Kleine woestijnspringmuis

Herkomst

De Kleine woestijnspringmuis komt voor in Marokko, Somalië, Irak, Senegal en Egypte. Ze leven daar in woestijn- en halfwoestijngebied. Ze zijn nachtactief.

Ze bouwen een groot holenstelsel, waar ze overdag in vertoeven. Er is één ingang, dit is meestal een schuin naar beneden lopende gang van vier meter lang. Soms lopen de gangen wel twee meter diep de grond in. Onder de grond hebben ze één kamer met meerdere vluchttunnels eraan. In die kamer maken ze een nest van kamelenhaar, gras en blad.

Ze zijn solitair levend en zoeken alleen contact met anderen tijdens de paartijd.

Uiterlijk:

De kleine woestijnspringmuis is een opvallend dier. Hij is op de rug en kop geel/oranje met een donkere ondervacht, de buik is wit, ook om de ogen zit een witte ring. De haren onder de poten zijn ook wit. Zijn staart is kaal met aan het einde een pluim van zwart en wit haar. Dit dient als afleidingsvlag voor roofdieren.

Ze hebben een kleine kop, met een stompe neus, grote zwarte ogen en ovale grote oren. De oren zijn onbehaard. Hun achterlijf is slank met enorme achterpoten en hele kleine voorpootjes. Ze "lopen" dan ook alleen op hun achterpoten rond. Aan de achterpoten zitten drie tenen, de tenen zijn behaard met witte haren. Deze beschermen tegen wegzakken in het zand en tegen de hitte.

Hun lichaam is 9 tot 12 cm lang en ze hebben een staart van 14 tot 19 cm. Ze wegen tussen de 45 en 55 gram.

Gedrag:

Deze bijzondere dieren zijn erg vriendelijk en zullen niet snel bijten. Ze slapen overdag en komen alleen 's nachts tevoorschijn. In gevangenschap soms ook overdag als ze een geluid horen wat hun interesse wekt. Ze graven hele gangen in het zand, hiervoor gebruiken ze hun kleine voorpootjes en hun snuit. Ook voer wordt aangepakt met de kleine voorpootjes.

Als de dieren schrikken kunnen ze wel 3 meter ver springen en 1 meter hoog. Als ze in de natuur opgejaagd worden springen ze iedere keer een meter hoog en tijdens het springen veranderen ze met hun staart van richting om zo de vijand af te schudden. Erg opvallend is hun aparte slaaphouding. Meestal liggen ze op hun zij met de kop iets gedraaid en de poten helemaal gestrekt. Of ze zitten op hun kont met de poten onder zich gevouwen en met de kop op de borst. Ze worden zo vaak voor dood aangezien, maar niets is minder waar, bij aanraking of het horen van een geluid, schieten ze zo weg.

Huisvesting:

Het mooiste is een verblijf van tenminste 100breed-60hoog-50diep. De reden voor deze hoogte is dat de sprongen van 1 meter in de natuur alleen genomen worden bij vluchtgedrag, dit zien we echter in gevangenschap nooit.

Huisvesting op zand is het beste, de dieren kunnen vrijwel niet op andere materialen gehuisvest worden omdat hun vacht daar niet tegen kan. De vacht wordt vet, dat zorgt voor warmteverlies en uiteindelijk zal het dier sterven aan hoogstwaarschijnlijk een longontsteking. In de bak dient een warmtelamp aanwezig te zijn en de temperatuur mag niet onder de 18 graden te komen. Het mooiste is een constante temperatuur van 22-26 graden en in de zomer mag het zelfs warmer zijn, tot 30 graden. In de natuur is het s'nachts tussen de 18-20 graden, overdag 22-26 met uitschieters tot 30 graden.

In de natuur sluiten de dieren zich op in hun hol en houden een soort zomerrust tot de ergste hitte voorbij is. Ze sluiten al hun in- en uitgangen af en leven van hun nood voorraad voedsel. Water hebben ze bijna niet nodig door hun bijzondere orgaanfuncties.

De dieren maken graag een gangenstelsel om deze stevigheid te bieden kun je het beste pvc buizen gebruiken en die onder het zand aan elkaar koppelen om zo een natuurlijke omgeving te maken. Een papegaaiennestkast kan prima dienen als slaapplaats. Nestmateriaal is er in verschillende vormen, sisal, hooi, schapenwol, hondenhaar, vrijwel alles wordt aangenomen. Pas wel op met wol en haar dat er geen ongedierte in zit.

De dieren leven in de natuur solitair, maar worden in gevangenschap succesvol in groepen gehouden. Het beste is per koppel of trio.

Voeding:

In het wild eten ze grassen, zaden, vruchten en andere plantendelen. Ook insecten staan op het menu. Soms leggen ze per nacht meer dan 10 kilometer af op zoek naar voedsel. Er is voeding speciaal voor springmuizen te verkrijgen. Het voer is afgestemd op de karige levenswijze van de springmuis. De voeding bevat veel natuurlijk delen. De voeding is op beurzen in Nederland te verkrijgen, de hoofdleverancier zit in Duitsland. Water is aan te bieden in een drinkfles. Geef altijd water ook als dit afgeraden wordt, de dieren drinken maar weinig, maar ze gebruiken het wel. In de natuur nemen ze water op uit de plantendelen en insecten die ze eten. Verder zorgen hun darmen ervoor dat alle water weer wordt opgenomen in het lichaam.

Ben je nieuwsgierig geworden naar deze leuke dieren? Dan kun je voor meer info kijken op www.exopets.eu.

© Exopets - Michan en Miranda