Beschrijving en illustratie van de belangrijkste kleurmutaties bij de chinchilla's

Kleuren bij chinchillas (en andere knagers) zijn dikwijls een groot vraagteken voor de leken...

De mutaties:

Deze komen overeen met het spontaan verschijnen van een genetische modificatie bij een individu, en waarvan de transmissie gebeurt volgens dezelfde wetten als de andere karakteristieken, volgens hun dominant of recessief karakter.

In de natuur zal een modificatie zich slechts doorzetten en in een soort gefixeerd worden, indien deze een positieve evolutie veroorzaakt. In het andere geval zullen dieren met een mutatie vlug geëlimineerd worden door natuurlijke selectie (predatoren, slecht aangepast aan het milieu, enz.)

In het geval van de chinchilla, waarvan de kleur “standaard grijs” perfect aangepast is om op te gaan in zijn oorspronkelijke rotsachtige omgeving, was het voorkomen van dieren met kleurmutaties, vooral de lichte kleuren, geen positieve evolutie. Het is slechts in gevangenschap dat de mutaties van dit type, door voorkeur en selectie van de mens, gefixeerd en doorgegeven konden worden.

Onder deze mutaties zijn er sommigen spontaan opgedoken, andere zijn het resultaat van onderlinge kruising tussen andere mutaties. Sommige mutaties zijn dominant, andere recessief. Ze kunnen geklasseerd worden als volgt:

Standaard

De meeste chinchilla's hebben deze kleur (90% van alle chinchilla's!!!), het is de oorspronkelijke kleur. De wilde chinchilla had deze kleur! Deze chinchilla ziet er grijs uit.

De kop, het lichaam en de staart vertonen een opeenvolging van kleurbanden. De grondkleur is donkergrijsblauw. De tussenkleur is zilverachtig wit. De dekkleur is donker tot licht grijs met zwarte ticking. (Die drie achtereenvolgende banden is representief voor het agouti patroon). De buikkleur is wit. De grondkleur op de buik is donkergrijsblauw. De staart is aan de onderzijde zwart. De ogen zijn zeer donker. De oren zijn grijs. Er is toch een verschil tussen de standaarden, die variëren tussen licht en donker grijs. Er zijn zeven nuances van standaard erkend door de fokkers van dieren voor het bont. In ieder geval moet deze kleur zuiver zijn en niet gemengd met een andere kleur (bruin bvb). De genetische code van de standaard chinchilla is SSxx.

De dominant witte kleurmutaties

De allereerste kleurmutatie die officieel gerecenseerd werd bij de chinchilla. Ze is tevoorschijn gekomen in 1955 in de fokkerij van de Amerikaan Wilson.

Wilson White (WL/pw - pw/pw):


Genotype : deze kleur kan niet homozygoot verkregen worden. Ze is dominant heterozygoot met een letaalfactor op het Wilson gen. Men mag dus nooit twee Wilsons met mekaar kruisen, ook geen Wilson met een Starlite.

Fenotype : volgens het standaard type dat men gebruikt voor de fok, zal deze zich anders manifesteren bij de nakomelingen.

Bij grote wedstrijden waar veel witte varianten voorgesteld worden, worden deze gegroepeerd volgens kleurnuance : zuiver wit, niet-uniform wit met donkere grannen, wit met donkere grannen mozaïek met of zonder gelijkmatige tekening. Bij de zilvers zijn er grijze zones door de donkere haarpunten met een blauwe grondkleur in plaats van een witte grondkleur bij de witte varianten. Donkere ogen (gelijk aan Standaard, verschillend van albino).

Hetzelfde witte gen manifesteert zich dus op verschillende manieren, fundamenteel afhankelijk van het type sluier (donker) en de diepte van deze, en van het type van standaard pels waarmee men gekruist heeft.


De witte chinchilla (zuiver) of soms sneeuwchinchilla genoemd is zo zuiver mogelijk wit, toch zijn de oren donker en de ogen zijn zwart. (dus niet hetzelfde als een starlite of een albino: zie vervolg van dit artikel in een van onze volgende uitgaven.)

De Wilson White is ook wit, maar niet volledig zuiver, hij heeft een licht sluier door de donkere grannenharen op de mantel, de oren zijn donkergrijs, de ogen zijn zwart. De Wilson White heeft een lichtgekleurde staartbasis (zilvergekleurde haren aan de staartaanzet).


Zeer belangrijk: de fok met witte chinchilla’s vereist enige kennis. Bij de voortplanting van twee chinchilla’s met dominant witte factoren (zie de verschillende dominant witte kleuren hiervoor!) is een letaalfactor in het spel. Wanneer 2 witte genen samenkomen, is er een risico op pre- en post-partum mortaliteit van de jongen en soms de moeder (resorptie en/of calcificatie van de jongen, risico op blokkering in het genitaal systeem van het vrouwtje, enz...). De jongen kunnen in ieder geval levend geboren worden, maar zwak zijn en sterven. Geen enkele chinchilla die een wit gen draagt zou mogen gefokt worden met een andere wit-drager, zelfs al zijn ze niet zuiver wit.

Mozaïek

De mozaïek chinchilla die in deze categorie geplaatst wordt is zeer licht.


Het gaat om een chinchilla met kleurvelden in Wilson of zilver op een witte pels. Ook hier zijn de oren donker grijs, de snorharen en de ogen zijn zwart.

Er is geen donkere kleurband op de voorbenen, er kunnen zich wel zilvergrijze haren op de voorbenen aanwezig zijn.

De staartkleur is van helder tot wit met een zilveren basis of met drie kleurbanden zoals bij de zilver. Bij een keuring wordt het dier met de zuiverste kleurvelden en afscheiding geprefereerd.

Zilver

De zilver chinchilla is een dier met een donker zilvergrijze tot blauwe onderkleur, de tussenkleur van de haren is wit (in sommige gevallen zeer licht zilvergrijs) en de sluier, gevormd door de kleur van de haarpunten, is zilver in nuances van licht, midden tot donker. De pels vertoont vlekken noch tekeningen.


De staart heeft een zilveren kleurband, gevolgd door een donker tot zwarte band en een witte punt tot ongeveer 1/3 van de staartlengte. De ogen en de snorharen zijn zwart. De oren zijn donkergrijs.

Wanneer bij de geboorte van uw baby chinchilla de kleur standaard schijnt, maar met een witte staartpunt, gaat het om een zilver en niet om een standaard.

De kleurmutaties met recessief wit:

Albino (c/pw - c/pw)

Zuiver wit, maar met een tendens naar een geelachtige kleur (vroeger ivoor genoemd) en roze ogen (te wijten aan totale afwezigheid van pigment). De pels is zijdeachtig en dicht.

Er zijn weinig albino’s gezien het een recessieve mutatie is.

Deze kleurmutatie is voor de eerste keer verschenen in 1960-1961 bij Dennison Blackburn

Recessief wit of Stone wit (Stone White)

Betekent niet steenwit!!

Deze mutatie is voor de eerste maal gezien in 1963 bij Paul Stone, Oklahoma, USA.

Volledig wit dier met roze ogen. De pels is dicht, lang en ietwat hard.

Hij is soms wat klein van type.

De recessief witte variëteit heeft een neiging tot micro-ophtalmie (zeer kleine ogen) en een slecht zicht.

Sommige recessief witten worden geboren zonder ogen, anderen hebben rudimenaire ogen. De gezonde dieren planten zich goed voort en zijn actieve dieren.

Wit langhaar (Long-Fur White)

In tegenstelling tot de standaard haarlengte die gemiddeld ongeveer 2 cm à 2, 5 cm bedraagt in de nek en 3, 8 cm tot iets meer op de achterhand, bereikt het haar bij deze recessieve factor een lengte van 4,5 cm in de nek tot 7,6 cm op de achterhand.

Deze dieren hebben langhaardragers voortgebracht en uiteindelijk andere homozygoten, nadat ze gepaard werden aan andere mutaties. Deze dieren zijn niet gewild in de pelsindustrie, maar kunnen zoals elke andere chinchilla ook gehouden worden als gezelschapsdier of voor wedstrijden.

Dominant beige kleurmutaties

Beige of Tower Beige (PW/pw - PW/pw (homozygoot)) en (PW/pw - pw/pw (heterozygoot))

Dit is de tweede dominante mutatie die verscheen. Dit gebeurde in 1960 bij Nick Tower, in de USA. Deze mutatie is dominant zonder letaalfactor bij de homozygote chinchilla (een dier dat twee identieke PW allelen heeft op dezelfde plaats op een chromosoom).

Dit is de meest verspreide kleur na de standaard, ong. 2,55% en er zijn verschillende varianten.

Dit is de enige dominante kleur die zowel heterozygoot als homozygoot bestaat.

Beiges zijn mooie dieren en goede fokdieren. Ze hebben een vel (of leder) van goede kwaliteit.

De oogkleur varieert van zeer licht roze tot rood.

De moeder is heterozygoot, het jong is homozygoot beige (crème), foto van Lorena Panitti

De homozygoot beige chinchilla heeft een veel slanker type en zijn pels is dunner dan de heterozygoot beige.

In het algemeen heeft de homozygoot beige robijnogen met een mooie rode gloed, de rug en de flanken zijn crème en de buik wit terwijl heterozygoot beige robijnogen heeft, de rug en de flanken zijn licht beige, maar varieren van een exemplaar tot een andere (zelfs voor de oogkleur), de buik is wit, de oren zijn roze.

Le Tower beige is deze van tegenwoordig.

Veel Tower beiges hebben grijs gepigmenteerde vlekken op de oren en de neuspunt (misschien zelfs over het hele lichaam… ?)

Er zijn nog andere namen gegeven aan verschillende beiges:

De homozygoot beiges (0,05%) kunnen onderverdeeld worden in blond of honing beige (Honey Dawn beige), crème, lichtbeige (Soft beige). Een lichter crème kleur met roze-rode ogen vindt men slechts in het geval waar dit gen homozygoot voorkomt.

Blond of honing beige (Honey Dawn beige): het dek is honing beige of blond, de middelste band van de haren is wit en de onderkleur is zeer licht gemskleurig, bijna wit. De sluier is zacht honingkleurig, dit kan licht variëren in lichte, gemiddelde en donkere nuances.

Door de zeer lichte kleuruiting moeten de ogen rood zijn met een blauwachtige ring. Dit is het product van twee beige ouders. Deze mutatie wordt typisch homozygoot beige genoemd.

Te onthouden: een homozygoot beige zal nooit standaard jongen geven, zelfs indien men ze samen met een standaard fokt !

Heterozygoot beiges (2,5%) komen voor van licht crème tot donker beige : blond, Tower beige, dominant beige (dominate beige), gekroond beige (Crown of Sunset beige), Rose Sunset, Mokka Sunset (Mocha Sunset), kaneel (cinnamon), bruin. Deze dieren hebben een witte buik en robijnrode ogen. De ogen schijnen dikwijls opaal. Een donkere grondkleur is te verkiezen.

Enkele details over de beige nuances :

Gekroond beige (Crown of Sunset beige) : beige bedekt met een roze sluier, de middelste band van de haren is gemskleurig, de grondkleur is lavendel – variërend van donker lavendel tot chocoladebruin. De sluier strekt zich in lichte nuances uit tot de buik en van licht tot donker naar de rug zoals bij de standaard. Het is een heterozygoot beige. Sommigen noemen deze ook Rose Sunset.

Een variante is de Moka Sunset (Mocha Sunset), die een rijke donkerbruine sluier heeft.

Te onthouden : een heterozygoot beige gefokt met een standaard geeft 50% beige jongen !

Recessief beige kleurmutaties

Het belangrijkste fenotypisch verschil tussen recessief beige en dominant beige is de oogkleur.

De champagne beige (Wellman Beige) - is een recessieve mutatie die tevoorschijn kwam in 1954. Deze heeft een lichtbeige sluier met een donkerbruine grondkleur en de middelste band van de haren is zeer licht gemskleurig. De ogen zijn bruin of zwart en de oren zijn zeer bleek. Deze kleur is zeldzaam. De beharing is lang en dicht, maar is gevoelig aan oxidatie (roestplekken) met een oranjegele kleur die moeilijk te elimineren is. De fok met deze mutatie is moeilijk.

De Rzewski Beige – deze recessieve mutatie is verschenen in 1958 in Polen en is gelijkaardig aan de Wellman Beige. Het is beige met bruine ogen en een witte buik. Deze kleur is waarschijnlijk volledig verdwenen

De Lavendel Bruin (Young Lavender Brown) dit recessief bruin is een « lavendel grijsbruine » of « lavendel grijs-gemskleurige » kleur met een witte buik. De beharing is van een aanneembare textuur en heeft een mooi uitzicht.

De Sullivan Beige en de Reynolds Beige : recessief beiges met rode ogen – twee gelijkaardige types die gelijktijdig verschenen zijn in 1960 in de ranch van L. Sullivan en deze van C.J Reynolds.

Gekarakteriseerd door een kortere beharing, de beige kleur is niet te diep en de ogen zijn rood tot roze.

Deze kleuren bestonden enkel in deze twee ranches…

Te onthouden: momenteel bestaan er 3 types beige : Tower beige, Wellman beige en Sullivan beige, maar er zijn verscheidene nuances die elk een naam kregen.

Dit artikel is afkomstig van de voormalige Belgische vereniging Rodent