Mijn degoes

Hoe ik de degoe heb leren kennen, of er bij gekomen ben om ze zelf in huis te willen, weet ik niet meer.

Wel weet ik dat ik al lange tijd in ze geïnteresseerd ben, en vooral de laatste 2 jaar werd de drang om ze zelf in huis te hebben erg groot.

Ik heb enorm veel opgezocht over deze knaagdieren, en toen er 5 degoes ter adoptie zaten in de opvang waar ik voor werk, ging mijn wens eindelijk in vervulling.

Het ging om een moeder met 4 van haar dochters, en mijn plan was om 2 dochters te adopteren.

Daar gekomen vond ik moeder echter ook enorm lief, en toen ik te horen kreeg dat er waarschijnlijk nog iemand interesse had in 2 degoes, en er dus één alleen zou overblijven, heb ik niet lang getwijfeld en moeder ook gewoon mee naar huis genomen.

Nu blijkt dat dat zeker geen slechte beslissing is geweest. Moeder is en blijft de baas over haar kinderen, en zorgt dat de sfeer gezellig blijft. Omdat zij vrij tam en rustig is, geeft dat de andere 2 degoes namelijk ook meteen meer vertrouwen in mij.

Naar elkaar toe zijn Andes, Kani en Chili erg vreedzaam. Er wordt wel wat afgepiept, en zeker als het etenstijd is wordt er al wel eens geduwd (ook al hebben ze elk een eigen voerbakje, wat een echte noodzaak is), maar er wordt niet gebeten, achtervolgd of wat dan ook.

Dat vind ik al een heel positieve karaktereigenschap van de degoe. Ik heb met Mongoolse gerbils en Roborovski dwerghamsters namelijk geen goede ervaringen op het vlak van verdraagzaamheid.

Wat ik nog zo leuk vind aan degoes: hun nieuwsgierigheid en hun brutaal karakter, hun manier van communiceren en de geluidjes die ze maken, het feit dat ze zowel overdag als ’s nachts actief zijn en het feit dat ze wel van wat aandacht houden, maar toch niet heel de dag moeten opgepakt worden. Dat zou omwille van mijn studies, mijn werk, al mijn dieren en mijn vriend gewoon onmogelijk zijn…

Aangezien ik mijn drie musketiers nog niet zo lang heb, en ze nog niet zo héél tam zijn, mogen ze voorlopig nog niet vrij loslopen. Ik weet dat hun vertrouwen (en hun staart) gemakkelijk te breken is als je ze wil vangen, dus hier wacht ik liever nog even mee tot ze tam genoeg zijn.

Op zich is het feit dat ze nog niet vrij mogen rondlopen geen probleem, aangezien ze gehuisvest zijn in een kamervolière van 60x50x160 cm, met verdiepingen en verschillende speeltjes zoals een renrad, buizen, doosjes, wc-rolletjes, een bloempot, een huisje gemaakt van verschillende grassen, een zandbakje enzovoort.

Ik merk dan ook wel echt dat ze veel afleiding en bewegingsruimte nodig hebben, en je kan ze maar beter genoeg dingen geven die ze mogen stuk knabbelen, want degoes knagen werkelijk aan alles waar maar aan te knagen valt !

Hierbij is het grootste nadeel naar mijn mening wel meteen gezegd, eventueel gecombineerd met het feit dat ze nogal graven en er dus regelmatig een hele lading beukensnippers door de kamer vliegt.

Maar ik zie de humor er wel van in, mijn degoes maken me aan het lachen, en dat maakt veel goed!

(c) Fenna Isenborghs