Hoe tam is een Chinchilla?

Sinds een jaar of twee fokken wij op kleine schaal chinchilla’s en potentiële kopers vragen vaak of ze handtam zijn en hoe je ze tammer kunt maken. Nu zijn chinchilla’s over het algemeen geen dieren die je een uur op je schoot kunt aaien, wat vaak wel met konijnen of cavia’s kan. Je zou dus kunnen zeggen dat een chinchilla minder tam is, maar ik denk dat dit voor een groot deel aan het nieuwsgierige karakter van de chinchilla ligt. Zij willen gewoon niet stil zitten als er nog zoveel dingen te bekijken en vooral te beknabbelen zijn. Nu zijn er natuurlijk uitzonderingen hierop. Ik heb een chinchilla die regelmatig op mijn schouder of in mijn handen in slaap valt, maar de meesten willen toch het liefst rondrennen. Ik beoordeel dan ook liever hoe tam ze zijn aan hoe makkelijk ze vanuit hun kooi op mijn arm klimmen en uit zich zelf naar mij toe komen. Dit verschilt per chinchilla en ligt deels aan het karakter van het dier maar vooral aan hoe hij opgegroeid is en hoe er mee om gegaan wordt. Ik heb nu 12 jaar chinchilla’s en op het moment heb ik er 14, waarvan er 2 zelf gefokt zijn en de anderen deels bij professionele fokkers en deels bij hobbyfokkers vandaan komen. Veel mensen denken vaak dat chinchilla’s van professionele fokkers altijd schuwer zijn, omdat deze minder aandacht krijgen. In mijn ervaring is dit echter niet altijd zo en komen sommige van mijn meest tamme dieren juist van grote fokkers. Deze dieren waren in het begin wel wat terughoudend, maar dat ging redelijk snel over.


Chinchilla tijdens keuring Exoknaag 2004

Aangezien mijn chinchilla’s allereerst huisdieren zijn ( en de jongen ook als huisdieren verkocht worden) wil ik ze natuurlijk zo tam mogelijk krijgen. Hieronder geef ik wat van mijn ervaringen met dingen die wel en niet werken. Mogelijk zijn sommige mensen het niet met mij eens en hebben ze juist het tegenovergestelde effect gemerkt of hebben andere goed werkende suggesties.

Over het algemeen kan je wel stellen dat hoe jonger de chinchilla is hoe makkelijker hij tam te maken is en afhankelijk van de leeftijd gebruik ik verschillende methoden. Bij oudere dieren ( vanaf 2-3 maanden) is geduld het belangrijkst. Overhaasten werkt eigenlijk nooit en heeft dan vaak averechts effect.

Vaak wordt gesuggereerd dat je een chinchilla gewoon vaak uit de kooi moet halen om hem aan je te laten wennen en tammer te maken. Dit heeft bij mij alleen maar gewerkt bij dieren die al interesse hadden om naar je toe te komen en uit de kooi te gaan. Als je chinchilla’s uit de kooi haalt (min of meer vangt) terwijl hij dit eigenlijk niet wil, zal het dier de volgende keer meestal nog schuwer zijn. Ik laat ze zoveel mogelijk zelf uit de kooi komen door op mijn hand of arm te laten klimmen. In sommige gevallen betekent dit wel eens dat je 30 minuten of langer geduld moet hebben en soms duurt het weken voor ze zover zijn. Als ze eenmaal besluiten dat die arm niet zo eng is en er zelf opklimmen is over het algemeen de rest eenvoudig.

Een ander punt van veel discussie zijn nesthokjes in de kooi. Deze zijn ervoor dat de chinchilla een plek heeft om zich terug te trekken en zich veilig te voelen. Het nadeel hiervan is dat het diertje bij het eerste rare geluid of beweging het hok in zal duiken en zich niet zal laten zien tot hij zich weer zeker genoeg voelt. Ik heb een tijdje nesthokjes in mijn kooien gehad, maar merkte dat zelfs mijn tamste chinchilla’s er schuwer door werden, dus heb ik ze er weer uit gehaald. Zonder een nesthokje rennen ze wel naar een hoge plank als ze schrikken, maar zitten vanaf daar wel te kijken wat er eigenlijk is. In mijn ervaring wordt de schrik reactie snel minder en zien ze na enige tijd de hele kooi als veilige plaats. Wat vaak goed werkt is iets lekkers uit je hand te laten eten. De meeste dieren zullen in eerste instantie proberen het uit je hand te pakken en er mee weg te rennen maar zullen er al snel aan wennen dat dit niet lukt en zullen het opeten terwijl je het vast houdt. Zo ontstaat een positieve associatie met de hand en vermindert de angst. Laat ook dit dan niet direct volgen door vastpakken, want dan is het goede gevoel direct weer in een slecht gevoel omgezet. Ook op de grond zitten voor de kooi, zodat ze alleen de kooi uit kunnen door over je te klimmen is een goede methode. Ook dit vergt wat geduld, maar bij de meeste chinchilla’s zal de nieuwsgierigheid om naar buiten te gaan het winnen van de nervositeit voor de mens.

Met jonge dieren die bij ons geboren worden gebruik ik een wat andere aanpak. Jonge dieren wennen erg snel aan nieuwe situaties, zolang die door hun niet als negatief ervaren worden. Wij wegen de jonge dieren de eerste 4 weken elke dag om de groei in de gaten te houden.

Hierdoor worden ze al direct vertrouwd met het opgepakt worden en aangezien ze na afloop weer bij moeder gezet worden, lijkt dit ze weinig uit te maken. Als ze 10 – 14 dagen oud zijn laten we ze ook een tijdje buiten de kooi op schoot lopen. Waar ze meest van lijken te schrikken zijn grote dingen o.a. handen en hoofd die plotseling dichtbij komen. De angst voor handen is eenvoudig op te lossen door vanaf dat ze een week oud zijn een hand voor een paar seconden over ze heen te zetten. De eerste 2 – 3 keer schrikken ze hier wel van maar omdat het maar kort duurt en er verder niets gebeurd is dit snel over en beginnen ze die hand interessant te vinden. Ons laatste jong was hier zo snel mee dat hij na iets meer dan een week al uit zich zelf op onze hand kroop en er liever niet af wilde. Het hoofd is iets lastiger aangezien ze nog wel eens in wenkbrauwen, wimpers, oren en neus willen bijten en een plotselinge beweging het goede effect te niet doet maar ook dit is snel gewend. Wij doen dit 1 – 2 keer per dag gedurende de eerste 2 – 3 weken en daarna is het eerder een probleem dat ze niet van je hand af willen dan dat ze er bang voor zijn.

Zowel voor de oudere als voor de jonge dieren geldt dat het makkelijker gaat als een van de dieren in de kooi al erg mak is. De rest ziet dan al snel dat er niets is om bang voor te zijn en door de tamme wat extra te belonen met stukje droog brood of iets dergelijks komen de anderen meestal snel naar voren. In een van de groepen zit een vrouwtje dat we zelf gefokt hebben en erg tam is. Haar jongen en die van het andere vrouwtje in de groep zijn nog tammer. Waarschijnlijk doordat ze al jong van haar leren dat ze niet bang hoeven te zijn.

Samenvattend is mijn ervaring dat geduld, veel aandacht als zij dat willen en jonge dieren zo snel mogelijk aan handen laten wennen, een goede invloed hebben op het handtam maken. Maar dat nesthokjes en ze uit de kooi vangen of veel onrust tijdens de slaapperiode juist schuwere dieren oplevert.

Geschreven door Ronald de Vries
Artikel uit het club blad van de Nederlandse chinchilla vereniging voor liefhebbers