Steppenlemmingen (Lagurus lagurus)

Steppenlemmingen komen in Oekraïne tot Noord-Kazachstan, Mongolië en het noordwestelijke gedeelte van China voor. Een Steppenlemming lijkt heel erg op een dwerghamster. Qua lichaamslengte worden ze niet groter dan 9 tot 13 centimeter en ze hebben ook een aalstreep (= een streep van kop tot staart). Maar ze hebben geen wangzakken zoals een hamster. De Steppenlemming behoort tot de familie van de woelmuizen. Steppenlemmingen worden niet oud. Ze worden gemiddeld anderhalf jaar oud.

Steppenlemmingen zijn planteneters en verzamelen op ieder uur van de dag of nacht voedsel. Ze eten voornamelijk de groene delen van planten. Daarnaast eten ze wortels, knollen, mossen en ander plantaardige voedsel. In gevangenschap is het dan ook beter om niet alleen hamstervoer maar daarnaast ook veel hooi te geven en het hamstervoer aan te vullen met kippenvoer.

Steppenlemmingen zijn koloniedieren maar houd er rekening mee dat ze de ruimte nodig hebben. Wanneer in de natuur de populatie te groot is, gaan ze op trektocht. Dit gaat dwars door dorpen en steden. Hierover zijn diverse verhalen van bekend. Bij een trektocht sneuvelen namelijk veel lemmingen. Ze worden overreden of krijgen een ander ongeluk. Er zijn zelfs verhalen bekend dat lemmingen niet voor water stoppen en zo verdrinken. Maar de verhalen worden vaak aangedikt. Zo heeft in 1958 Disney een natuurdocumentatie gemaakt en een lemming gefilmd die van een rots afsprong. Het blijkt dat dit stuk in scène is gezet.

Behalve dat Steppenlemmingen gravers zijn, zijn het ook echte bouwers. Dit komt omdat in de winter de grond bevroren is en dat ze dan geen hol kunnen graven. Ze bouwen dan van grassen een soort gangensysteem. In gevangenschap zie je dit ook terug. Van het hooi maken ze nesten waar ze lekker onder kunnen liggen.

Tegenwoordig zie je de Steppenlemmingen ook in de dierenwinkels. Qua karakter bijten ze niet en zijn ze vrij lief. Maar ze houden er niet zo van om opgepakt te worden en het zijn daarom geen echte knuffeldieren. Het zijn meer dieren om naar te kijken.

Martin Braak