De voortplanting van de tamme rat

Om een duidelijk beeld te krijgen hoe de voortplanting van de tamme rat in zijn werk gaat is het raadzaam om eerst eens te kijken naar zijn wilde soortgenoot.

Ratten zijn knaagdieren en zijn erg kwetsbaar in de vrije natuur. Het grootste gevaar zijn roofvogels, uilen en o.a. vossen of wilde katten, terwijl de rattenbestrijdingsdienst met hun verdelging ook een groot aandeel heeft in het niveau van de huidige populatiebestanden van deze dieren. Dat deze dieren grote aantallen jongen kunnen voortbrengen is dus een bittere noodzaak, zeg maar dat het nodig is om hun soort te laten voortbestaan.

Als je weet dat in de vrije natuur een vrouwtje gemiddeld 6 jongen ter wereld brengt, waarvan de helft van een nest (de vrouwen) ook weer na een week of 12 bevrucht kunnen worden, dan kan een familie die start met twee dieren in een gunstige periode uitgroeien tot een aantal van ruim 1800 per jaar. Wat we hiermee aangeven is dat de dieren snel tot een grote groep kunnen komen. En dat is alleen om hun voortbestaan te waarborgen.

Anatomisch en genetisch verschilt de tamme kleurrat nauwelijks van zijn wilde soortgenoot, zelfs een laboratoriumrat die wel 400 x is ingekruist, is bij onderzoek nog nagenoeg hetzelfde. In hoofdzaak zal het hem zitten in de kleur en eventueel de kunstmatig aangebrachte ziektes (kankersoorten) in het laboratorium. Maar verder zijn beide soorten prima onderling te vergelijken en ook te kruisen. Met de wetenschap die we hiervoor geschetst hebben betreffende de voortplanting in het wild, kunnen we een vrij goed beeld vormen hoe het een en ander in zijn werk gaat bij de tamme familie. Het grootste verschil zit hem in het werpen van een aantal jongen per keer. Door de hoge voedingswaarde, onder andere hoge volwaardige eiwitten, worden er aanzienlijk meer jongen geboren dan in het wild. In de natuur zie je die verschillen ook terug bij groepen ratten die voldoende voedsel tot zich kunnen nemen, daar zijn de worpen ook groter en loopt het gemiddelde met wel 2 stuks op. Dit is met het oog op de gezondheid van het vrouwtje wel belangrijk om rekening mee te houden.

Geslachtsrijp

Een vrouwtjesrat kan rond 6 weken al geslachtsrijp zijn, maar dit wil niet automatisch zeggen dat zij dan ook gedekt worden want de “oestrus” (vruchtbare periode) blijft op die leeftijd vaak achterwege. Ik kan me voorstellen dat de natuur hier ook een regulerende rol speelt, immers ratjes van 6 weken zijn nog erg klein en kwetsbaar. Maar het kan zijn in tijden dat de populatie dusdanig is teruggebracht, door externe oorzaken dat er een gevaar bestaat voor uitsterven, er een beroep gedaan wordt op de nieuwe kleine vrouwtjes om de populatie veilig te stellen.

Terwijl een gezonde huisrat onder gunstige omstandigheden met gemak drie jaar oud kan worden is het niet goed om die totale periode te gebruiken voor de fok. Een verantwoordelijke stelregel is om het eerste nestje aan te vangen na een leeftijd van 14 / 18 weken en na 1 jaar geen nestjes meer te nemen.

Als een vrouwtje te laat gedekt wordt, dus als zij helemaal is uitgegroeid, dan is haar lichaam ook niet meer optimaal om te werpen. Uit onderzoeken blijkt dat als een vrouwtje gedekt wordt in een periode dat zij nog niet volledig is uitgegroeid, groeien de beenderen en het bekken in een dusdanige stand dat er gemakkelijk geworpen kan worden bij latere geboorten. De meeste problemen ontstaan dan ook bij de geboorte, soms kan het vrouwtje haar jongen niet meer werpen en zal sterven. Als fokdier is daarom eigenlijk aan te raden om de eerst dekking tussen de 14 en 18 weken te laten geschieden. Wat je ook kunt aanhouden is 4 tot 6 weken na de haarwisseling bij de jonge dieren. Dit is de periode dat ze uit de puberteit komen. Maar het is beter niet te laat aan te vangen. Je moet er rekening mee houden dat een rat in de natuur nauwelijks ouder wordt dan 1 tot 1,5 jaar. Alles wat er voor het voortbestaan van deze dieren is geschapen zal zich het beste in die periode dan ook laten gebeuren. Dat wil zeggen dat het vrouwtje en mannetje in die periode het beste voor hun nageslacht kunnen zorgen. Als een vrouwtjesrat na een jaar nog bevrucht zou worden betekent het dat een bejaard diertje nog kleintjes zou moeten werpen.

Herstelperiode van het vrouwtje na het opvoeden van een nest: Normaal gesproken zijn ratten gebouwd om snel en veel nageslacht te realiseren. Wat zou betekenen dat het vrouwtje geen nadelige gevolgen zou ondervinden bij een hoge productie van nestjes. Echter er is een verschil tussen de worpen in de natuur en in gevangenschap. In de natuur is er een gemiddelde worp van 6 stuks per keer, terwijl in gevangenschap er eerder sprake is van nesten boven de 10 met uitschieters naar wel 16 jongen per worp. Bij zulke hoge aantallen dient hier wel rekening mee gehouden te worden als men meerdere nestjes wil hebben. De kans is groot dat het vrouwtje in dat geval uitgeput zal raken. Geef de dame voldoende rust na een worp.

Het verantwoord inzetten van een mannetje bij de fok zou al kunnen op het moment dat hij geslachtsrijp is. Er zullen zich geen nadelige gevolgen voor doen met betrekking tot het nageslacht. Ook hier geldt weer dat een man te laat inzetten bij de fok (na 1 tot 1 ½ jaar) je weer buiten de natuurlijke wetten om handelt en daarmee zorg je dat de beste periode alweer voorbij is. Soms wordt er geopperd om mannen pas na een jaar te laten dekken, je zou dan kunnen kijken of het mannetje niet te dominant is of dat er erfelijke ziektes in de lijnen bevinden. Maar als men niet op de hoogte is van de volledige achtergrond bij de beide lijnen, zowel vrouw als man, is dit argument ondergeschikt bij hobbyfok.

Als we weer terug kijken hoe het in de natuur gaat valt het wel op dat de jonge mannen niet vaak in de gelegenheid zijn om tot een geslaagde dekking te komen. De leider in de groep zeg maar de sterke “Alfa” zorgt het meest voor het doorgeven van zijn genen. Daarmee is de kwaliteit van het nageslacht gewaarborgd via de beste jonge dieren.

Dekking

Eenmaal in de vier of vijf dagen komt het vrouwtje in de oestrus en is dan bereid om een mannetje toe te laten. Het is leuk om dit gedrag te observeren omdat het vrouwtje steeds met haar oren snel op en neer gaat, we noemen dat "flapperen". Dit is het moment waar het vrouwtje het mannetje toelaat. Na enkele pogingen van schijnbevruchting volgt er een werkelijke dekking met ejaculatie (zaadlozing).

Als het vrouwtje gedekt is kun je het mannetje in een andere omgeving plaatsen. Omdat de man in gezelschap van een vrouwtje altijd weer probeert te dekken, en meestal als een grove beer tekeer gaat, heeft hij in deze periode geen waarde meer tijdens haar dracht. Ook is er een groot risico als je hem bij het vrouwtje laat tijdens de geboorte, hij zal het vrouwtje direct weer bevruchten. Deze vrijpartij gaat dan ten koste van de jonge rittens (baby’s) waar de man totaal geen zorg voor draagt. Je jonge net geboren dieren liggen dan her en der door de kooi verspreid en het vrouwtje heeft geen aandacht voor hen omdat het mannetje steeds maar weer achter haar aan zit.

Het is voor haar nu tijd om zich voor te gaan bereiden op de zwangerschap die hoogstens slechts 22 dagen duurt.

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap zijn er geen extra voorzieningen of voedingswijzigingen nodig voor het vrouwtje. Wel mag je wat toiletpapier in de kooi geven, je zult zien dat ze er reepjes van scheurt en er een soort nestje van maakt. Een jonge rat moet leren een nestje te maken. Wat opvalt is dat na enig oefenen de nestjes steeds mooier worden. Het belangrijkste is wel om de laatste dagen voor de worp (bevalling) wat extra papier te geven.

Dan de grote dag! Rond de 22 ste dag zal moeder haar kleintjes op de wereld zetten. Het zijn kleine roze wurmpjes die tussen de 5 en 6 gram wegen, dit is afhankelijk van de nestgrootte.

Normaal zal een worp jonge ratten uit 6 tot 12 stuks bestaan, maar gevallen van 16 jongen in een nest komen voor.


1 dag oud


3 dagen oud


5 dag oud


7 dagen oud

De aankomende periode zal de moeder veel aandacht besteden aan de kleintjes door ze te poetsen en te zogen. Onder normale omstandigheden zal het gedrag van de moeder niet extreem veranderen, dus als zij voor de dracht een rustige handtamme rat was zal zij dat in de meeste gevallen wel blijven. Toch dient er rekening mee gehouden te worden dat een moeder met nest een verzorgende hand van haar baasje niet direct meer accepteert en weleens een vervelende hap kan geven. Gelukkig zijn dit uitzonderingen.

De groei en ontwikkeling van de kleine rittens gaat zeer snel. Hieronder een schets waarin de verschillende ontwikkelingen zijn aangegeven:

  • De jongen zullen in de zoogtijd tot 55 gram aankomen.
  • In de pubertijd bereiken de jongen een gewicht tussen de 150 en 200 gram.
  • Na twaalf weken hebben de mannetjes een gewicht tussen de 200 en 400 gram bereikt.
  • Na twaalf weken hebben de dames een gewicht tussen de 150 en 270 bereikt.
  • Volwassen mannen wegen tussen de 300 en 800 gram, de vrouwen tussen 250 en 400 gram.
  • Na 9 dagen krijgen de rittens een donsvacht.
  • De ogen en het oorkanaal gaan open tussen de 12 en de 14 dagen.
  • De eerste keer dat de rittens hun nest verlaten is tussen de 14 en 16 dagen.
Bronnen:
  • http://www.ratbehavior.org/Stats.htm
  • René Bastiaans: waarnemingen uit fokkerij
  • V.E.Z.
  • Maarten ’t Hart Ratten
  • https://dspace.library.uu.nl:8443/index.jsp
  • foto’s Karin Salomons