Praktisch iedereen die chinchilla’s heeft weet
nu waar zij oorspronkelijk vandaan zijn gekomen, namelijk uit het
Andesgebergte in Zuid-Amerika.Zij kwamen voor in Peru, Bolivia, Chili en
Argentinië.


Het klimaat is er hard, overdag kan de
temperatuur oplopen tot boven de 30 graden C. terwijl het in de nacht kan
vriezen. Eeuwen geleden stonden de chinchilla’s bij de Chinca- Indianen hoog
in aanzien. Zij aten het vlees der dieren en plukten de fijne haren uit de
pels waar zij onder andere dekens van sponnen. Nadat de Inca’s de Chinca’s
hadden overwonnen gebruikten de Inca’s de pelzen van de chinchilla’s om
statiegewaden voor hun koningen te vervaardigen. Het werd de overwonnen
Chinca’s zelfs verboden de chinchillapelzen zelf te gebruiken. In de 16e
eeuw kwamen de Spaanse conquistadores en veroverden het Zuid-Amerikaanse
continent, zij roeiden de Inca’s praktisch uit en de daar aanwezige
knaagdieren noemden zij Chinchilla’s naar de naam van de eerste bewoners van
de streek, de Chinca’s. Zij namen de pelsen mee naar Spanje en zo ontstond
de vraag niet alleen uit Spanje maar uit vele Europese landen naar de pels
van de Chinchilla. Men stelde de pelzen op gelijke hoogte met goud, zilver
en juwelen. De Chinchilla’s werden zo zwaar gevolgd dat het aantal
uitgevoerde pelzen, dat in 1899 nog 500.000 bedroeg in 1915 al was gedaald
tot circa 3000 vellen. Hierop vaardigde de Zuid-Amerikaanse regering een
verbod uit op het uitvoeren van de pelzen, maar diverse ondersoorten waren
toen reeds uitgeroeid. De Koningschinchilla (Chinchil-Chinchilla)
was, zo dacht men, reeds totaal uitgeroeid. Wij
hebben echter in 1976 in Frankfurt op een show een Koningschinchilla gezien,
dit dier was ruim tweemaal zo groot als een gewoon dier. Men had met
toestemming van de Boliviaanse regering maanden lang gezocht in het
Andesgebergte en uiteindelijk slechts één mannetje gevangen. Men heeft
getracht het dier met de gewone chinchilla’s te verparen, dit is echter op
een mislukking uitgelopen. De vrouwtjes werden door het veel te grotere dier
gedood. Hoewel men toen reeds zei dat men in de
toekomst zou trachten nog meer exemplaren te vangen, hebben wij nooit
gehoord of dit inderdaad is gelukt.

In 1918 werkte een Amerikaanse mijningenieur,
Mathins Ferrel Chapman, in dienst van de Anaconda Copper
Company te Potrerillos. Deze werd op 3500 meter hoogte voor het eerst
geconfronteerd met een chinchilla welke hem door een indiaan werd
aangeboden. Hij was zo gefascineerd door het dier dat hij in gezelschap van
de indiaanse jager op zoek ging om meer
chinchilla’s te vangen. Toen zijn contract in 1922 afliep besloot Chapman de
chinchilla’s die zij inmiddels hadden gevangen,
zeventien stuks, mee te nemen naar Noord-Amerika. Het
koste hem zeer veel moeite om een uitvoeringsvergunning te krijgen.
Hetgeen hen uiteindelijk gelukte. In februari
1923 kwam Chapman in San Pedro in Californie met elf chinchilla’s, vier
vrouwtjes en zeven mannetjes.
In Ingewood in Californie richtte hij destijds
de eerste chinchillafokkerij op.Hoogstwaarschijnlijk zijn er tussen 1923 en
1940 nog wel meer chinchilla’s gevangen in Zuid-Amerika en naar
Noord-Amerika gebracht.
Het lijkt namelijk zeer onwaarschijnlijk dat
alle in Noord-Amerika levende chinchilla’s van slechts vier door Chapman
gevangen vrouwtjes afstammen. Het werd toen immers betrekkelijk gemakkelijk
om een vergunning te krijgen of te kopen omdat de dieren zeer veel geld
opbrachten. Een paartje chinchilla’s kostte toen in
Amerika $. 3200,- en voor
dat geld wilde men in Zuid-Amerika wel een vergunning geven om de dieren te
vangen.
Zelfs begin 1950 bedroeg de prijs nog $. 1600,-
per paar. Eind vijftiger jaren en begin zestig
werden de eerste chinchilla’s naar Europa geëxporteerd. De prijzen waarvoor
in Nederland in 1960 de eerste dieren werden verkocht bedroegen van (toen
nog in guldens) van Nlg. 1800,- tot - 4000,- per
paartje.
Gelukkig dat Chapman destijds op chinchilla
jacht ging, hiermee is een schitterend dier voor totale uitroeiing behoed.
Er zijn nu dieren in praktisch ieder deel van de wereld, uitgezonderd in
Australië, men is bang dat zij daar eenzelfde plaag gaan vormen als de
konijnen. De Chinchilla’s komen nu zelfs niet meer voor op de lijst van
beschermde dieren.
Geschreven door Renny Bouwens
Afkomstig uit het clubblad van de Nederlandse
Chinchilla Vereniging
Foto's van
Aline