Steppenlemming - Lagurus lagurus

Herkomst:

De Steppenlemming komt voor in OekraÔne, Noord Kazakstan, MongoliŽ, Noordwesten van China, Zuid Rusland en SiberiŽ. Ze leven op de steppen. Ze leven in familiegroepen en zijn dag- en nachtactief. Ze bouwen hun eigen holen, deze hebben 3 tot 4 gangen naar buiten en zijn zo'n 90 cm. diep. Onder de grond zijn een paar kamers, de slaapkamers hebben ze helemaal "bekleed" met gras.

Uiterlijk:

De lemming is een kleine woelmuis (25 tot 45 gram), met een kleine stompe kop, donkere snorharen, kleine zwarte ogen en hele kleine ronde oren. Het lichaam is langwerpig met korte pootjes en een hele kleine staart. Lichaamslengte is 9 tot 11 cm en de staart is maar 1 tot 2,5 cm. De haren op de rug en bovenkant kop zijn grijs/bruin met een donkere ticking, de flanken zijn iets lichter gekleurd en de buik is vaal grijs/wit. De staart, oren en pootjes zijn helemaal behaard. Ze hebben zwarte nagels. De Steppenlemming heeft een zwarte aalstreep, deze begint op zijn voorhoofd in het midden net boven de ogen en eindigt net boven de staart.

Gedrag:

De Steppenlemming is dag en nacht om de 2-4 uur actief . Dat maakt het in dit opzicht een leuk huisdier. De diertjes zijn heel erg tam te maken, ze kunnen echt wennen aan hun verzorger en als ze je eenmaal kennen zijn ze uiterst vriendelijk en nieuwsgierig. Ze bijten bijna nooit. Ze klimmen graag op je hand en blijven rustig in je mouw liggen slapen, maar niet voordat ze alles bekeken hebben.

Huisvesting:

De Steppenlemming is het beste per koppel te huisvesten in een verblijf van 60-30-30 cm. De bak dient een ruime laag bodembedekking te bevatten zodat de dieren goed kunnen graven. Steppenlemmingen klimmen weinig en als ze ergens opklimmen laten ze zich er zo afvallen omdat ze zich niet goed vast kunnen houden. Het zijn echte oppervlaktedieren. Schuilhuisjes worden wel op prijs gesteld. Ook wc-rollen of pvc-buizen vinden ze geweldig. Steppenlemmingen zijn bij lage temperatuur te huisvesten, ze zullen dan een witte wintervacht krijgen. Wij houden ze binnen en dit bevalt prima, rond de 18-20 graden voelen ze zich het prettigst. De dieren kunnen niet goed tegen hitte, boven de 25 graden zoeken ze echte koelte.

Voeding:

In het wild eten ze vooral kruiden, grassen, zaden, granen en andere plantendelen. In gevangenschap kun je ze als basis knaagdierenvoer geven met kleine zaden en granen, aangevuld met veel gedroogde kruiden zoals luzerne en haver. Dit is in de meeste dierenwinkels in gedroogde vorm te verkrijgen. Verder krijgen ze hier kattenbrokjes en meelwormen. In de natuur eten ze zeer suikerarm, geef dus geen dingen die veel suiker bevatten, de dieren krijgen anders snel suikerziekte. Hier krijgen ze alleen wortel en heel af en toe wat andijvie of een stukje brood. Verder geen ander fruit of groente.

Er moet altijd hooi aanwezig zijn en water, dit laatste is aan te bieden in een drinkfles.

Ben je nieuwsgierig geworden naar deze leuke dieren? Dan kun je voor meer info kijken op www.exopets.eu.

© Exopets - Michan en Miranda