Voortplanting van de kleurmuis

Fokken is niet alleen maar "vermeerderen". Een goede fokker probeert namelijk dieren te fokken die zoveel mogelijk voldoen aan de eisen die beschreven staan in de Standaard van de N.K.B.

Natuurlijk is niet alleen het uiterlijk van belang. Een goed karakter staat altijd op de voorgrond. Daarom is het belangrijk om met goede ouderdieren, waarvan je de geschiedenis weet, te fokken. De kans op een goed resultaat is dan zeker groter.

Bedenkingen vooraf

Als je een mannetje en vrouwtje constant samen laat, kun je om de 3 à 4 weken een nestje verwachten. Dat zijn dan al heel snel heel veel muizen. Het mannetje bevrucht vaak het vrouwtje direct na de bevalling opnieuw. Ze nemen niet even pauze voor de gezinsplanning en maken ook geen onderscheid tussen zoons, dochters, moeder of vader. Ze hebben geen incest-taboes. Laat je het gezinnetje dus gezellig bij elkaar dan loopt het vanzelfsprekend heel snel uit de hand en krijg je veel inteelt en daardoor zwakke, misvormde en zieke muizen.

Voor je begint met fokken is het dus handig een aantal dingen te overwegen:

Waar laat je bijvoorbeeld de jongen? Zelfs voor erg mooie muizen is het niet altijd gemakkelijk een thuis te vinden. Als je ze niet kwijt kunt, belanden ze vaak in dierenwinkels waar ze misschien als slangenvoer de deur uit gaan of verkocht worden aan iemand die ze een leven lang alleen in een klein kooitje houdt...

Ook moet je je bedenken wat je met de vader doet. Laat je hem na de dekking alleen in een kooitje? Wil je hem proberen terug te koppelen aan zijn vroegere kooigenootjes?

Terugkoppelen geeft bij mannen vaak nogal wat problemen, maar om hem de rest van zijn leven alleen te laten leven is ook niet alles. Een oplossing voor dit probleem is om de vader tijdens en na de bevalling bij de moeder te laten. Na 3 tot 4 weken zal ze opnieuw bevallen, voor die tijd haal je de vader met enkele zoons weg, en laat deze zo hun verdere leventje bij elkaar zitten.

Geslachtsrijp

Een mannetjesmuis is gemiddeld met 7 weken geslachtsrijp, een vrouwtje met 2 maanden. Dit zijn gemiddelden en veel muizen zijn er vroeger bij, vanaf 5 weken kun je er dus het beste vanuit gaan dat ze geslachtsrijp zijn.

Dekklaar

Dat ze met 5 weken geslachtsrijp kunnen zijn, betekent niet dat ze dan ook dekklaar zijn. Het lichaam van de vrouwtjes is nog lang niet volgroeid of goed genoeg ontwikkeld voor een succesvolle dracht, bevalling en zoogtijd. Een vrouwtje dat zo vroeg zwanger raakt loopt grote risico's op complicaties zoals miskramen en problemen met de bevalling. Ook zijn de nestjes vaak klein en erg zwak. Een vrouwtje kan drachtig worden tot ze ongeveer 1 jaar oud is.

Dekking

De juiste wijzen van dekken is als volgt: Of de vrouw in het hok van de man zetten, of beide dieren tegelijkertijd in een nieuw hok zetten. Het vrouwtje kan haar territorium namelijk erg fel verdedigen tegen een opdringerig mannetje, en dat kan vechtpartijen veroorzaken met wonden tot gevolg.

De cyclus van een vrouwtje duurt ongeveer vijf dagen, je kunt dus makkelijk aannemen dat ze na ongeveer 10 dagen samen zitten wel drachtig is. Een dekking is binnen enkele seconden gebeurd en gebeurt vaak 's avonds, je zult er dus niet altijd getuige van zijn. Je kunt de toekomstige ouders samen laten tot je duidelijk ziet dat het vrouwtje drachtig is of je kunt ze na een week al uit elkaar halen. Wil je de vader bij het nest laten, haal hem dan niét bij de moeder weg, zo zal hij de jongen als de zijne herkennen en ze niet aanvallen. Als je de vader tijdens de dracht of na de bevalling weghaalt zal hij niet meer 'weten' dat de jongen van hem zijn en ze doden. Dit is een oeroud instinct wat er voor zorgt dat wanneer het mannetje het vrouwtje bevrucht zijn jongen alle voedingsstoffen krijgen, en deze niet naar het aanwezige nest van een andere man gaan.

Dracht

Als je je muizen alleen een vegetarische knaagdiermix voert is dit hét moment om van voer te veranderen. Vul het dieet van de aanstaande moeder aan met extra dierlijke eiwitten en vetten in de vorm van honden- of kattenvoer, stukjes vleesbeleg, een stukje ongekruid vlees en extra zonnebloempitjes. Ook kun je insecten geven, maar zorg dan dat de moeder ze gemakkelijk te pakken kan krijgen en dat ze haar niet lastig kunnen vallen. Meelwormen zijn een goed voorbeeld. Uiteraard moet vers water altijd aanwezig zijn, een zogend vrouwtje heeft extra veel drinkwater nodig. De draagtijd van een muis bedraagt ongeveer 3 weken. Soms zie je al vroeg dat ze zwanger is, de tepels worden duidelijk zichtbaar. Aan het einde van de 2de week begin je te twijfelen of je nu wel of niet iets ziet, maar tegen de 17de dag is het al erg duidelijk. Je muis heeft een golfbal ingeslikt! Je ziet aan beide kanten van de wervelkolom duidelijk bultjes, vooral als je je vinger onder de wervelkolom zachtjes tegen de buik duwt. Tegen deze tijd maak je de kooi nog eenmaal goed schoon en zorg je voor een donker maar gemakkelijk bereikbaar nesthuisje en extra veel nestmateriaal. Je kunt het vrouwtje gewoon bij haar kooigenootjes laten, deze zullen later helpen met het verzorgen van de jongen.

Bevalling

Na ongeveer 3 weken is het dan eindelijk tijd voor de bevalling. Je ziet moeder al een paar dagen superdik door de kooi waggelen, terwijl ze ieder stukje nestmateriaal wat ze kan vinden naar het nest sleept om daar alvast een warm holletje te maken voor het komende nestje. Zorg dat moeder bevalt in een hok waar de jongen als ze rondlopen niet tussen de tralies door kunnen glippen, een mini-duna met tralies dicht bij elkaar of een aquarium met fijn gazen deksel is een geschikt werphok. De geboorte vindt meestal 's nachts plaats. De bevalling duurt tussen de 15 minuten en een uur, waarin gemiddeld 8 tot 14 jongen achter elkaar geboren worden. Als een jong geboren is haalt moeder het uit de vliezen, bijt de navelstreng door en eet die, samen met de placenta en vliezen, op. Hierna volgt weer een jong. Laat een bevallende muis lekker met rust. Stress, verstoringen of fel licht kunnen een bevalling vertragen of volledig stopzetten.

Soms gebeurt het dat de moeder een of meerdere jongen opeet. Het opeten van de jongen gebeurt meestal bij een eerste bevalling, omdat moeder niet begrijpt wat ze er mee moet doen, omdat moeder niet alleen de nageboorte en andere restjes opeet maar ook per ongeluk (een deel van) een jong of omdat er iets mis is met de jongen.

Nestje

Na de geboorte laat je moeder de eerste 3 tot 5 dagen lekker met rust. Zorg dat er voldoende voer, nestmateriaal en vers water is. Als je jezelf echt niet in kan houden en je wilt graag naar de jongen kijken, wrijf je handen dan in met wat nestmateriaal en lok de moeder eventjes weg. Laat moeder altijd met rust als je ziet dat de jongen aan het drinken zijn. Als er nog andere volwassen vrouwtjes in het verblijf zitten zullen zij moeder helpen. Ze houden bijvoorbeeld de jongen warm terwijl moeder wat gaat eten of drinken en ook de waarde van hun gezelschap moet niet onderschat worden. Ook de vader zal helpen met het verzorgen van het nest mits hij 'weet' dat hij de vader is.

Ontwikkeling jongen

Pasgeboren babymuizen zijn naakt, roze, doof en blind. Ze zijn volledig hulpeloos en dus vaak ook helemaal weggestopt onder veel nestmateriaal. Je hoort ze veel piepen. Het enige wat je aan ze kunt zien is of moeder ze melk geeft (dit zie je doordat een vol melkmaagje duidelijk door de huid te zien is als een grote witte vlek links op de buik) en welke kleur oogjes ze krijgen. Bij zwarte oogjes zie je op de plek van de ogen een donker vlekje, bij roze oogjes zie je vrijwel niets. Na ongeveer 1,5 dag zie je bij donkere muizen al wat pigmentvorming, ook de patronen bij een getekende muis worden duidelijk. Nog 1,5 dag later begint het vachtje door te komen. Na tien dagen gaan de oortjes open, vanaf nu wordt ieder gehoord geluidje opgenomen en hier begint ook een belangrijke fase.

Deze fase, de inprentingsfase genoemd, duurt tot de jongen ongeveer 16 dagen oud zijn. Alles wat ze in deze tijd meemaken wordt als normaal bestempeld en zal ook altijd zo blijven. Een nare ervaring in deze tijd zal altijd verbonden zijn aan de omstandigheden, maar met goede ervaringen is het net zo. Met 12 tot 14 dagen gaan ook de oogjes open, en vanaf 2 weken heten de jongen 'springers'. Als je ze probeert vast te houden kom je er al snel achter waarom dit is! In deze periode springen ze als vlooien, houd ze dan ook alleen vlak boven de bak vast, of houd ook de staartbasis vast. Na een weekje neemt dit grappige gedrag af en worden de muisjes rustiger en makkelijker hanteerbaar.

Vanaf het moment dat de oogjes open gaan zie je de jongen al af en toe knabbelen aan wat vast voer of een slokje nemen uit een waterbak of flesje. Ze drinken nog wel bij de moeder en houden daar pas mee op als ze de 4 weken naderen. Laat ze lekker al die tijd hun gangetje maar gaan, muizen die langer zogen zijn vaak sterker en gezonder dan muizen die vroeg ophouden met zogen. Met 5 weken wordt het tijd om de jongen te scheiden. De zoons kun je bij papa zetten, ze zijn nu nog jong genoeg om gemakkelijk geaccepteerd te worden. Ook zitten de muizen tussen de 4 en 6 weken in een socialisatieperiode waarin ze leren hoe ze zich tegenover andere muizen moeten gedragen. De jongen groeien door tot ze ongeveer 12 weken zijn, daarna kun je weer helemaal opnieuw beginnen...

Bron:
- Kirsten van der Klei
- Katja van Rossum
- Het Muizenforum