaald.

Schade voor de mens

De bruine rat was en is de oorzaak van veel overlast voor de mens. Dit heeft de mens echter ook voor een groot deel aan zichzelf te wijten. De bruine rat kan zich namelijk zo goed in de buurt van de mens handhaven, omdat die zijn afvalprobleem vaak niet netjes oplost(e). Bijvoorbeeld, wanneer in een stad het riool was gemoderniseerd verdween het rattenprobleem grotendeels. Het is echter nog steeds zo dat de rat, vooral in de derde wereld, een groot probleem is voor de landbouw.

De bruine rat staat bekend als een ziekteoverbrenger. In de Westerse Wereld hebben we hier niet veel last van, maar in de Derde Wereld, is het nog steeds één van de belangrijkste overbrengers van ziektes. Ziektes die de bruine rat kan overbrengen zijn: hondsdolheid, paratyfus, en de ziekte van Weil. De pest komt gelukkig amper meer voor en ook al was de zwarte rat de grootste pestverspreider, de bruine rat is net zo goed in staat om deze ziekte over te brengen. Hier geldt ook, wanneer de mens er een betere hygiëne op na ging houden, de ratten vanzelf ook minder van belang werden als ziekteverspreiders.

Laboratoriumratten

Door het selectief fokken van de bruine rat is de albino laboratoriumrat ontstaan. Zoals muizen, worden deze ratten regelmatig gebruikt voor medische, psychologische en andere biologische experimenten. De reden hiervoor is dat ze snel geslachtsrijp zijn, ze gemakkelijk te huisvesten zijn en omdat er makkelijk in gevangenschap mee gefokt kan worden. De laboratoriumrat dook voor het eerst op in de jaren 90 van de 19e eeuw.

Wetenschappers hebben voor experimentele redenen veel verschillende foklijnen van ratten gefokt. Voor kankeronderzoek, bijvoorbeeld, zijn er veel laboratoriumratten met een extra aanleg voor kanker gefokt. In het algemeen zijn deze foklijnen niet transgenetisch, omdat de eenvoudige technieken van genetische transformatie, die voor muizen gelden, niet werken voor ratten. Dit heeft als nadeel dat onderzoekers, die vele aspecten van het gedrag en de fysiologie van ratten meer op die van mensen vinden lijken en het dier beter te observeren vinden dan muizen, hun observaties niet kunnen herleiden naar onderliggende genen. Veel experimenten worden dan ook, ongewild, op muizen uitgevoerd door deze beperkende factor. In oktober 2003 hebben onderzoekers succesvol twee laboratoriumratten gekloond door middel van de problematische techniek van kerntransplantatie. Misschien leidt dit tot het gebruik van ratten als genetisch onderzoeksmiddel .

Ratten als huisdier

De tamme rat wordt ook gehouden als huisdier. Ze worden beschouwd als tam en leergierig. Ook zijn ze relatief schoon en makkelijk in het onderhoud. Ze worden maar twee tot drie jaar oud en zijn bevattelijk voor luchtwegproblematiek en kanker.

Dat laatste heeft zijn oorzaak in het feit dat de tamme rat van de labatoriumrat afstamt. Laboratoriumratten werden namelijk speciaal gefokt om ze gevoelig voor kanker te laten zijn. Door middel van speciale fokprogramma's, in bijvoorbeeld een ratterie, probeert men deze onnatuurlijke genetische kenmerken er uit te fokken. Er zijn vele stammen laboratoriumratten. Er zijn ook stammen die speciaal zijn gefokt om juist tumorongevoelig te zijn.

Ratten moeten, bij voorkeur, niet alleen gehouden worden. Een rat is een sociaal dier en gaat psychische afwijkingen vertonen wanneer het beest niet één of meerdere ratten als gezelschap heeft. Het is een mythe te denken dat ratten minder aanhankelijk zullen worden, wanneer ze met meerderen in een kooi zitten. Het is zelfs zo dat andere ratten de dominantste zullen navolgen, in zijn of haar affectie naar de mens toe. Het is van belang om mannetjes en vrouwtjes niet bij elkaar te zetten. Inteelt is een probleem onder tamme ratten en er wordt dan ook aangeraden om het fokken over te laten aan gekwalificeerde ratteries. Er worden onnatuurlijk veel ratten in gevangenschap geboren, in tegenstelling tot in de natuurlijke omgeving waar de geboorte van jonge ratten sterk wordt gereguleerd door seizoensfactoren en sociale factoren. Het is voor een vrouwtjesrat erg slecht om constant drachtig te zijn en om op te jonge leeftijd drachtig te worden.

Het is een mythe dat tamme ratten vals worden door dierlijk voedsel. Het is juist noodzakelijk om ze voldoende dierlijke eiwitten te geven. In de meeste dierenwinkels is speciaal rattenvoer te krijgen met voldoende dierlijke eiwitten. Ratten moeten verder niet in een te klein hok gehouden worden en afhankelijk van de grootte van het hok, regelmatig losgelaten worden in een afgesloten ruimte.

Taxonomische indeling

Rijk: Animalia (Dieren)

Stam: Chordata (Chordadieren)

Klasse: Mammalia (Zoogdieren)

Orde: Rodentia (Knaagdieren)

Familie: Muridae (Muisachtigen)

Geslacht: Rattus (Echte ratten)

Soort

Rattusnorvegicus

Berkenhout, 1759

De bruine rat (Rattusnorvegicus) is een zoogdier, behorende tot de orde van de knaagdieren.

Naamgeving

De bruine rat (Rattusnorvegicus) is ook wel bekend onder de namen Noorse rat, rioolrat, waterrat, stadsrat, laboratoriumrat, tamme rat en gewoon als rat.

De Latijnse naam norvegicus, wat in het Nederlands Noors betekent, heeft niets te maken met de oorsprong van de bruine rat. Sommige wetenschappers zeggen dat de naamgeving te maken heeft, met de bewering dat in Noorwegen voor het eerst begonnen was met wetenschappelijk onderzoek naar dit knaagdier.

Uiterlijk

De lengte bedraagt 18 tot 25 cm, de staartlengte is 15 tot 22 cm en het gewicht 150 tot 400 gram. De bijna kale en geringde staart is altijd korter dan het lichaam, het dier heeft kleine licht behaarde oren en, in het wild, een ruige grijsbruine vacht (aan de buikzijde lichter). De rat heeft een vrij korte snuit en is, vooral voor een knaagdier, stevig gebouwd.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bruine_rat