Zwartstaartprariehonden: leefwijze in de natuur

Huisvesting

Het zijn schermerdieren die 's morgens aktief zijn en aan het einde van de dag, ze zijn het grootste deel van de dag in hun holletje.

Ze doen geen winterslaap (behalve de Cynomys Gunnisoni) maar zijn zeker minder actief van december tot januari.

Ze slapen in hun hol waarvan de temperatuur de 10°C niet overschrijdt.

De Zwartstaartprairiehonden leven in kolonies op open prairies met korte grassen. Deze kolonies noemt men ‘towns’ of steden en kunnen zich uitstrekken over een honderdtal hectaren. Elke stad is verdeeld in verschillende ‘wards’ of districten. Een district is gemarkeerd door beplanting of reliëf en wordt bewoond door een aantal ‘coteries‘of familiegroepen. Het territorium van een familie kan wel 4000 m² groot zijn en bestaat uit een ingenieus netwerk van ondergrondse gangen. Deze gangen kunnen 4 tot 34 meter lang en 1 tot 6 meter diep zijn en ze bevatten meerdere kamers.

Zo zal er een met gras beklede nestkamer en een kinderkamer zijn, zelfs een kamer waar ze hun behoefte doen (wc) is voorzien. Ook maken ze een plek net onder de grond, zodat ze de omgeving in de gaten kunnen houden voor gevaar zonder de ‘burcht’ uit te hoeven.

Bovengronds lijken de toegangen tot het gangenstelsel wel op minivulkanen, met een doorsnede van 1,5 m en een hoogte van 50 cm verhinderen zij dat het regenwater in het gangenstelsel kan lopen. Ook verschillen deze uitgangen van hoogte zodat er constant een luchtstroom door het gangenstelsel voert. Tevens fungeren deze verhogingen als uitkijkpost voor de ‘wachter’ die op deze manier de omgeving kan afspeuren en alarm kan slaan bij eventueel dreigend gevaar. Wanneer hogere plantengroei het uitzicht belemmert zal deze gelijk afgegeten worden.

Leefgedrag

Prairiehonden zijn zeer sociaal levende dieren. Een familie bestaat gewoonlijk uit één volwassen mannetje met 3 vrouwtjes en de jongen tot 1 jaar (maar er kunnen tot 26 leden zijn van dezelfde familie). De familiebanden zijn zeer nauw en de dieren bewegen zich uitsluitend binnen het territorium van hun eigen ‘coterie’. Ze bewaken en verdedigen hun woongebied dan ook tegen bewoners van de aangrenzende territoria. Het kan gebeuren dat een prairiehond een vreemd territorium binnendringt. Zodra hij is ontdekt vliegt de eigenaar op hem af. Wanneer de indringer zich binnen een meter van zijn eigen territorium bevindt, kan hij weigeren om zich terug te trekken en vindt er een gevecht plaats. Zulk een gevecht verloopt volgens een strikt ritueel waarbij zelden gewonden vallen. De twee ‘strijders’ stuiven op elkaar af en stoppen op het laatste moment tegenover elkaar, waarna een van beide zich omdraait, de staart omhoog steekt en zijn anaalklieren vertoont. De andere zal deze voorzichtig besnuffelen en vervolgens worden de rollen omgekeerd. Dit duurt net zo lang tot een van beide de andere in zijn achterste bijt. De gebetene trekt zich dan terug en zal zo een grens tussen de territoria markeren, waarna ze ieder naar hun eigen woningen kunnen terugkeren. Een dergelijk conflict levert in de meeste gevallen niet meer dan een grenscorrectie op van enkele tientallen centimeters. Deze verdedigingsreflexen gaan over van generatie op generatie, zodat ondanks het feit dat de bewoners veranderen, de grenzen dezelfde blijven.

De prairiehonden hebben een goed ontwikkelde reukzin. Twee orale klieren aan beide mondhoeken en een anale klier, die ze naar buiten stulpen als ze bang zijn en die zichtbaar is als 3 kleine papillen rond de anus, dragen er toe bij dat de dieren elkaar herkennen. Als twee prairiehonden elkaar tegenkomen kruipen ze op elkaar af tot de neuzen elkaar bijna raken, het lijkt wel of ze elkaar kussen. Als ze elkaar niet kennen trekt de één zich terug of het komt tot een gevecht. Als het vrienden zijn zullen ze elkaar een poetsbeurt geven en knuffelen of spelen.

Behalve dat ze veel lichamelijk contact hebben, heeft onderzoek uitgewezen dat zwartstaart prairiehondjes ook communiceren door het gebruik te maken van verschillende geluiden. De door de dieren voortgebrachte kreten zijn ongetwijfeld het belangrijkst voor de samenhang van de groep. Zo is uitgewezen dat het gekef varieerde met de kleur van de kleding van de onderzoekers en het feit of ze wel of niet een baard droegen. De alarmkreet is duidelijk te onderscheiden van de verzamelkreet . Laat een van de groep luid de alarmkreet horen, dan duiken al de leden van de groep direct in de holen. De verzamelkreet laten ze enkel horen als ze zich veilig wanen, dan verheft het dier zich op de achterpoten met zijn kop naar omhoog. Soms stoot hij zijn kreet met zo’n kracht uit, dat zijn lichaam even van de grond loskomt en hij omver valt.

De prairiehond beschikt over diverse geluiden om te communiceren:

1. De meest bekende kreet is deze om het territorium af te bakenen, « Hoo-wah ». Deze kreet wordt begeleid door het naar achter gooien van de kop en is een indicatie van vreugde. De kreet wordt uitgestoten wanneer het baasje binnen komt.

2. Scherp blaffen of schreeuwen: dit is een waarschuwing wanneer gevaar bespeurd wordt. Met de tanden klapperen betekent dat hij wil aanvallen maar dat hij nog een kans geeft...

3. Een scherpe en hoge kreet wanneer hij achternagezeten wordt door een predator.

4. Met de tanden knarsen wanneer de prairiehond geagiteerd of nerveus is.

5. Piepgeluiden of "Yip". Hij piept zachtjes wanneer hij gestreeld wordt en gewoonlijk wanneer hij zich gelukkig voelt, als signaal « alles is ok »...

6. Giechelen wanneer hij speelt.

Voortplantingsperiode

In het voorjaar verandert de sociale structuur van de prairiehonden, er ontstaat een hevige competitie onder de vrouwtjes om de gunsten van het mannetje. De seksuele relatie tussen prairiehonden brengt geen enkele vorm van baltsvertoon met zich mee. De vrouwtjes van een coterie worden door het dominante mannetje in het hol gedekt. Ongeveer een maand later komen de naakte en blinde jongen ter wereld. Pas na 6 weken als ze het werphol beginnen te verlaten krijgen ze de andere bewoners voor het eerst te zien. Vroeger dacht men dat de vrouwtjes de jongen samen grootbrachten, maar na meer onderzoek is gebleken dat de nieuwe moeder de eerste 6 weken geen andere dieren in de kinderkamer toelaat en zelfs kleintjes die niet van haar zijn dood maakt.

Vanaf het moment dat er jongen geboren zijn bouwen sommige volwassen dieren nieuwe holen buiten hun oorspronkelijke territorium. Ze emigreren naar nog onbenut terrein of territoria met geringe bezetting. Gedurende deze periode graven de dieren overdag en zoeken ze ‘s nachts hun oorspronkelijke holen weer op. Pas als de jongen zelfstandig genoeg zijn, vestigen deze wegtrekkende dieren zich definitief in hun nieuwe woningen. De eerste maanden mag een jonge prairiehond doen wat ie wil, zelfs zich op vreemde bodem wagen. Geleidelijk aan leert hij de grenzen van het eigen territorium te eerbiedigen en de herkenningskus uit te voeren.

Jonge mannetjes moeten als ze ongeveer een jaar oud zijn de groep verlaten om nieuwe groepjes te stichten of de vrouwtjes van een ander mannetje over te nemen. Pas in hun tweede levensjaar worden de mannetjes seksueel actief. De vrouwtjes blijven altijd in het district waarin ze geboren zijn. Ze zijn dus altijd dicht aan elkaar verwant.

De prairiehond en zijn omgeving

In de vrije natuur is het bestand van de zwartstaartprairiehond sterk teruggedrongen doordat een groot deel van hun leefgebied is ingepalmd door de landbouw. In het beging van de 20ste eeuw werd hun aantal in Texas geschat op ongeveer 800 miljoen exemplaren, eind jaren ’70 waren het er nog maar 2 miljoen. Ze werden dan ook massaal bejaagd en vergiftigd in naam van de landbouw. Een andere reden waarom ze bejaagd werden was dat men dacht ze de pest zouden overbrengen op de mens. Dit is echter niet juist. Het soort pest dat bij deze dieren voorkomt, komt alleen voor bij dieren en wanneer er een kolonie door besmet is zal deze totaal uitsterven. Het is zeer zelden dat een mens deze ziekte krijgt door contact met de prairiehondjes.

Het prairiehondje heeft een belangrijke plaats in het ecosysteem. Behalve dat ze er voor zorgen dat de begroeiing van de prairie gezond blijft, zijn ook de dieren die op hen jagen zoals coyote, das, zwartvoet bunzing, bobcat, steenarend en prairievalk van ze afhankelijk. De zwartvoetbunzing, wiens voedsel voor 80% uit prairiehonden bestaat, is een van de meest bedreigde diersoorten van Amerika en wordt dan ook in de hoogste mate beschermd.

Als de prairiehond uit het ecosysteem zou verdwijnen, zou dit grote nadelige gevolgen voor deze dieren kunnen hebben.

Hubert De Keyzer